Amulet

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een amulet is een voorwerp waaraan men beschermende macht toeschrijft en dat men bij zich draagt als afweermiddel tegen ziekte, verwonding, betovering enz., vaak een om de hals gehangen penning[1].

Etymologie. Het woord is misschien afkomstig van het Arabische woord „himalah" (aanhangsel)[2]

Boze geesten. Een amulet worden ook aangewend tot afwering van boze geesten en hun kwellingen, als daar zijn toverij, ziekte en andere ongevallen.

Dracht. Amuletten worden gewoonlijk om de hals en aan andere delen van het lichaam gedragen

Egyptenaren. Amuletten waren bekend bij de oude Egyptenaren en bestonden bij hen uit edele gesteenten, die men in de vorm van een kever (Scarabaeus cantharus) geslepen had.

Israëlieten. De Israëlieten gebruikten edelgesteenten, gouden en zilveren platen, waarop toverspreuken waren gegraveerd, en zij hingen deze om de hals of aan de oren.

Bij de hovaardig opgesmukte vrouwen van Jeruzalem waren ten tijde van de profeet Jesaja amuletten in gebruik.

Jes 3:20  de hoofddoeken, de enkelkettinkjes, de gordels, de reukflesjes, de amuletten, (HSV)

Bij de Israëlieten waren echter het meest de gedenkcedels in zwang, smalle perkamenten stroken, waarop spreuken en gebeden stonden gegriffeld; deze droeg men op het voorhoofd, aan het linker handgewricht, op de borst en aan de hals, en zij werden enkel gedurende de rouwtijd afgelegd. Aanvankelijk moesten zij dienen tot herinnering aan de goddelijke geboden, maar weldra werden zij als voorbehoedmiddelen tegen velerlei gevaren beschouwd.

Chaldeeërs. Bij de Chaldeeërs waren de amuletten gouden ringen met heilige getallen, welke om de hals gedragen werden.

Grieken en Romeinen. Bij de Grieken bestonden ze uit vingerringen en bij de Romeinen uit kostbare hals- en armbanden.

Germanen. De oude Germanen hadden als amuletten kleine koperen zwaarden, doorboorde tanden van een hond en kleine donderbeitels.

Christenen. Het dragen van amuletten is van de Joden en heidenen op de christenen overgegaan. Sommige christelijke sekten waren er zó sterk op gesteld, dat de synode te Laodicea, in de 4de eeuw, het vervaardigen en het dragen van amuletten verbood. Later werd dit gebruik ook te Rome door Gregorius II (721), te Constantinopel en te Tours door Karel de Grote veroordeeld. In de R.-Katholieke Kerk werden zij vervangen door het Agnus Dei en de Mariamedailles.

Ook bij de Protestanten werden onderscheiden voorwerpen als amuletten gebruikt, bijvoorbeeld colliers van tanden om het tanden-krijgen te bevorderen, een ijzeren ring tegen de jicht, koralen tegen bloedspuwingen enz.

Moslims. Vooral bij de moslims zijn de amuletten in groot aanzien. Ze worden in verschillende vormen gedragen. Bij de Perzen en Arabieren draagt een amulet de naam van talisman[3].

Anderen. Ook bij de Mongolen, bij de inwoners van Tibet, bij de Chinezen en Japanners zijn zij in gebruik.

Nederlands-Indië

In het vroegere Nederlands-Indië, het huidige Indonesïe en Borneo, was het gebruik van amuletten bij de inheemse bevolking eveneens zeer algemeen. De inlander zag er een middel in, om onheil af te weren of geluk deelachtig te worden. Oorspronkelijk gold bij de Indonesiërs een amulet als een fetisj, later echter werd het eenvoudig als een tovermiddel beschouwd; nu en dan kan het oorspronkelijk karakter van fetisj nog aangetoond worden, zoals bij de schedelverering en het daarmee samenhangende koppensnellen. Dit laatste was alleen het middel om de schedels machtig te worden, en op hun bezit was men gesteld, omdat de zielen van de verslagen beschermgeesten worden van de bezitters van hun schedel. Aangezien de schedel in zijn geheel doorgaans te groot is, om als amulet te dienen, bezigde men als zodanig stukjes, haren of tanden ervan. Naast schedels of schedeldelen werden de meest verschillende voorwerpen als amuletten gebezigd, als tijger- en krokodillentanden, nagels en knevelharen van tijgers, stukjes hout, steentjes, schelpen, wortels van planten, veren van vogels en wat dies meer zij, waarbij steeds aan die voorwerpen het vermogen wordt toegekend, een invloed ten goede uit te oefenen of de drager tegen nadeel en onheil te beschermen. Zeer algemeen was in Nederlands-Indië de verering van bezoar-stenen. Men bedenke echter steeds, dat de animistische voorstelling, dat geesten in allerlei voorwerpen hun woning kunnen nemen, aan deze en dergelijke gebruiken ten grondslag ligt.

Bron

Winkler Prins' Geillustreerde Encyclopedie (1914-1922). Tekst van het artikel Amulet is onder wijziging verwerkt op 19 oktober 2019.

Voetnoten

  1. Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000.
  2. Winkler Prins' Geillustreerde Encyclopedie (1914-1922) s.v. Amulet
  3. VanDale.nl noemt 'talisman' als de betekenis van 'amulet'. Ze worden echter ook wel onderscheiden, zie het artikel Amulet op nl.wikipedia.nl