Deuteronomium 1

Uit Christipedia

Deuteronomium 1 is een hoofdstuk van Deuteronomium, een geschrift in de Bijbel, en telt 46 verzen.

Hoofdstukken van Deuteronomium samengevat en/of becommentarieerd: · 1 · 2 · 13
Verzen van Deuteronomium 1 becommentarieerd: · 12 · 13 · 15 · 17 · 20 · 27 · 28 · 30 · 31 · 43 · 44

Samenvatting

Mozes herinnert Israël aan hun ongeloof en weerspannigheid in Kades-Barnea en de nederlaag tegen de Amorieten, en aan Gods trouw en belofte aan Kaleb, Jozua en de kinderen van de Israëlieten. 1-5 Plaats en datum van Mozes’ toespraak. 6-9 De vroegere opdracht om het land binnen te gaan. 9-18 De aanstelling van rechters om Mozes' werk te verlichten. 19-21 In Kades-Barnea. 22-25 De twaalf verkenners. 26-28 Weigering om op te trekken. 29-33 Gods trouw en ongeloof van het volk. 34-39 Jahweh vertoornd op Israël en Mozes. Kaleb, Jozua en de kinderen zullen het beloofde land binnengaan. 40-46 Het volk belijdt zijn zonde, maar bindt vervolgens, tegen Gods wil, de strijd aan tegen de Amorieten, en wordt verpletterend verslagen.

12

 1: 12 Hoe zou ik alleen uw moeite en uw last en uw twistzaken dragen? (CP[1])

Dat heeft hij een tijd gedaan.

Galaten 6: 2 Draagt elkaars lasten, en zo zult u de wet van Christus vervullen.

Maar met inmiddels zoveel volksgenoten was het niet meer alleen te doen.

13

 1: 13 Neemt u wijze en verstandige en ervaren mannen, van uw stammen, opdat ik hen tot uw hoofden stel. (CP[1])

Ervaren. Het denkbeeld van het Hebreeuwse werkwoord (yada) is weten, kennen. Het gaat om mannen die kennis van zaken en hun behandeling hebben, die weten hoe ze problemen moeten aanpakken.

De Duitse Elberfelder-vertaling heeft "bekannte Männer" = bekende mannen. Dat suggereert dat het mannen moeten zijn die al bekend zijn bij het volk, d.w.z. die zich al verdienstelijk hebben gemaakt of beproefd zijn bij het volk en daarom bekend zijn.

Wijze en verstandige en ervaren mannen. Zie vs. 15. Vergelijk:

Handelingen 6: 1 In die dagen nu, toen de discipelen talrijker werden, ontstond er gemopper van de Griekssprekende Joden tegen de Hebreeen, omdat in de dagelijkse bediening hun weduwen over het hoofd werden gezien. 2 De twaalf nu riepen de menigte van de discipelen bijeen en zeiden: Het is niet bevredigend dat wij het woord van God nalaten en de tafels dienen. 3 Ziet nu uit, broeders, naar zeven mannen uit u, met een goed getuigenis, vol van de Geest en van wijsheid, die wij over deze taak zullen stellen. 4 Wij echter zullen volharden in het gebed en in de bediening van het woord. 5 En dit woord bevredigde de hele menigte; en zij kozen Stefanus, een man vol van geloof en van de Heilige Geest, en Filippus, Prochorus, Nicanor, Timon, Parmenas en Nicolaus, een proseliet van Antiochie, 6 die zij voor de apostelen stelden; en na gebeden te hebben legden zij hun de handen op. (Telos)

Wanneer wij in Nederland onze stem uitbrengen bij de landelijke en provinciale verkiezingen, is het raadzaam te letten op deze eigenschappen: Godvrezend, wijs, verstandig, ervaren.

15

 1: 15 Zo nam ik de hoofden van uw stammen, wijze en ervaren mannen, en stelde hen tot hoofden over u, oversten van duizenden en oversten van honderden en oversten van vijftigen en oversten van tienen en ambtlieden voor uw stammen. (CP[1])

Wijze en ervaren mannen. Zie vs. 13.

Ambtlieden. Of: opzichters, schrijvers.

Naardense vertaling:

Ik nam de hoofden van uw stammen, mannen wijs en welbekend, en gaf hen als hoofden over u: oversten over duizendtallen, oversten over honderden, oversten over vijftig en oversten over tientallen, en opzichters over uw stammen.

