Brief aan de Efeziërs/Hoofdstuk 4

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Brief aan de Efeziërs:


Hoofdstuk 4 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Vermaning tot een wandel (gedrag) waardig de roeping waarmee de gelovigen geroepen zijn: eendracht, daar zij een eenheid zijn (1-16), en een heilige wandel, daar zij hun oude mens hebben afgelegd en de nieuwe hebben aangedaan (17-32).

Ef. 4:1

Efe 4:1  Ik vermaan u dan, ik, de gevangene in de Heer, dat u wandelt waardig de roeping waarmee u bent geroepen, (Telos)

Ik, de gevangene in de Heer. Heeft Paulus zich daarbij gesterkt in het vers dat hij verderop aanhaalt?

Efe 4:8  Daarom zegt Hij: ‘Opgevaren naar de hoge heeft Hij de gevangenschap gevangen genomen en heeft de mensen gaven gegeven’. (Telos)

Wandelt waardig de roeping waarmee u bent geroepen.

Flp 1:27  Alleen, wandelt waardig het evangelie van Christus, opdat, hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig ben, ik uw omstandigheden hoor, dat u vast staat in een geest, terwijl u een van ziel meestrijdt met het geloof van het evangelie (Telos)

Efe 4:4  een lichaam en een Geest, zoals u ook geroepen bent in één hoop van uw roeping; (Telos)

Efe 1:18  verlichte ogen van uw hart, opdat u weet wat de hoop van zijn roeping is, wat de rijkdom is van de heerlijkheid van zijn erfenis in de heiligen, (Telos)

Col 3:15  En laat de vrede van Christus, waartoe u ook geroepen bent in een lichaam, in uw harten heersen; en weest dankbaar. (Telos)

Flp 3:14  maar een ding doe ik: terwijl ik vergeet wat achter is en mij uitstrek naar wat voor is, jaag ik in de richting van het doel naar de prijs van de hemelse roeping van God in Christus Jezus. (Telos)

Ef. 4:2

Efe 4:2  terwijl u in alle nederigheid en zachtmoedigheid met lankmoedigheid elkaar in liefde verdraagt (Telos)

In alle nederigheid en zachtmoedigheid. Naar het voorbeeld van de Meester, die zachtmoedig en nederig van hart is.

Mt 11:29  Neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en u zult rust vinden voor uw zielen; (Telos)

Ef. 4:3

Efe 4:3  en u beijvert de eenheid van de Geest te bewaren in de band van de vrede: (Telos)

De eenheid van de Geest. De eenheid die de Geest gevormd heeft. Door de Geest zijn wij, allen die in de Heer Jezus geloven, samengevoegd tot één lichaam.

Te bewaren in de band van de vrede. De vrede houdt, bindt ons samen.

Vergelijk vers 15, "de waarheid vasthouden in liefde". De liefde is de band van de volmaaktheid.

Col 3:11  Daarin is niet Griek en Jood, besnijdenis en onbesnedenheid, barbaar, Scyth, slaaf, vrije; maar Christus is alles en in allen. Col 3:12  Doet dan aan als uitverkorenen van God, heiligen en geliefden: innige ontferming, goedertierenheid, nederigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid,  Col 3:13  elkaar verdragend en elkaar vergevend, als de een tegen de ander een verwijt heeft; zoals ook Christus u vergeven heeft, zo ook u. Col 3:14  En boven dit alles de liefde, dat is de band van de volmaaktheid. Col 3:15  En laat de vrede van Christus, waartoe u ook geroepen bent in een lichaam, in uw harten heersen; en weest dankbaar. (Telos)

Heb 12:14  Jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging zonder welke niemand de Heer zal zien, (Telos)

Tegenovergesteld aan vrede zijn toorn en twist.

1Ti 2:8  Ik wil dan dat mannen in elke plaats bidden met opheffing van heilige handen, zonder toorn en twist. (Telos)

2Co 12:20  Want ik vrees dat, als ik kom, ik u niet zo vind als ik wens en ik door u zo gevonden word als u niet wenst; dat er twist, jaloersheid, toorn, partijzucht, kwaadsprekerijen, lasteringen, verwaandheden, verwarringen zijn; (Telos)

We kunnen de eenheid van de Geest bewaren door:

