Evangelie naar Johannes/Commentaar/Hoofdstuk 7

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Evangelie naar Johannes:


Hoofdstuk 7 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.


De Heer Jezus komt niet openlijk in Jeruzalem op het Loofhuttenfeest. Later gaat Hij naar de tempel en spreekt tot de Joden, die met haat vervuld zijn.

  • 7: 1-9     Jezus’ broers, nog ongelovig, moedigen hem aan op te treden in Judea
  • 7: 10-53 Jezus op het loofhuttenfeest

De aardse zegen, waarvan het Loofhuttenfeest een voorafschaduwing is, wordt uitgesteld, omdat Christus wordt afgewezen; zelfs Zijn broers geloven niet in Hem. Maar de grote dag van het Loofhuttenfeest is de achtste, die symbolisch staat voor de dag van de nieuwe schepping en van de eeuwige zegen. Hiervan is de Geest het onderpand, die door verheerlijkte Christus is gezonden. Op deze achste dag stond Jezus en riep, "Als iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. Hij die in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt, uit zijn buik zullen stromen van levend water vloeien. Maar dit zei Hij van de Geest, welke zij, die in Hem geloofden, zouden ontvangen." De Joden worden achtergelaten in onenigheid en duisternis.