NBV'04-vertaling:

Daarop koos ik de hoofden van uw stammen uit, bekwame, ervaren mannen, en gaf hun de leiding over groepen van duizend man, van honderd, van vijftig en van tien; anderen stelde ik voor uw stammen als schrijver aan.

17

 1: 17 U zult het aangezicht in het gericht niet kennen; u zult de kleine zowel als de grote horen; u zult niet vrezen voor iemands aangezicht; want het gericht is van GODen; doch de zaak, die voor u te zwaar zal zijn, zult u tot mij doen komen, en ik zal ze horen. (CP[1])

U zult niet vrezen voor iemands aangezicht van het gericht is van GOD. Meer dan mensen hebben wij God, de opperste Rechter, te vrezen, voor wiens aangezicht men rechtspreekt en naar Wiens heiligheid en recht en ons rechtspreken moet wezen.

Lukas 12: 5 Maar Ik zal u tonen voor Wie u bang moet zijn: weest bang voor Hem die, nadat Hij gedood heeft, macht heeft om in de hel te werpen; ja, Ik zeg u, weest bang voor Hem. 6 Worden niet vijf musjes verkocht voor twee penningen? En niet een van hen is voor God vergeten. (Telos)

20

 1: 20 Toen zei ik tot ulieden: u bent gekomen tot het gebergte der Amorieten, dat Jhwh, onze GODen, ons geven zal. (CP[1])

Het gebergte der Amorieten. Zie vs. 27, 43.

27

 1: 27 En u morde in uw tenten en zei: Omdat Jhwh ons haat, heeft Hij ons uit Egypteland uitgevoerd, opdat Hij ons overlevert in de hand van de Amorieten, om ons te verdelgen. (CP[1])

De Amorieten. Hun bergland hadden zij verkend (vs. 20).

28

 1: 28 Waarheen zouden wij optrekken? Onze broeders hebben ons hart doen smelten, zeggende: Het is een volk, groter en langer dan wij; de steden zijn groot en gesterkt tot in de hemel toe; ook hebben wij daar kinderen der Enakieten gezien. (CP[1])

Ziedaar de zaken en personen die het volk versaagd maakte:

  1. een volk van mensen groter en langer dan de Israëlieten;
  2. grote steden, hemelhoog ommuurd;
  3. de reuzen die er waren

30

 1: 30 Jhwh, uw GODen, Die voor uw aangezicht gaat, Hij zal voor u strijden, naar alles wat Hij bij u voor uw ogen gedaan heeft in Egypte; (CP[1])

Naar alles wat Hij bij u voor uw ogen gedaan heeft in Egypte.

Jesaja 51: 9 Ontwaak, ontwaak, trek sterkte aan, U arm van Jhwh! ontwaak als in de verledene dagen, [als] [in] de geslachten van ouds; bent U het niet, Die Rahab uitgehouwen hebt, Die den zeedraak verwond hebt?

Zacharia 14: 3 En Jhwh zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage dat Hij gestreden heeft, ten dage des strijds.

31

 1: 31 en in de woestijn, waar u gezien hebt, dat Jhwh uw GODen, u daarin gedragen heeft, zoals een man zijn zoon draagt, op al de weg die u gewandeld hebt, totdat u kwam aan deze plaats. (CP[1])

U daarin gedragen heeft, zoals een man zijn zoon draagt.

Jesaja 63: 9 In al hun benauwdheid was Hij benauwd, en de Engel Zijns aangezichts heeft hen behouden; door Zijn liefde en door Zijn genade heeft Hij hen verlost; en Hij nam hen op, en Hij droeg hen al de dagen van ouds.

43

 1: 43 Doch als ik tot u sprak, zo hoorde u niet, maar was de mond van Jhwh weerspannig, en handelde trots, en trok op naar het gebergte. (CP[1])

Het gebergte. Van de Amorieten, dat zij verkend hadden (vs. 20).

44

 1: 44 Toen trokken de Amorieten uit, die op dat gebergte woonden, u tegemoet, en vervolgden u, gelijk als de bijen doen; en zij verpletterden u in Seïr tot Horma toe. (CP[1])

De Amorieten ... die op dat gebergte woonden. Zie vs. 20.

Voetnoot

  1. 1,00 1,01 1,02 1,03 1,04 1,05 1,06 1,07 1,08 1,09 1,10 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.