  1. te beseffen dat we een eenheid vormen: één lichaam met één Geest
  2. te bedenken wat gemeenschappelijk hebben: één geloof, één doop enz.
  3. te beseffen dat God boven allen is (vers 6)
  4. te beseffen dat God in allen is (vers 6), dus ook in die lastige broeder of zuster
  5. te beseffen dat God door allen is en werkt (vers 6)
  6. te erkennen dat we gaven zijn van Christus aan elkaar (8v) om het lichaam op te bouwen, te doen groeien tot Christus, die het Hoofd is
  7. de waarheid vast te houden
  8. en deze vast te houden in liefde, die verdraagzaam is (2, 15)

Ef. 4:4

Efe 4:4  één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent in één hoop van uw roeping; (Telos)

Eén hoop van uw roeping. Allen hadden wij één en dezelfde hoop, de hemelse gelukzaligheid, waartoe God hen geroepen had.

Efe 1:18  verlichte ogen van uw hart, opdat u weet wat de hoop van zijn roeping is, wat de rijkdom is van de heerlijkheid van zijn erfenis in de heiligen, (Telos)

Flp 3:14  maar een ding doe ik: terwijl ik vergeet wat achter is en mij uitstrek naar wat voor is, jaag ik in de richting van het doel naar de prijs van de hemelse roeping van God in Christus Jezus. (Telos)

Ef. 4:6

Efe 4:6  een God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen. (Telos)

1Co 12:6  en er is verscheidenheid van werkingen, maar het is dezelfde God die alles in allen werkt. (Telos)

De Heer Jezus "is opgevaren boven alle hemelen, opdat Hij alles zou vervullen" (4:10), tot "de volgroeidheid van de volheid van Christus" (4:13).

1Co 15:28  Maar wanneer Hem alles onderworpen is, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen zijn aan Hem die Hem alles onderworpen heeft, opdat God alles in allen zal zijn. (Telos)

Ro 11:36  Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen! Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen. (Telos)

Ef. 4:7

Efe 4:7  Maar aan ieder van ons is de genade gegeven naar de maat van de gave van Christus. (Telos)

Na de verschillende punten van eenheid noemt Paulus nu een verschil. Wij hebben gaven ontvangen, uit genade. De gaven ontvangen wij door Christus. Ze verschillen grootte, naar de maat van de gave die Christus geeft. Zo heeft de apostel Paulus door de genade van God meer gearbeid dan de andere apostelen.

1Co 15:10  Maar door de genade van God ben ik wat ik ben; en zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest, maar ik heb overvloediger gearbeid dan zij allen; maar niet ik, maar de genade van God met mij. (Telos)

Ef. 4:8

Efe 4:8  Daarom zegt Hij: ‘Opgevaren naar de hoge heeft Hij de gevangenschap gevangen genomen en heeft de mensen gaven gegeven’. (Telos)

Paulus haalt woorden uit psalm 68 aan:

Ps 68:17  (68-18) Gods wagenen zijn tweemaal tien duizend, de duizenden verdubbeld. De Heere is onder hen, een Sinaï in heiligheid! Ps 68:18  (68-19) Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja, ook de wederhorigen om bij U te wonen, o HEERE God! (SV)

In vers 7 van deze Psalm lezen wij: "God, die de eenzamen zet in een huisgezin, voert uit die in boeien gevangen zijn, maar de afvalligen wonen in het dorre" (SV). Vervolgens spreken verzen 8 en 9 van de verlossing en uittocht van het volk Israël uit Egypte.

Opgevaren naar de hoge. Dit ziet op 's Heren hemelvaart, toen Hij terugging naar Zijn Vader in de hemel.

De gevangenschap gevangen genomen. Paulus haalt het vers aan, terwijl hijzelf in gevangenschap is.

Ef 4:1  Ik vermaan u dan, ik, de gevangene in de Heer, dat u wandelt waardig de roeping waarmee u bent geroepen, (Telos)

Er zijn verschillende duidingen van die woorden. Paulus citeert uit de Griekse vertaling (Septuagint), die iets afwijkt van de Hebreeuwse tekst.

Duiding 1: de overwonnenen. Sommigen[1] verstaan door "de gevangenschap" de gevangenen, mensen die de Heer Jezus gewonnen, overwonnen heeft. Ze zijn als in triomf als een bezit van de overwinning meegevoerd. Ze waren immers bezittingen van de satan, maar de Heer heeft ze geroofd (Mt. 12:28-30, Luk 11:20-22, hieronder aangehaald). Deze mensen heeft hij de vorst der duisternis ontnomen en ze vervolgens als buit gedeeld, als gaven geschonken aan de gemeente. Paulus zelf is zo'n overwonnene en een grote gave aan de gemeente van Christus.

