Bijbel:1 Korinthiërs 1

Uit Christipedia
De verzen zijn ontleend aan de Statenvertaling (Oude Testament) of de Telos-vertaling (Nieuwe Testament). De verzen uit de Statenvertaling zijn deels 'hertaald'; voorbeelden: 'Hij zeide' → 'Hij zei'; 'op denzelven' → 'daarop'; 'hetwelk' → 'dat'; sommige woorden zijn anders vertaald.
Genesis (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2 · 24 · 25
Exodus (inleiding), hoofdstuk: 19
Leviticus (inleiding), hoofdstuk: 21
Numeri (inleiding), hoofdstuk: 10 · 11 · 28 · 31 · 32 · 33 · 34 · 35 · 36
Deuteronomium (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2 · 3 · 30
Richteren (inleiding), hoofdstuk: 5
1 Samuël (inleiding), hoofdstuk: 1 · 20 · 29
Job (inleiding), hoofdstuk: 7
Psalmen (inleiding), hoofdstuk: 8 · 14 · 22 · 23 · 73 · 92 · 116 · 144
Spreuken (inleiding), hoofdstuk: 3 · 16
Jesaja (inleiding), hoofdstuk: 51 · 53 · 59 · 63
Ezechiël (inleiding), hoofdstuk: 31 · 32 · 34 · 35 · 36 · 37 · 38 · 39 · 40
Daniël (inleiding), hoofdstuk: 7
Joël (inleiding), hoofdstuk: 2
Haggaï (inleiding), hoofdstuk: 2
Zacharia (inleiding), hoofdstuk: 12 · 14
Mattheüs (inleiding), hoofdstuk: 5 · 6 · 12 · 16 · 17 · 18 · 24 · 25 · 26
Markus (inleiding), hoofdstuk: 1 · 8 · 11 · 12 · 14 · 15 · 16
Lukas (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2 · 3 · 4 · 7 · 9 · 12 · 15 · 19 · 20 · 22 · 23
Johannes (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2 · 7 · 8 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 19
Handelingen (inleiding), hoofdstuk: 6 · 7 · 16 · 17 · 20
Romeinen (inleiding), hoofdstuk: 1 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16
1 Korinthiërs (inleiding), hoofdstuk: 1 · 3 · 13 · 14 · 15 · 16
2 Korinthiërs (inleiding), hoofdstuk: 1
Galaten (inleiding), hoofdstuk: 3 · 4 · 5 · 6
Efeziërs (inleiding), hoofdstuk: 4 · 5
Filippenzen (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2 · 3 · 4
Kolossenzen (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2 · 3
1 Thessalonicenzen (inleiding), hoofdstuk: 3 · 5
2 Thessalonicenzen (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2 · 3
1 Timotheüs (inleiding), hoofdstuk: 2
Brief aan Titus (inleiding), hoofdstuk: 2
Filemon (inleiding), hoofdstuk: tekst (er is geen hoofdstuk)
Hebreeën (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2 · 10 · 11 · 13
Jakobus (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2
1 Petrus (inleiding), hoofdstuk: 1 · 5
2 Petrus (inleiding), hoofdstuk: 1 · 3
1 Johannes (inleiding), hoofdstuk: 1 · 3
Judas (inleiding), commentaar: Judas
Openbaring (inleiding), hoofdstuk: 1 · 2 · 3 · 5 · 6 · 7 · 8 · 12 · 13 · 16 · 19 · 21 · 22
Uit de Bijbelboeken, door de tabs aangegeven, worden elders op Christipedia geautomatiseerd citaten ontleend. De Bijbelboeken en hun hoofdstukken zijn hier nog niet alle opgenomen. De verzen zijn ontleend aan de Statenvertaling (Oude Testament) of de Telos-vertaling (Nieuwe Testament). De verzen uit de Statenvertaling zijn deels 'hertaald'; voorbeelden: 'Hij zeide' → 'Hij zei'; 'op denzelven' → 'daarop'; 'op den zevenden dag' → 'op de zevende dag'; enz.

