2 Thessalonicenzen/Hoofdstuk 3

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

2 Thessalonicenzen:


Hoofdstuk 3 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Paulus, Silvanus en Timotheüs vragen om voorbede en wensen de gelovigen liefde en volharding toe (1-5). Hoe om te gaan met ongeregelde broeders, die niet willen werken en anderen tot last zijn (6-15). Zegenwens (16-18).

2 Thess. 3:5

2Th 3:5  De Heer nu moge uw harten richten tot de liefde van God en tot de volharding van Christus. (Telos)

Liefde van God ... volharding van Christus. Liefde en volharding hebben wij nodig tegenover "de onbehoorlijke en boze mensen" (3:2). God heeft de wereld liefgehad, terwijl Hij wist dat Zijn Zoon, als mens, door de wereld verworpen en gekruisigd zou worden. Jezus heeft volhard in zijn dienst aan God en mensen, ondanks de vijandigheid van mensen en het vooruitzicht van het kruislijden.

2 Thess. 3:6

2Th 3:6  Maar wij bevelen u, broeders, in de naam van onze Heer Jezus Christus, dat u zich onttrekt aan iedere broeder die ongeregeld wandelt, en niet naar de inzetting die zij van ons ontvangen hebben. (Telos)

Dat u zich onttrekt. Niet met hem omgaat (vers 14).

Ongeregeld wandelt. Uit het vervolg blijkt dat het om sommige broeders gaat niet die niet in hun eigen onderhoud voorzien maar onnodig anderen tot last zijn. Ze werken niet en bemoeien zich met andere zaken (vers 11) en eten eens anders brood (vers 12).

Inzetting. In dit verband:

2Th 3:10  Immers, toen wij bij u waren, hebben wij u dit bevolen: Als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten. (Telos)

2 Thess. 3:14

2Th 3:14  Maar als iemand ons woord door de brief niet gehoorzaamt, tekent hem en gaat niet met hem om, opdat hij beschaamd wordt; (Telos)

Tekent hem. Bekendmaken aan de hele gemeente dat de broeder ongeregeld wandelt en niet gehoorzaam is aan de inzetting van Paulus. Dat tekenen is pas nodig als hij terechtwijzing (vers 15) in de wind slaat.

Gaat niet met hem om. Onttrekt u aan hem (vers 6).

Opdat hij beschaamd wordt. En zijn gedrag verbetert.

2 Thess. 3:15

2Th 3:15  beschouwt hem echter niet als een vijand, maar wijst hem terecht als een broeder. (Telos)

Paulus was niet zonder vertrouwen dat de broeders zouden doen wat hij beval:

2Th 3:4  Maar wij vertrouwen van u in de Heer, dat u en doet en zult doen wat wij bevelen. (Telos)

2 Thess. 3:16

2Th 3:16  Moge nu de Heer van de vrede Zelf u altijd op elke manier de vrede geven. De Heer zij met u allen. (Telos)

Altijd ... de vrede geven. Ook nu sommigen van jullie geschokt en verschrikt zijn (geweest) (2:2). "... vrede zij u van God onze Vader en van onze Heer Jezus Christus" (1:2).

De Heer zij met u allen. Opdat u niet moedeloos wordt in goeddoen (vgl. vers 14). "Met u allen", dus ook met sommigen die ongeregeld wandelen (vers 11), opdat zij leren "rustig werkend hun eigen brood te eten (vers 12). Voor een goede wandel hebben wij 's Heren hulp en genade nodig (vgl. vers 13).