Duiding 2: dood. De gevangenschap is de dood. Het dodenrijk, zinnebeeldig voorgesteld als 'de lagere delen van de aarde' (vers 9) is een plaats van bewaring. Daar worden de doden bewaard, als in een gevangenschap. Zij kunnen door en uit zichzelf niet levend worden. Bij zijn opstanding heeft de Heer Jezus in beginsel de dood overwonnen, de gebondenheid aan de doodsheid gebroken.

Ro 6:9  daar wij weten dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft: de dood heerst niet meer over Hem. (Telos)

Ro 7:24  Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit dit lichaam van de dood? (Telos)

De dood heeft over ons geregeerd.

Ro 5:14  toch heeft de dood geregeerd van Adam tot Mozes, ook over hen die niet gezondigd hadden door te overtreden zoals Adam, ... (Telos)

Ro 5:17  Want als door de overtreding van de ene de dood heeft geregeerd door die ene, veel meer zullen zij die de overvloed van de genade en van de gave der gerechtigheid ontvangen in het leven regeren door de Ene, Jezus Christus.) (Telos)

Ro 5:21  opdat, zoals de zonde heeft geregeerd door de dood, zo ook de genade zou regeren door gerechtigheid tot het eeuwige leven, door Jezus Christus onze Heer. (Telos)

Heb 2:14 Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deelgenomen, opdat Hij door de dood te niet zou doen hem die de macht over de dood had, dat is de duivel, Heb 2:15  en allen zou verlossen die uit vrees voor de dood hun hele leven door aan slavernij onderworpen waren. (Telos)

Duiding 3: de gebondenen aan de macht van de satan, in diens macht gevangenen. De Heer heeft die gevangenen 'gevangen' genomen. Wij waren in de macht van de duisternis.

Mt 12:28  Als Ik echter door de Geest van God de demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God tot u gekomen.  Mt 12:29  Of hoe kan iemand het huis van de sterke binnengaan en zijn huisraad roven, als hij niet eerst de sterke bindt? En dan zal hij zijn huis beroven.  Mt 12:30  Wie niet met Mij is, is tegen Mij, en wie niet met Mij bijeenbrengt, verstrooit. (Telos)

Lu 11:20  Als Ik echter door de vinger van God de demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God tot u gekomen.  Lu 11:21  Wanneer de sterke welbewapend zijn hofstede bewaakt, zijn zijn bezittingen in vrede.  Lu 11:22  Als echter iemand op hem af komt die sterker is dan hij en hem overwint, neemt die zijn hele wapenrusting waarop hij vertrouwde, en verdeelt zijn buit. (Telos)

Duiding 4: de gezamenlijk macht van zonde, dood en satan. Misschien hebben wij bij 'de gevangenschap' te denken aan dat wat zondaars gevangen houdt, de macht van zonde, dood en satan samen. De Heer Jezus kwam ...:

Lu 4:19  om aan gevangenen loslating te prediken en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijlating, om te prediken het aangename jaar van de Heer’. (Telos)

Een slaaf, die zich verkocht had aan een heer, mocht in het jubeljaar vrij uitgaan.

Le 25:53  Als een dagloner zal hij van jaar tot jaar bij hem zijn; men zal over hem geen heerschappij hebben met wreedheid voor uw ogen.  Le 25:54  En is het, dat hij hierdoor niet gelost wordt, zo zal hij in het jubeljaar uitgaan, hij en zijn kinderen met hem. (SV)

Wij waren gevangen onder de macht van de zonde en de dood.

Ro 6:16  Weet u niet, dat voor wie u zich als slaven stelt om te gehoorzamen, u slaven bent van hem die u gehoorzaamt, of van de zonde tot de dood, of van de gehoorzaamheid tot gerechtigheid? (Telos)

Gaven gegeven. Bij de uitstorting van de Geest op de Pinksterdag, toen de gemeente werd gevormd. Voor deze gaven, zie vers 11.

Ef. 4:9

Efe 4:9  Dit nu: Hij is opgevaren, wat is het anders dan dat Hij ook is neergedaald naar de lagere delen van de aarde? (Telos)

De lagere delen van de aarde. Het dodenrijk. De doden worden begraven en komen met hun lichaam in de lagere delen van de aarde.