1 Korinthiërs 1: 1 Paulus, geroepen apostel van Christus Jezus door [de] wil van God, en Sósthenes, de broeder,

2 aan de gemeente van God die in Korinthe is, aan [de] geheiligden in Christus Jezus, geroepen heiligen, met allen, in elke plaats, die de naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen, zowel hun als onze [Heer]:

3 genade zij u en vrede van God onze Vader en van [de] Heer Jezus Christus.

4 Ik dank mijn God altijd over u, vanwege de genade van God die u gegeven is in Christus Jezus,

5 dat u in alles rijk geworden bent in Hem: in alle woord en alle kennis,

6 zoals het getuigenis van Christus onder u bevestigd is,

7 zodat het u aan geen genadegave ontbreekt, terwijl u de openbaring van onze Heer Jezus Christus verwacht,

8 die u ook zal bevestigen tot [het] eind toe, [zodat u] onstraffelijk [bent] op de dag van onze Heer Jezus <Christus>.

9 God is getrouw, door Wie u geroepen bent tot [de] gemeenschap van zijn Zoon Jezus Christus onze Heer.

10 Maar ik vermaan u, broeders, door de naam van onze Heer Jezus Christus, dat u allen hetzelfde spreekt en dat er onder u geen scheuringen zijn; maar dat u vast aaneengesloten bent, één van denken en één van bedoeling.

11 Want mij is over u bekend gemaakt, mijn broeders, door de [huisgenoten] van Chloë, dat er twisten onder u zijn.

12 Ik bedoel dit, dat ieder van u zegt: Ik ben van Paulus, ik van Apollos, ik van Kefas, en ik van Christus.

13 Is Christus gedeeld? Is Paulus soms voor u gekruisigd, of bent u tot de naam van Paulus gedoopt?

14 Ik dank <God>, dat ik niemand van u gedoopt heb dan Crispus en Gajus,

15 opdat niemand kan zeggen, dat u tot mijn naam gedoopt bent.

16 Ik heb ook nog het huisgezin van Stefanas gedoopt; verder weet ik niet of ik iemand anders heb gedoopt.

17 Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen; niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet krachteloos zou worden.

18 Want het woord van het kruis is voor hen die verloren gaan, dwaasheid; maar voor ons die behouden worden, is het kracht van God.

19 Want er staat geschreven: ‘Ik zal de wijsheid van de wijzen doen vergaan, en het inzicht van de verstandigen te niet doen’.

20 Waar is [de] wijze? Waar [de] schriftgeleerde? Waar [de] redetwister van deze eeuw? Heeft God niet de wijsheid van de wereld tot dwaasheid gemaakt?

21 Want daar in de wijsheid van God de wereld niet door de wijsheid tot kennis van God is gekomen, heeft het God behaagd door de dwaasheid van de prediking te behouden hen die geloven.

22 Immers, Joden begeren tekenen en Grieken zoeken wijsheid,

23 maar wij prediken Christus, [de] Gekruisigde, voor Joden een aanleiding tot vallen en voor volken een dwaasheid,

24 maar voor de geroepenen zelf, zowel Joden als Grieken, Christus, [de] kracht van God en [de] wijsheid van God;

25 want het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen.

26 Want kijkt naar uw roeping, broeders, dat er niet vele wijzen zijn naar het vlees, niet vele machtigen, niet vele aanzienlijken;

27 maar het dwaze van de wereld heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen,

28 en het zwakke van de wereld heeft God uitverkoren om het sterke te beschamen, en het onaanzienlijke van de wereld en het verachte heeft God uitverkoren, <en> wat niets is, om wat iets is te niet te doen,

29 opdat geen vlees roemt voor God.

30 Uit Hem toch bent u in Christus Jezus, die ons geworden is: wijsheid van Godswege, gerechtigheid, heiliging en verlossing;

31 opdat, zoals geschreven staat: ‘Wie roemt, laat hij roemen in de Heer’.