2e eeuw na Chr.

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De 2e eeuw na Christus is de tijd van het jaar 101 tot 200. Zij volgt op de 1e eeuw na Chr. en wordt gevolgd door de 3e eeuw na Chr. 

104

3e Vervolging der Christenen, vooral in Azië. Merkwaardige brief van Plinius de Jongere aan de keizer.

106

Simeon, zoon van Cleopas, bisschop van Jeruzalem, 120 jaar oud, en Ignatius, bisschop van Antiochië, voornaamste martelaars.  Sommigen zien in deze Simeon, de apostel Simeon de Kanaäniet, die in dat geval de langstlevende van de apostelen zou geweest zijn.

106

106—117: Tocht van de Romeinse keizer Trajanus naar het Oosten. Grote overwinningen in Mesopotamië, Assyrië, Perzië, Armenië en Arabië. Grootste uitgestrektheid van het Romeinse rijk.

116

Omstreeks dezen tijd is waarschijnlijk het apocriefe boek Judith geschreven met zinspeling op de gebeurtenissen in Azië.

117

Hadrianus, Romeins keizer van 117-138. Hij is een goed regent doch een slecht mens. Hij laat aan de Parthen de door Trajanus veroverde gewesten over de Eufraat. Zijn staatkunde is behoudend, niet uitbreidend.

120

Hadrianus doet een muur in het Noorden van Brittannië bouwen tegen de invallen der Schotten en Pikten.

131

131 en volgende jaren: 4e Vervolging der Christenen, beginnende in Judea door de valse Messias Barkochba, en zich allengs uitbreidend daar de Romeinen het Christendom voor de wandaden van het Jodendom aansprakelijk stellen. 

(Sommigen rekenen deze vervolging als minder onmiddelijk van de Romeinsche keizers uitgegaan niet mee, en noemen dan die onder keizer Marcus Aurelius de 4e. Anderen daarentegen stellen er een korte onder keizer Antoninus Pius bij, en noemen die onder Marcus Aurelius de 6e. Eigenlijk zijn de Christenen nooit geheel onvervolgd gebleven, doch hing hun toestand steeds van de tijdelijke gunst van volk en plaatselijke overheden af.)

Deze vervolging geeft aanleiding aan Aristides en Quadratus, als de eerste Apologeten van het Christendom, op te staan en de keizer tot betere gevoelens te bewegen.

Aan de andere zijde vertoont zich Celsus, een platonisch wijsgeer, de eerste die bepaald tegen het Christendom heeft geschreven.

Keizer Hadrianus bouwt op de puinhopen van Jeruzalem een stad Aelia Capitolina genaamd, en ontzegt het verblijf daarin aan de Israëlieten.

132

132-135: Grote opstand in Judea onder de valse Messias Simon bar Kochba en zijn wegbereider Rabbi Akiba. Deze Tweede Joodse Opstand mislukt en eindigt na een zware oorlog die het land bijna ontvolkt. Veel mensen trekken uit het zuiden naar Galilea. 

135

De Romeinen bouwen in Jeruzalem een hoofdstraat die dwars door de stad loopt.

138

Antoninus Pius wordt keizer van het Romeinse rijk. Hij regeert tot 161. De man is een van de uitnemendste keizers die Rome gehad heeft. De Christenen genieten enige rust onder zijn regering.

160

Begin van de strijd over de viering van het Paasfeest tussen de Oosterse en Westerse Christenen; Polycarpus, bisschop van Smyrna, tracht vruchteloos met Anicetus, bisschop van Rome, de zaak te schikken.

161

Marcus Aurelius wordt keizer. Een stoïsch wijsgeer, kundig regent en veldheer, doch het Christendom zeer vijandig. Zijn broer Lucius Verus is mederegent, een weinig beduidend vorst. 

166

166-180: 5e Vervolging der Christenen. Onder de voornaamste martelaren worden gerekend Justinus Martyr, de apologeet, gestorven in 166; Polycarpus, bisschop van Smyrna, gestorven in 167; Papias, bisschop van Hierapolis, gestorven ca. 167; Blandina, een vrouw te Lyons, gestorven in 177 en Pothinus, 90 jaar oud, bisschop aldaar, gestorven in 177. De gemeenten te Lyons en Vienne worden bijna vernietigd door de vervolging. 

170

Dood van Lucius Verus. Zijn broer Marcus Aurelius is alleen keizer. 

Eerst bekend concilie, te Hierapolis in Phrygië tegen Montanus.

174

In 174 (?) wordt het leger van keizer Marcus Aurelius in een oorlog tegen de Quaden en Marcomannen aan de Donau gered door de gebeden der Christenen, en meer bepaaldelijk van het Melitaanse legioen, bijgenaamd het donderlegioen. (De geschiedenis van het donderlegioen wordt ook door heidense schrijvers erkend, doch aan hun goden wordt de verlossing toegeschreven. Bij vele Christelijke schrijvers geldt het evenwel als eene fabel: de datum is zeer onzeker.)

180

Op 17 maart sterft keizer Marcus Aurelius. Commodus, zoon van Marcus Aurelius, keizer (180-192); slecht, wreedaardig en zedeloos.

De Christenen worden zeer talrijk gedurende de regering van Commodos en de eerste jaren van keizer Severus (193-211), zodat Tertullianus in deze tijd zich durft beroemen dat zij de legers, de steden en raadsvergaderingen vullen, slechts de tonelen en tempels aan de heidenen latende.

192

Keizer Commodus vermoord. Pertinax wordt keizer. Zijn gestrengheid maakt hem gehaat.

Het Romeinse keizerrijk heeft geen zo gelukkige regeringen gehad als die van Trajanus, Hadrianus, Antoninus en Marcus Aurelius. Het is zijn gouden eeuw, doch opmerkelijk is het dat de Christenen van die goede vorsten veel meer te lijden hebben gehad dan van de wreden Domitianus en de algemeen verachte en gehate Commodus.

193

Keizer Pertinax vermoord op 28 maart 193. Julianus koopt de keizerlijke waardigheid. Hij wordt vermoord. Septimius Severus en Niger betwisten elkander het keizerrijk. Het leger in Pannonië roept Septimius Severus tot keizer (193-211) uit. In het Oosten wordt Niger keizer.

Onder Severus wordt het christenen verboden zich voor 't gerecht te verdedigen.

194

Keizer Niger wordt verslagen en gedood.

196

196, 197. Albinus, tegenkeizer, overwonnen en gedood.

Naar men aanneemt komt Tertullianus (c.155-c.240), ongeveer 40 jaar oud, in 196 tot bekering.

Victor, bisschop van Rome, doet Polycrates, bisschop van Ephesus, en de Aziatische Christenen, die het pascha op den 14de dag van de eerste maand na de voorjaars nachteveningen vieren, in de ban. Algemene verontwaardiging daarover.

197 

Albinus, die door de troepen in Gallië tot keizer was gekozen, wordt op 19 febr. door Severus bij Lyon verslagen en doodt daarna zichzelf.

Vóór de herfst trekt Severus naar het Oosten tegen de Parthen op.

Vermoedelijk in de tweede helft van het jaar schrijft Tertullianus zijn Apologeticum (verdediging der christenen).

Bron

J. W. van Loon, Beknopt chronologisch overzigt der Kerkgeschiedenis. Amsterdam, 1863. Hieruit is tekst genomen en verwerkt.