Denkbaar is ook dat met 'de lagere delen van de aarde' niet bedoeld zijn de lagere delen onder het oppervlak van de aarde, maar de aarde zelf, die laag is ten opzichte van de hemel. Zoals God neerdaalde op de berg Horeb, zo is Jezus onder ons op aarde gekomen.

Ef. 4:10

Efe 4:10  Hij die is neergedaald, is ook Degene die is opgevaren boven alle hemelen, opdat Hij alles zou vervullen. (Telos)

Alle hemelen. Het Hebreeuwse woord in het Oude Testament is een meervoud. De 'hemelen' omvatten, onder meer, het uitspansel met zijn wolken en winden (atmosfeer), de sterrenhemel (heelal), de hemelse gewesten. Zie hemel.

Heb 4:14 Daar wij nu een grote hogepriester hebben, die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, laten wij de belijdenis vasthouden. (Telos)

Ef. 4:12

Efe 4:12  om de heiligen te volmaken, tot het werk van de bediening, tot de opbouwing van het lichaam van Christus; (Telos)

Hiertoe dienen de verstrekte gaven.

Het lichaam van Christus. Dat is Zijn gemeente.

Ef. 4:13

Efe 4:13  totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot de maat van de volgroeidheid van de volheid van Christus, (Telos)

De eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God. De eenheid is een gegeven en een opgave, een doel. Eens zullen wij één zijn in geloven en kennen. Alle onverenigbare verschillen van inzicht zullen wegvallen. De dwalingen (vgl. vers 14) houden op te bestaan en alle eenzijdigheden zijn verdwenen.

Volwassen. Tegengesteld aan onmondigheid (vers 14).

Volgroeidheid. Zie vers 15, "in alles opgroeien tot Hem, die het hoofd is" van het lichaam.

Ef. 4:14

Efe 4:14  opdat wij niet meer onmondigen zijn, heen en weer bewogen en rondgedreven door elke wind van de leer, door bedriegerij van de mensen, door hun sluwheid om door listen te doen dwalen, (Telos)

Heen en weer bewogen. Dat is gebeurd in de jonge gemeente te Thessalonika.

2Th 2:1  Wij vragen u echter, broeders, in verband met de komst van onze Heer Jezus Christus en onze bijeenvergadering tot Hem,  2Th 2:2  dat u niet zo snel in uw denken geschokt of verschrikt wordt, noch door geest, noch door woord, noch door brief als van ons, alsof de dag van de Heer al aangebroken zou zijn.  2Th 2:3  Laat niemand u op enigerlei wijze bedriegen, ... (Telos)

Ef. 4:15

Efe 4:15  maar terwijl wij de waarheid vasthouden in liefde, in alles opgroeien tot Hem die het hoofd is, Christus, (Telos)

Waarheid ... liefde. Vormen het uitgangspunt en de noodzakelijke voorwaarden om verder te groeien.

2Jo 1:3  genade, barmhartigheid, vrede zal met ons zijn van God de Vader en van de Heer Jezus Christus, de Zoon van de Vader, in waarheid en liefde. (Telos)

Uit 's Heren (latere) boodschap aan de gemeente te Efeze blijkt dat zij volhardend waren, de bozen niet verdroegen en leugenaars ont-dekten. Helaas hadden zij hun eerste liefde verlaten. Opb. 2:1-7.

In liefde. zie ook vers 16. Vergelijk:

Efe 4:2  terwijl u in alle nederigheid en zachtmoedigheid met lankmoedigheid elkaar in liefde verdraagt (Telos)

Efe 1:4  zoals Hij ons in Hem heeft uitverkoren voor de grondlegging van de wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor Hem in de liefde, (Telos)

Efe 3:17  zodat Christus door het geloof in uw harten woont, terwijl u in de liefde geworteld en gegrond bent; (Telos)

Efe 5:2  en wandelt in liefde, zoals ook Christus ons heeft liefgehad en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offerande en een slachtoffer voor God tot een welriekende reuk. (Telos)

Ef. 4:16

Efe 4:16  uit Wie het hele lichaam, samengevoegd en verbonden door elk gewricht dat de ondersteuning verleent naar de werking die elk deel is toegemeten, de groei van het lichaam bewerkt tot opbouwing van zichzelf in liefde. (Telos)

In liefde. De waarheid vasthouden in liefde (vers 15), elkaar in liefde verdragen (4:2). Geworteld en gegrond in de liefde (3:17) kunnen wij, als enkeling en als groep, geestelijk en zedelijk groeien.

