Evangelie naar Lukas/Hoofdstuk 13

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Evangelie naar Lukas:


Hoofdstuk 13 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Luk. 13:8-9

Lu 13:8  Hij echter antwoordde en zei tot hem: Heer, laat hem nog dit jaar staan, totdat ik eromheen gegraven en mest gelegd heb; Lu 13:9  en als hij dan in de toekomst vrucht voortbrengt …  maar zo niet, hak hem om. (Telos)

Na de dood, begrafenis, opstanding en hemelvaart van Jezus hebben de discipelen getracht de Israëlieten te winnen, vruchten te verkrijgen, door de prediking van het evangelie van Gods genade, met de oproep tot bekering en geloof, en door het doen van vele wonderen. De opbrengst was helaas weinig, te weinig om Israël te behouden. In het jaar 70 ging Jeruzalem ten onder.

Luk. 13:11

Lu 13:11  En zie, er was een vrouw die achttien jaar een geest van ziekte had gehad, en zij was kromgebogen en kon zich in het geheel niet oprichten. (Telos)

Een geest van ziekte. Blijkens vers 16 had deze ziekte werkelijk een demonische, satanische oorsprong.

Luk. 13:19

Lu 13:19  Het is gelijk aan een mosterdzaad, dat een mens nam en in zijn tuin zaaide; en het groeide op en werd tot een <grote> boom, en de vogels van de hemel nestelden in zijn takken. (telos)

Mosterdzaad ... boom. Het begin is klein, het resultaat is groot.

De vogels van de hemel. Symbool van boze machten in de hemelse gewesten. In andere gelijkenis van het koninkrijk zijn het de vogels die het zaad opeten. Ze symboliseren de satan die het gezaaide woord uit iemands hart wegrooft.

Mt 13:4  En terwijl hij zaaide, vielen sommigen zaden bij de weg, en de vogels kwamen en aten ze op. (...)  Mt 13:19  Als iemand het woord van het koninkrijk hoort en het niet verstaat, komt de boze en rooft weg wat in zijn hart was gezaaid; dit is hij die bij de weg is gezaaid. (Telos)

Efe 6:12  Want onze strijd is niet tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de geestelijke machten van de boosheid in de hemelse gewesten. (Telos)

Wanneer het de boze geesten niet lukt om het Woord van God weg te roven, zullen ze trachten invloed te krijgen in de gemeente.

Luk. 13:21

Lu 13:21  Het is gelijk aan zuurdeeg, dat een vrouw nam en verborg in drie maten meel, totdat het geheel doorzuurd was. (Telos)

Zuurdeeg. Een zinnebeeld van geestelijk en zedelijk kwaad, zie Zuurdeeg. Beide gelijkenissen duiden op de ontwikkeling van het koninkrijk van God. Zowel door deze als de vorige gelijkenis wordt de invloed van het kwaad in het koninkrijk van God aangewezen. Vele uitleggers zien echter in het zuurdeeg echter het evangelie dat de hele wereld beïnvloedt.

Vrouw. De vrouw (niet 'mens' als in de vorige gelijkenis) staat symbool voor geestelijk overspel, ontrouw, afdwaling.

Luk. 13:24

Lu 13:24  Hij nu zei tot hen: Strijdt om in te gaan door de nauwe deur; want velen, zeg Ik u, zullen trachten in te gaan en het niet kunnen. (Telos)

Strijdt om in te gaan. Omdat er tegenstanders en boze geestelijke machten zijn die ons willen beletten in te gaan, die niet willen dat wij behouden wordt. Of omdat wij zaken hebben die ons verhinderen in te gaan door de deur, die nauw is. Ongerechtigheid (vers 27) kan ons verhinderen.

2Th 2:10  en met allerlei bedrog van de ongerechtigheid voor hen die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet hebben aangenomen om behouden te worden. 2Th 2:11  En daarom zendt God hun een werking van de dwaling om de leugen te geloven,  2Th 2:12  opdat allen geoordeeld worden die de waarheid niet hebben geloofd, maar een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid. 2Th 2:13  Maar wij behoren God altijd te danken voor u, door de Heer geliefde broeders, dat God u als eerstelingen heeft verkoren tot behoudenis, in heiliging van de Geest en geloof van de waarheid, 2Th 2:14  waartoe Hij u door ons evangelie ook geroepen heeft, tot verkrijging van de heerlijkheid van onze Heer Jezus Christus. (Telos)

De nauwe deur. Die toegang geeft tot het huis van de Heer. Jezus is de deur, door Wie wij het eeuwige leven moeten binnengaan.

