Christus in het Oude Testament

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De vele plaatsen die in het Oude Testament op de Heer Jezus betrekking hebben, geven wel aanleiding Hem "de Christus der schriften" te noemen (Joh. 7: 42).

  • het Zaad der vrouw, Gen. 3 : 15, Gal. 4 : 4
  • het Zaad van Abraham, Gen. 22 : 18, Gal. 3 : 16
  • Silo (rustaanbrenger), Gen. 49 : 10, Matth. 11:28-29
  • Paaslam, Ex. 12 : 3-10, 1 Kor. 5 : 7
  • Offers, Lev. 1-5, Hebr. 10:5
  • Hogepriester, Lev. 8 : 12, Hebr. 9 : 11-12
  • Koperen Slang , Num. 21 : 8-9, Joh. 3 : 14
  • Profeet Deut. 18:15, 18; Hand. 3 : 20-22
  • Verlosser Job 19 : 25, Efeze 1:7 e.a.p.
  • Gezalfde Ps. 2 : 2, Luk. 4 : 18 en Joh. 1 : 42
  • Zoon van God, Ps. 2 : 7, Mark. 1:1 e.a.p
  • Zoon des mensen, Ps. 8 : 5, Hebr. 2:6 e.a.p.
  • Heilige, Ps. 16 : 10, Hand. 13 : 35
  • Here, Ps. 110 : 1, Matth. 22 : 44,
  • Priester, Ps. 110 : 4, Hebr. 7 : 17
  • Spruit, Jes. 4:2, Jer. 23:5; Zach. 3:8; 6:12
  • Immanuel, Jes. 7 : 14, Matth. 1 : 23
  • Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst, Jes. 9 : 5,6
  • Rijsje = scheut = nezer, Jes. 11 : 1, Matth. 2 : 23
  • Mijn knecht, Jes. 42 : 1, Matth. 12 : 18
  • Heiland, Jes. 45 : 15, Joh. 4 : 42
  • de Rechtvaardige, Jes. 53 : 7, Hand.3:14 e.a.p.
  • Lam, Schaap, Jes. 53 : 11, Joh. 1:29 e.a.p.
  • Onze Gerechtigheid, Jer. 23 : 6, 1 Kor. 1 : 30
  • de Herder, Ezech. 34 : 23, Joh. 10:11 e.a.p
  • Messias, Dan. 9 : 25-26, Mark. 8:30-31en Joh. 1 : 42
  • Heerser, Micha 5 : 1, Matth. 2 : 6
  • de Engel des verbonds, Mal. 3 : 1, Matth. 11 : 10
  • Zon der gerechtigheid, Mal. 4 : 2,
  • benen mochten niet gebroken vvorden, Ex. 12 : 46, Joh. 19:33-36
  • de woede van zijn vijanden, Ps. 2 : 1-4, Hand. 4:25 e.a.p.
  • de smartkreet: van God verlaten te zijn, Ps. 22 : 2, Matth. 27:46 en Mark. 15 : 34
  • doorboort op het kruis, Ps. 22 : 17-1, Joh. 20 : 25-27
  • lot werpen over zijn gewaad, Ps. 22 19, Matth. 27 : 35
  • heilige ijver, Ps. 69 : 10, Matth. 21 : 12
  • azijn te drinken geven, Ps. 69 : 22, Matth. 27 : 34
  • optreden in Galilea, Jes. 8 : 23, Matth. 4 : 14-16
  • zachtmoedig, Jes. 42 : 2-3, Matth. 12 : 17-20
  • wonderen en genezing, Jes. 53 : 4, Matth. 8 : 16-17
  • in Bethlehem geboren, Micha 5 : 1, Matth. 2 : 1
  • intocht in Jeruzalem, Zach. 9 : 9, Matth. 21 : 4-5
  • verraden voor 30 zilverlingen, Zach. 11 : 12, Matth. 26 : 15
  • met een speer doorboord, Zach. 12 : 10, Joh. 19 : 37
  • verlaten van zijn vrienden, Zach. 13 : 7, Matth. 26 : 31

Bronnen 

H. Moll, Wat zegt Gods Woord over ...?, deel 4 (Oostburg: W.J Pieters, z.j.), blz. 11-12.  Hieruit is, onder toestemming, in februari 2012 tekst opgenomen.