Ef. 4:17

Efe 4:17  Dit nu zeg en betuig ik in de Heer, dat u niet meer moet wandelen evenals de volken wandelen in de vruchteloosheid van hun denken, (Telos)

Vruchteloosheid van hun denken. Ze komen niet uit zichzelf tot kennis van de waarheid.

1Ti 2:3  Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, 1Ti 2:4  die wil dat alle mensen behouden worden en tot kennis van de waarheid komen. 1Ti 2:4 die wil dat alle mensen behouden worden en tot kennis van de waarheid komen. (Telos)

In Athene, de stad van wijsheid en kennis, stonden allerlei beelden van goden, maar de ware God was er onbekend (Hand. 17:19v).

Een gelovige is vernieuwd in de geest van zijn denken (4:23).

Vruchteloos denken en een verduisterd verstand (vers 18) leiden tot onvruchtbare werken:

Efe 5:11  En hebt geen gemeenschap met de onvruchtbare werken van de duisternis, maar stelt ze veeleer aan de kaak. (Telos)

Ef. 4:18

Efe 4:18  verduisterd in hun verstand, vreemd aan het leven van God, wegens de onwetendheid die in hen is, wegens de verharding van hun hart. (Telos)

Wegens de verharding van hun hart. De verharding maakt hun onwetendheid schuldig. Ze maken hun hart ongevoelig (vgl. 'afgestompt', vers 19) door 'nee' te zeggen tegen, of te negeren, de ware inzichten die in hen opkomen of op hen afkomen, of te negeren de logische gevolgen van ware inzichten.

Ro 1:18  Want toorn van God wordt van de hemel geopenbaard over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen die de waarheid in ongerechtigheid bezitten; (Telos)

Ro 2:5  Maar naar uw hardheid en onbekeerlijk hart hoopt u voor uzelf toorn op in de dag van de toorn en van de openbaring van het rechtvaardig oordeel van God,  Ro 2:6  die ieder zal vergelden naar zijn werken; Ro 2:7  hun die met volharding in goed werk heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken, eeuwig leven;Ro 2:8  maar hun die twistziek zijn en ongehoorzaam aan de waarheid maar gehoorzaam aan de ongerechtigheid, toorn en gramschap. (Telos)

2Th 2:10  en met allerlei bedrog van de ongerechtigheid voor hen die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet hebben aangenomen om behouden te worden. 2Th 2:11  En daarom zendt God hun een werking van de dwaling om de leugen te geloven, 2Th 2:12  opdat allen geoordeeld worden die de waarheid niet hebben geloofd, maar een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid. (Telos)

Ef. 4:19

Efe 4:19  Afgestompt in hun gevoelens hebben zij zich overgegeven aan de losbandigheid om alle onreinheid gretig te bedrijven. (Telos)

Afgestompt in hun gevoelens. De nieuwe mens is vernieuwd in zijn denken (23).

De losbandigheid ... alle onreinheid. Hiertegenover staan "ware gerechtigheid en heiligheid" (24)

Ef. 4:22

Efe 4:22  dat u, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens hebt afgelegd, die ten verderve gaat overeenkomstig zijn bedrieglijke begeerten, (Telos)

Overeenkomstig zijn bedrieglijke begeerten. Bedrieglijke begeerten zijn begeerten die gepaard gaan met en versterkt worden door een onware gedachte. "Als ik dát mocht verkrijgen, dan zou ik gelukkiger zijn!" "Als ik dit zou doen, zou ik beter af zijn". Dat denken was het eerst bij Eva, die begeerde van de vrucht te eten die haar verboden was, terwijl zij meende dat zij de vrucht haar verstandig zou maken.

Ge 3:6  En de vrouw zag, dat die boom goed [was] tot spijze, en dat hij een lust [was] voor de ogen, ja, een boom, die begeerlijk was om verstandig te maken; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook haar man met haar, en hij at. (SV)

Die bedrieglijke begeerten worden gewekt en/of versterkt door pornografische sites op internet, door het aanbod van drugs in het uitgaansleven, door de 'geestrijke' drank die vrolijk maakt en even leed doet vergeten, door lachgas, enz.

Ef. 4:23

Efe 4:23  en vernieuwd bent in de geest van uw denken, (Telos)

Dat staat tegenover het vruchteloze denken van de oude mens (vers 17).

