Aartsengel

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Aartsengel

(Grieks: Αρχάγγελος, Archángelos, "opperboodschapper") is de benaming van een aantal engelen die een bijzondere plaats innemen. Ze komen voor in het jodendom, het christendom en de islam. De voornaamste aartsengelen volgens sommigen zijn Michaël, Gabriël, Rafaël en Uriël. De meeste namen van aartsengelen eindigen op el, een verwijzing naar (de naam van) God.
Maar ook het judaïsme en de islam hebben strijdige ideeën over engelen. 

Sommige verklaringen zijn vaag. Zo zegt The Anchor Bible Dictionary: „Er zou één superieure engel kunnen zijn en/of een kleine groep aartsengelen(meestal vier of zeven).” Volgens The Imperial Bible-Dictionary is Michaël de „naam van een bovenmenselijk wezen, over wie er globaal genomen twee strijdige meningen zijn geweest. Jehovah's getuigen geloven dat de Heer Jezus een aartsengel is. Anderen zien hem als een aartsengel.

In de joodse overlevering zijn deze zeven aartsengelen Gabriël, Jeremiël, Michaël, Raguel, Rafaël, Sariël en Uriël. Daarentegen gelooft de islam in vier aartsengelen, namelijk Jibrīl, Mīkāl, ‘Izrā’īl en Isrāfīl. Het katholicisme gelooft ook in vier aartsengelen: Michaël, Gabriël, Rafaël en Uriël.


VOLGENS de bijbel wordt het geestenrijk bewoond door miljoenen engelen (Daniël 7:9, 10;Openbaring 5:11). Van begin tot eind maakt de Schrift honderden malen melding van de engelen die loyaal blijven aan God. Toch worden slechts twee van deze geestelijke schepselen bij hun naam genoemd. De ene is de engel Gabriël, die persoonlijk in de loop van zo’n 600 jaar boodschappen van God aan drie verschillende personen overgebracht (Daniël 9:20-22; Lukas 1:8-19, 26-28). De andere engel die in de bijbel bij zijn naam wordt genoemd, is Michaël.

Michaël is duidelijk een markante engel. In het boek Daniël staat bijvoorbeeld dat Michaël ten behoeve van Gods volk tegen goddeloze demonen strijdt (Daniël 10:13; 12:1). In de geïnspireerde brief van Judas gaat Michaël de confrontatie met Satan aan in een geschil over Mozes’ lichaam (Judas 9). Uit het boek Openbaring blijkt dat Michaël oorlog voert tegen Satan en zijn demonen en hen uit de hemel slingert (Openbaring 12:7-9).

Hoe weten we dat Jezus geen aartsengel is?

Hebreeën 1:1‭-‬8‭, ‬13‭-‬14 HSV https://bible.com/bible/1990/heb.1.1-14.HSV Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon, Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles, door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft. Hij , Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen . Hij is zoveel meer geworden dan de engelen als de Naam die Hij als erfdeel ontvangen heeft, voortreffelijker is dan die van hen. Want tegen wie van de engelen heeft God ooit gezegd: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt? En verder: Ik zal voor Hem tot een Vader zijn, en Hij zal voor Mij tot een Zoon zijn? En wanneer Hij vervolgens de Eerstgeborene in de wereld brengt, zegt Hij: En laten alle engelen van God Hem aanbidden. En van de engelen zegt Hij weliswaar: Die Zijn engelen maakt tot geesten en Zijn dienaren tot een vuurvlam, maar tegen de Zoon zegt Hij : Uw troon, o God, bestaat in alle eeuwigheid. De scepter van Uw koninkrijk is een scepter van het recht. En tegen wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechter hand , totdat Ik Uw vijanden neergelegd heb als een voetbank voor Uw voeten? Zijn zij niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen die de zaligheid zullen beërven?


Hebreeën 2:5

‭{‭Jezus werd mens om mensen te kunnen redden‭}‭

‭Wij spreken over een wereld die nog komt. Over die wereld laat God niet de engelen heersen‭, maar een mens‭.‭

Hebreeën 7:26

‭Zo’n Hogepriester hadden we ook nodig: volmaakt, zonder ooit ongehoorzaam te zijn aan God, smetteloos, en hoog boven elk ander wezen geplaatst in de geestelijke wereld.‭