Brief van Paulus aan de Romeinen/Samenvating

Uit Christipedia
Versie door Kees Langeveld (overleg | bijdragen) op 6 jul 2024 om 15:31 (Nieuwe pagina aangemaakt met '{{Bijbelboeksamenvatting|Bijbelboektitel=Brief van Paulus aan de Romeinen|Bijbelboekpagina=Brief van Paulus aan de Romeinen|Bijbelboek=Romeinen|Aantalhoofdstukken=16}}')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)

Brief van Paulus aan de Romeinen > Samenvating

Samenvatting van Brief van Paulus aan de Romeinen, een boek in de Bijbel dat 16 hoofdstukken telt. Hieronder is een samenvatting per hoofdstuk.

Romeinen 1

1-7 De schrijver, zijn roeping en de geadresseerden. 8-15 Paulus’ wens de heiligen in Rome te bezoeken. 16-17 Het evangelie. 18-32 De strafschuldigheid van de mens en de toorn van God.

Romeinen 2

1-16 Oordelen over anderen. Het toekomstige rechtvaardige oordeel van God. 17-29 Ook de Joden, die de wet van God hebben en hierin roemen, zondigen, door de wet te overtreden.

Romeinen 3

In 't kort: onze ongerechtigheid en rechtvaardiging. 1-20 Onze ongerechtigheid en Gods rechtvaardigheid. 21-31 Rechtvaardiging door geloof.

Romeinen 4

In 't kort: Abraham als voorbeeld van de rechtvaardiging door geloof. — Abraham geloofde aan de belofte van God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Deze toerekening van gerechtigheid geldt elke gelovige, besneden of onbesneden, die in de Heer Jezus gelooft, Die is overgegeven om onze overtredingen en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.

Romeinen 5

1-11 Gevolgen van de rechtvaardiging. 12-21 Door Adam is de zonde en de dood gekomen, door Christus de gerechtigheid en het leven.  

Romeinen 6

1-14 De vraag of wij in de zonde zouden blijven, opdat de genade toeneemt, beantwoordt Paulus ontkennend, met opgaaf van redenen. 15-23 Ook de tweede vraag, of wij zouden zondigen, omdat wij niet onder wet, maar onder genade zijn, beantwoordt hij ontkennend, met redenen omkleed.  

Romeinen 7

1-6 Wij zijn voor de wet gestorven door het lichaam van Christus en daarmee van de wet vrijgemaakt. Wij behoren Christus toe en leven in nieuwheid van geest voor God. 7-11 De wet, die goed is en ten leven dient, prikkelt de zonde in en is mij hierdoor ten dode geworden. 12-26 Maar eigenlijk is niet de wet, maar de zonde in mijn vlees ten dode. In mijn leden is de wet van de zonde. Deze wet dien ik met het vlees, hoewel ik met mijn denken de wet van God dien.

Romeinen 8

Wij zijn in de Geest en hebben te wandelen naar de Geest, die in ons woont. Ons wacht de verlossing van ons lichaam en de heerlijkheid. Geen vijand, niets kan ons scheiden van de liefde van God in Christus Jezus onze Heer.

Romeinen 9

Israël heeft helaas, op een overblijfsel na, niet geloofd in Christus. 1-3 Paulus heeft smart om het ongeloof van zijn volksgenoten. 4-5 Het voorrecht van Israel. 6-9 Gods belofte aan Israel is niet vervallen. Door geloof ontvangen wij (gelovig overblijfsel) de belofte. Vergelijk Abraham en Izaak (nageslacht door geloof = zegen) en Ismael (nageslacht zonder geloof = geen (wel andere) belofte). 10-13 En op grond van Gods verkiezing. Vergelijk Jakob (aangenomen) en Ezau (verworpen). 9:14-33 Verdediging (rechtvaardiging) van Gods soevereine verkiezing. God roept en verkiest de gelovige heidenen tot "Mijn volk" en houdt de Israëlieten (de ongelovige meerderheid), voor "niet Mijn volk". Daarbij heeft Hij Israël wel een gelovig overblijfsel gelaten. 30-33 Door werken van de Wet heeft Israël geen gerechtigheid verkregen. Het heeft zich gestoten aan de "steen des aanstoots".

Romeinen 10

1-13 De Joden kennen Gods gerechtigheid (die van het geloof) niet en trachten hun eigen gerechtigheid op te richten op grond van werken der wet. Paulus verklaart het onderscheid tussen beide. 14-21 Het evangelie van Gods gerechtigheid hebben zij in meerderheid verworpen, terwijl niet-Joden het aannemen.

Romeinen 11

1-6 God heeft Zijn volk niet verstoten, gezien het gelovig overblijfsel. 7-10 Hun ogen zijn verduisterd. 11-16 Maar door hun overtreding is het heil tot de volken gekomen, hoeveel te meer zal hun volheid tot zegen strekken. 17-22 De gelovigen uit de volken moeten zich niet beroemen tegen de ongelovige Joden. 23-31 Israël zal hersteld worden. 29-32 Gods genadegaven en roeping met betrekking tot Israël en de volken. 33-36 Gods wijsheid is ondoorgrondelijk, zijn wegen onnaspeurlijk. Alles is uit, door en tot Hem, Wien de heerlijkheid zij!

Romeinen 12

1-2 Toewijding aan God en de gerechtigheid. 3-8 Bescheidenheid, genadegaven en dienst in het lichaam van Christus. 9-21 Diverse vermaningen betreffende het christelijk leven.

Romeinen 13

1-7 Weest onderdanig aan de overheid, die door God is ingesteld, ons ten goede, en geeft aan alle overheidspersonen wat hun toekomt. 8-14 Hebt elkaar lief. De liefde doet de ander geen kwaad en vervult de wet. De dag (van Christus) is nabij, laten wij daarom te meer liefhebben en, als op de dag, welvoeglijk wandelen.  

Romeinen 14

Geschillen tussen gelovigen

Romeinen 15

1-6 De sterken behoren de zwakheden van de niet-sterken te dragen. 7-13 Neemt elkaar aan zoals ook Christus u, uit de volken, heeft aangenomen. 14-33 Paulus' bediening, reisvoornemen en verzoek om voorbede.

Romeinen 16

Paulus beveelt een zuster aan, laat verscheidene heiligen van de gemeente te Rome groeten, vermaant, brengt groeten over, en besluit met aanbidding van 'de alleen wijze In God'. — 1 Aanbeveling van Fébe. 2-16 Gegroeten. 17-20 Vermaning. 21-24 Groetenden. 25-27 Aanbidding van God.