Ef. 4:25

Efe 4:25  Legt daarom de leugen af en spreekt de waarheid, ieder met zijn naaste, want wij zijn leden van elkaar. (Telos)

Wij zijn leden van elkaar. Te weten in het Lichaam van Christus. Dit heeft Paulus in de verzen 1-16 belicht.

Ef. 4:26

Efe 4:26  Wordt toornig, en zondigt niet; laat de zon over uw toorn niet ondergaan; (Telos)

Wordt toornig en zondigt niet. Toorn zelf is niet verkeerd. Maar toorn vergroot bij een mens, die behept is met een zondige natuur, de kans op zonde. Daarom zijn lankmoedigheid en zachtmoedigheid (vers 2) belangrijke deugden.

Spr 15:1 Een zacht antwoord keert de grimmigheid af; maar een smartend woord doet den toorn oprijzen. (SV)

Daarom ook:

Efe 4:31  Laat alle bitterheid, gramschap, toorn, geschreeuw en lastering uit uw midden worden weggedaan met alle boosheid. (Telos)

Dat zijn uitingen van het vlees. Soms is toorn onvermijdelijk en gerechtvaardigd, en dan leert ons vers 26 hoe ermee om te gaan.

Laat de zon enz. De toorn mag niet lang aanhouden. In tegenstelling hiermee schijnt te staan:

Joh 3:36  Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem. (Telos)

Hier moeten we 'toorn van God' vooral verstaan als ongunst, ongenade. Vergelijk:

Ro 12:19  Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn; want er staat geschreven: ‘Aan Mij de wraak, Ik zal vergelden, zegt de Heer’. (Telos)

Ef. 4:27

Efe 4:27  en geeft de duivel geen plaats. (Telos)

Om u kwaad in de zin te geven. Iemand die vertoornd is op zijn naaste, loopt meer kans te zondigen en slechte dingen te doen die de duivel hem influistert.

Ef. 4:28

Efe 4:28  Laat hij die een dief was, niet meer stelen, maar veeleer arbeiden en met zijn eigen handen het goede werken, opdat hij kan meedelen aan hem die gebrek heeft. (Telos)

Niet meer stelen. Blijkbaar hebben ex-dieven, ook als zij zich bekeerd hebben, deze vermaning nodig. De oude natuur met zijn gevormde oude gewoonten kan iemand nog tot verkeerde daden brengen.

Meedelen. Stelen neemt (wederrechtelijk), meedelen geeft. Dat is een echte omkering, een waarachtige bekering.

Ef. 4:29

Efe 4:29  Laat geen vuil woord uit uw mond komen, maar veeleer een dat goed is tot opbouwing waar dat nodig is, opdat het genade geeft aan hen die horen. (Telos)

Vuil woord. "Kankerjood", "klootzak", "lul", "holy shit" en dergelijke. Schuttingtaal.

Opbouwing. Zie verzen 12, 16. Vuile woorden ontmoedigen, breken af.

Opdat het genade geeft aan hen die horen. De hoorder wordt erdoor verkwikt, of gesterkt, of kan ermee verder in het leven, of wordt bekrachtigd tot het doen van een stap, of tot het vasthouden van de waarheid (vers 15), of tot het volhardend gaan van een goede weg.

Ef. 4:30

Efe 4:30  En bedroeft de Heilige Geest van God niet, met Wie u verzegeld bent tot de dag van de verlossing. (Telos)

Verzegeld bent. Ten teken dat u Gods eigendom bent.

De dag van de verlossing. Wanneer wij verlost zullen worden van "dit lichaam van de dood". Ons sterfelijk, vergankelijk lichaam zal onsterfelijk en onvergankelijk worden gemaakt. Ziekte, ellende, verdrukking houden op.

Ro 7:24  Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit dit lichaam van de dood? (Telos)

Wij verwachten de Heer Jezus "als Heiland", die zijn heilswerk zal voltooien. Hij kwam als Heiland in deze wereld en zal voor ons terugkomen als Heiland.

1Jo 4:14  En wij hebben aanschouwd en getuigen, dat de Vader de Zoon heeft gezonden als Heiland van de wereld. (Telos)

Flp 3:20  Want ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook de Heer Jezus Christus als Heiland verwachten, (Telos)

Ef. 4:32

Efe 4:32  Maar weest jegens elkaar goedertieren, welgezind, elkaar vergevend, zoals ook God in Christus u vergeven heeft. (Telos)

Zie vers 2.

Voetnoot

  1. Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901).