Joh 10:1  Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie niet binnengaat door de deur in de stal van de schapen, maar van een andere kant naar binnen klimt, die is een dief en een rover; (...) Joh 10:7  Jezus dan zei opnieuw: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ik ben de deur van de schapen. (...)  Joh 10:9  Ik ben de deur; als iemand door Mij binnengaat, zal hij behouden worden, en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden. (Telos)

Luk. 13:25

Lu 13:25  Vanaf dat de heer des huizes is opgestaan en de deur heeft gesloten, zult u beginnen buiten te staan en op de deur te kloppen en te zeggen: Heer, doe ons open; en Hij zal antwoorden en tot u zeggen: Ik weet niet vanwaar u bent. (Telos)

De deur heeft gesloten. Dat gebeurt wellicht na de opneming van de gemeente van Christus, wanneer Hij de gelovigen tot Zich neemt om voor altijd bij Hem te zijn (Joh. 14; 1 Thess. 4:17; Rom. 11:25).

Joh 14:2  In het huis van mijn Vader zijn vele woningen; als het niet zo was, zou Ik het u hebben gezegd, want Ik ga heen om u plaats te bereiden. Joh 14:3  En als Ik ben heengegaan en u plaats heb bereid, kom Ik weer en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben. (Telos)

1Th 4:17  daarna zullen wij, de levenden die overblijven, samen met hen in wolken worden opgenomen de Heer tegemoet in de lucht; en zo zullen wij altijd met de Heer zijn. (Telos)

Ro 11:25  Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend is, opdat u niet wijs bent in eigen oog, dat er voor een deel over Israel verharding is gekomen, totdat de volheid van de volken is ingegaan; (Telos)

Zult u beginnen buiten te staan. Zij gingen niet naar binnen. Zij zijn christenen slechts in náám.

Ik weet niet vanwaar u bent. Zij zijn niet uit God geboren, niet uit water en Geest. De Heer Jezus kent ze niet: ze hebben geen persoonlijke relatie met Hem.

Joh 3:6  Wat uit het vlees geboren is, is vlees; en wat uit de Geest geboren is, is geest. (Telos)

Luk. 13:30

Lu 13:30  En zie, er zijn laatsten die eersten zullen zijn; en er zijn eersten die laatsten zullen zijn. (Telos)

Laatsten die eersten zullen zijn. Die op het laatst komen, maar als eersten zullen ingaan. We mogen denken aan de heidenen die door het geloof naar binnen gingen.

Eersten die laatsten zullen zijn. Die eerder aan de deur stonden, maar als laatsten naar binnen gingen. We mogen denken aan de Joden die de Heer Jezus pas op het laatst zullen erkennen.

Luk. 13:31

Lu 13:31  Op dezelfde dag kwamen er enige farizeeën, die tot Hem zeiden: Vertrek en ga weg van hier, want Herodes wil U doden. (Telos)

Enige farizeeën. Waren het farizeeërs die Jezus wilden sparen en hem daarom waarschuwden, of zagen zij graag dat Jezus zou weggaan omdat zij hem en zijn leer afwezen?

Herodes. Dat is Herodes de viervorst.

Luk. 13:32

Lu 13:32  En Hij zei tot hen: Gaat heen en zegt tot die vos: Zie, Ik drijf demonen uit en volbreng genezingen, vandaag en morgen, en op de derde dag kom Ik aan het einde. (Telos)
Vos

Die vos. De vos is een roofdier, dat onder kippen een slachting kan aanrichten. In vers 34 vergelijkt de Heer zich met een hen die haar kuikens onder haar vleugels verzamelt.

Luk. 13:34

Lu 13:34  Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en hen stenigt die tot u zijn gezonden, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen bijeenverzamelen, zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels, en u hebt niet gewild. (Telos)

Dat de profeten doodt en hen stenigt die tot u zijn gezonden. Jezus is omgekomen (vers 33) te Jeruzalem, even buiten de stadsmuur. Stefanus is er gestenigd.

Zoals een hen haar kuikens. Een hen tegenover de vos (vers 32), die kippen jaagt en doodt.

Het bekende liedje "Ik zag een kuikentje" van Elly Zuiderveld-Nieman drukt het verlangen uit om bij de Heer te schuilen zoals een kuikentje bij zijn moeder.

Luk. 13:35

Lu 13:35  Zie, uw huis wordt aan u overgelaten. En Ik zeg u: u zult Mij geenszins zien, totdat de tijd komt dat u zegt: ‘Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer’. (Telos)

Uw huis wordt aan u overgelaten. Na Jezus' dood valt Zijn bescherming valt weg, wat vreselijk gebleken is in het jaar 70, toen Jeruzalem met de grond gelijk werd gemaakt.

Totdat de tijd komt dat u zegt enz. Dat is aan het eind van de grote verdrukking.