El (lengtemaat)

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een el (Eng. Cubit, Grieks pechus, Frans coudée, Latijn cubitus) is een lengtemaat en bedraagt ongeveer 0,5 meter. Synoniemen: kubiet, elleboog. De maat is ontleend aan de elleboog (onderarm of ‘voorarm’) van de mens: de afstand van de top van de middelvinger tot de kromming van de elleboog.

Vrijwel alle oude oude lengtematen, zoals bijvoorbeeld el, span, handbreed, duim, voet, zijn ontleend aan de lengte van delen van het menselijk lichaam, zoals elleboog, hand, duim en voet.

De juiste (precieze) lengte van de el varieerde en is betwist. Thenius berekende de lengte van de oud-Hebreeuwse el (zes handbreed) op 483,9 millimeter.

Het meetriet van de engel die in tegenwoordigheid van Ezechiël de maten van de nieuwe tempel opnam, had een lengte van zes ellen, waarbij deze ellen elk een handbreedte langer waren dan de gewone el. Zie Meetriet.

Bronnen

C. Lindeboom, Bijbelgids, of Handleiding tot het verkrijgen van Bijbelkennis (Middelburg: Stichting de Gihonbron, 2009; bewerking door J. Pluimers van de uitgave uit 1929), blz. 164-165. Hieruit is onder toestemming in juli 2012 tekst gebruikt.

Grieks-Nederlands Lexicon s.v. pechus. Dit lexicon is een onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.