Betrouwen

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Betrouwen betekent[1] 1. vertrouwen, zijn vertrouwen stellen op, of 2. de persoon of zaak waarop men vertrouwt.

David zegt in 2 Sam. 22:3 en Ps. 16:1 dat hij zijn vertrouwen op God stelt.

2Sa 22:3 God is mijn Rots, ik zal op Hem betrouwen; mijn Schild en de Hoorn mijns heils, mijn Hoog Vertrek en mijn Toevlucht, mijn Verlosser! Van geweld hebt Gij mij verlost! (SV)

Ps 16:1 Bewaar mij, o God! want ik betrouw op U. (SV)

Ps. 34:9 ... welgelukzalig is de man die op Hem betrouwt (SV).

Koning Hizkia betrouwde op de God van Israël.

2Kon 18:5 Hij betrouwde op den HEERE, den God Israëls, zodat na hem zijns gelijke niet was onder alle koningen van Juda, noch die voor hem geweest waren. (SV)

Een regel in het Nederlandse volkslied zegt: “mijn schild ende betrouwen zijt Gij, o God mijn Heer” (Wilhelmus). Deze woorden zeggen dat de God Degene is op wie de dichter vertrouwt.

Voetnoot

  1. Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000, onderscheidt nog meer betekenissen, die voor ons doel niet van belang zijn.