Zacharia (boek)/Hoofdstuk 12

Uit Christipedia
< Zacharia (boek)
Versie door Kees Langeveld (overleg | bijdragen) op 31 jan 2021 om 15:57 (→‎Zach. 12:10)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Zacharia (boek):


Hoofdstuk 12 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Zach. 12:1

Zac 12:1 De last van het woord des HEEREN over Israel. De HEERE spreekt, Die den hemel uitbreidt, en de aarde grondvest, en des mensen geest in zijn binnenste formeert. (SV)

God spreekt hier als de Schepper. Zijn woorden doen denken aan zijn schepping in Genesis 1 en 2.

Zach. 12:2

Zac 12:2 Ziet, Ik zal Jeruzalem stellen [tot] een drinkschaal der zwijmeling voor alle volken rondom; ja, ook zal zij zijn over Juda, in de belegering tegen Jeruzalem. (CP[1])

Drinkschaal der zwijmeling. Duits: Taumelbecher, tuimelbeker. Het denkbeeld is dat de omliggende volken ervan gaan zwijmelen, erdoor bedwelmd raken. Het Hebreeuwse woord, dat alleen hier in de Bijbel voorkomt en onder meer door 'zwijmeling' is vertaald, vertaalt de Engelse King James door 'trembling'.

Allen volken rondom. De volken rondom zijn:

  • Uit het Noorden: Assur/Syrie
  • Uit het Zuiden: Egypte
  • Uit het Westen: Filistijnen
  • Uit het Oosten: Edomieten, Moabieten, Ammonieten

Sommigen[2] doet deze profetie denken aan Psalm 83, waar een verbond van omringende volkeren samenspant tegen Israël, om deze staat te vernietigen.

Zach 12:3

Zac 12:3 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Jeruzalem stellen zal tot een lastige steen voor alle volken; allen, die zich daarmede beladen, zullen zeker doorsneden worden; en al de volken der aarde zullen zich tegen haar verzamelen. (SV)

Een lastige steen. Een lastig op te lossen probleem.

Voor alle volken. De hele wereld, de internationele gemeenschap zal zich bemoeien met die stad, die de omliggende volken dronken, uitzinnig maakt.

Zach. 12:6

Zac 12:6  Te dien dage zal Ik de leidslieden van Juda stellen als een vurige haard onder het hout, en als een vurige fakkel onder de schoven; en zij zullen ter rechter [zijde] en ter linkerzijde alle volken rondom verteren; en Jeruzalem zal nog blijven in haar plaats te Jeruzalem. (SV)

Een vurige haard ... een vurige fakkel ... verteren. God heeft te Jeruzalem een 'oven', die de vijandige legers, waaronder indertijd dat van Assyrië, zal verteren.

Jes 31:9  En hij zal van vreze doorgaan [naar] zijn rotssteen, en zijn vorsten zullen voor de banier verschrikken, spreekt de HEERE, die te Sion vuur, en te Jeruzalem een oven heeft. (SV)

Zach. 12:10

Zac 12:10 Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als [met] de rouwklage over een enigen zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene. (SV)

Ik, Mij ... Hem. Ik, Mij = God. Hem = de Messias, de Zoon van God, die het Beeld van God is. Vergelijk dat onderscheid in Zach. 9:10

Zac 9:10  En Ik zal de wagens uit Efraïm uitroeien, en de paarden uit Jeruzalem; ook zal de strijdboog uitgeroeid worden, en Hij zal den heidenen vrede spreken; en Zijn heerschappij zal zijn van zee tot aan zee, en van de rivier tot aan de einden der aarde. (SV)

Rouwklagen ... kermen. De volk weende toen ten tijde van Ezra en Nehemia de wet van Mozes werd voorgelezen en de uit de ballingschap teruggekeerden verstonden wat geschreven stond en beseften hoezeer Israël gezondigd had.

Ne 8:8 Zij lazen namelijk uit het boek, uit de wet Gods, duidelijk voor en gaven uitlegging, zodat men het voorgelezene begreep. Ne 8:9 En Nehemia (dat is de stadhouder) met de priester-schriftgeleerde Ezra en de Levieten, die het volk onderricht gaven, zeiden tot het gehele volk: Deze dag is voor de HERE, uw God, heilig; bedrijft geen rouw en weent niet. Want het gehele volk weende, toen het de woorden der wet hoorde. (NBG51)

Jozef, die een type van de Heiland is, weende lang aan de hals van zijn vader, toen hij hem na 15 jaren terugzag.

Ge 46:29  Toen spande Jozef zijn wagen aan, en toog op, zijn vader Israël tegemoet naar Gosen; en als hij zich aan hem vertoonde, zo viel hij hem aan zijn hals, en weende lang aan zijn hals. (SV)

Meer informatie

Bill Salus - The NOW Prophecies in Zechariah Part 2. Youtube.com: Prophecy in the News, 16 dec. 2017. Duur: 28 min. 26 sec.

Voetnoten

  1. Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.
  2. Bill Salus in: Bill Salus - The NOW Prophecies in Zechariah, Youtube.com: Prophecy in the News, 25 okt. 2017.