Exodus 22

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Exodus 22 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd. De volgende hoofdstukken van Exodus zijn op Christipedia samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Exodus: 123456789101112131415161718192021222324

2

Ex 22:2  Indien een dief wordt betrapt bij een inbraak, en hij wordt geslagen, zodat hij sterft, het zal hem geen bloedschuld zijn. (CP[1])

Het zal hem geen bloedschuld zijn. De doodslager treft geen bloedschuld.

3

Ex 22:3  Indien de zon over hem opgegaan is, dan zal het hem een bloedschuld zijn; hij zal het volkomen teruggeven; heeft hij niet, zo zal hij verkocht worden voor zijn dieverij. (CP[1])

Indien de zon over hem opgegaan is. De inbraak wordt bij klaarlichte dag gepleegd.

Dan zal het hem een bloedschuld zijn. Dan zal het de doodslager een bloedschuld zijn. Degene die de dief grijpt, kan zien wie hij voor zich heeft, en waarheen hij slaat; hij kan ook hulp roepen. Als hij de betrapte dief toch een dodelijke slag geeft, dan zal hem een bloedschuld treffen.

Hij zal het volkomen teruggeven. De betrapte moet het gestolene geheel vergoeden. Reeds daarom mag niemand zonder werkelijke noodzakelijkheid zijn leven aantasten.

Heeft hij niet, zo zal hij verkocht worden voor zijn dieverij. Heeft de dief niet om te vergoeden, dan zal hij van gerechtswege voor slaaf verkocht worden voor zijn diefstal, daar de koper in zijn plaats vergoeding geeft, en hem dan zo lang in zijn dienst houdt, totdat hij het betaalde door zijn arbeid heeft gewonnen.

4

Ex 22:4  Indien de diefstal levend in zijn hand voorzeker gevonden wordt, hetzij os, of ezel, of klein vee, hij zal het dubbel wedergeven. (SV)

In zijn hand voorzeker gevonden wordt. In zijn bezit gevonden wordt.

5

Ex 22:5  Wanneer iemand een veld, of een wijngaard laat afweiden, en hij zijn beest [daarin] drijft, zodat het in eens anders veld weidt, die zal het van het beste van zijn veld en van het beste van zijn wijngaard wedergeven. (CP[1])

Van het beste van zijn veld en van het beste van zijn wijngaard. Het beste van de opbrengst of oogst.

Wedergeven. Als schadevergoeding geven.

6

Ex 22:6  Wanneer een vuur uitgaat, en vat de doornen, zodat de korenhoop verteerd wordt, of het staande koren, of het veld; hij, die de brand heeft aangestoken, zal het volkomen wedergeven. (CP[1])

Wanneer een vuur uitgaat, en vat de doornen. Wanneer er een vuur wordt aangestoken om de doornen te verbranden

Zodat de korenhoop verteerd wordt. De brand loopt uit de hand en het vernielt de garven

Het staande koren. Het ongemaaide koren.

Of het veld. Het hele veld.

Volkomen wedergeven. Het verbrande volledig vergoeden.

8

Ex 22:8  Indien de dief niet gevonden wordt, zo zal de heer des huizes tot de goden gebracht worden, of hij niet zijn hand aan zijns naasten have gelegd heeft. (SV)

De heer des huizes. De heer in wiens huis (vs. 7) het geld of het goed in bewaring is gegeven.

De goden. De rechters. Zie ook vs. 9. Sommigen[2] verstaan: God.

Of hij niet zijn hand aan zijns naasten have gelegd heeft. "... [om na te gaan] of hij zijn hand niet heeft uitgestoken naar de bezittingen van zijn naaste." (HSV) Misschien zullen de rechters vragen om onder ede te verklaren dat hij niets genomen heeft dat van zijn naaste is; vgl. 11.

9

Ex 22:9  Over alle zaak van onrecht, over een os, over een ezel, over klein vee, over kleding, over al het verlorene, hetwelk iemand zegt, dat het zijn is, beider zaak zal voor de goden komen; wien de goden schuldig verklaren, die zal het aan zijn naaste dubbel wedergeven. (SV)

De goden. De rechters, zie vs. 8.

Dubbel wedergeven. Het dubbele vergoeden.

10

Ex 22:10  Wanneer iemand aan zijn naaste een ezel, of os, of klein vee, of enig beest te bewaren geeft, en het sterft, of het raakt gewond of wordt geroofd, terwijl niemand het ziet; (CP[1])

Geroofd. Door een wild dier bijvoorbeeld, of door rovers.

11

Ex 22:11  Zo zal des HEEREN eed tussen hen beiden zijn, of hij niet zijn hand aan zijns naasten have geslagen heeft; en de eigenaar zal [dien] aannemen; en hij zal het niet wedergeven. (SV)

Zo zal des HEEREN eed tussen hen beiden zijn, of hij niet zijn hand aan zijns naasten have geslagen heeft. De eed moet daarom gedaan worden, als elk bewijs van schuld of onachtzaamheid ontbreekt. De verdachte of aangeklaagde moet onder ede een verklaring afleggen, dat hij niet zijn hand aan het bezit van zijn naaste geslagen heeft, het dier tot zijn eigen voordeel verkocht of geslacht heeft, of door boos opzet beschadigd heeft; en de heer van deze bezittingen zal die eed aannemen, en hij, de beschuldigde, zal het niet teruggeven.

De eigenaar zal [dien] aannemen. De eigenaar moet er genoegen mee nemen.

En hij zal het niet wedergeven. De ander hoeft niets te vergoeden.

13

Ex 22:13  Is het gewis verscheurd, dan zal hij het als bewijsstuk brengen. Het verscheurde zal hij niet wedergeven. (CP[1])

Indien het zeker is verscheurd, dan zal hij het als bewijsstuk brengen. Indien vaststaat dat het door een roofdier is verscheurd, dan zal hij het verscheurde dier als bewijsstuk overleggen.

Zal hij niet wedergeven. Hoeft hij niet te vergoeden.

14

Ex 22:14  En wanneer iemand van zijn naaste wat begeert, en het wordt beschadigd, of het sterft; zijn heer daar niet bij zijnde, zal hij het volkomen wedergeven. (SV)

Wat begeert. Om het in bruikleen te hebben.

Zijn heer. De eigenaar van het leengoed.

Volkomen wedergeven. Volledig vergoeden.

15

Ex 22:15  Indien zijn heer daarbij geweest is, hij zal het niet wedergeven; indien het gehuurd is, zo is het voor zijn huur gekomen. (SV)

Zijn heer. De eigenaar van het geleende.

Niet wedergeven. Niet vergoeden.

Zo is het voor zijn huur gekomen. In de huurprijs inbegrepen.

16

Ex 22:16  Wanneer nu iemand een maagd verlokt, die niet ondertrouwd is, en hij ligt bij haar, die zal haar zonder uitstel een bruidschat geven, dat zij hem ter vrouwe zij. (SV)

Niet ondertrouwd. Niet is verloofd

Hij ligt bij haar. Heeft seksuele omgang met haar.

17

Ex 22:17  Indien haar vader beslist weigert haar aan hem te geven, zal hij geld geven naar de bruidschat der maagden. (CP[1])

Naar de bruidschat der maagden. Zoveel als de bruidsprijs voor een maagd bedraagt.

19

Ex 22:19  Al wie bij een beest ligt, die zal zekerlijk gedood worden. (SV)

Bij een beest ligt. Seksueel contact heeft met een beest. Dit wordt bestialiteit genoemd.

22

Ex 22:22  U zult geen weduwe noch wees verdrukken. (CP[1])

Verdrukken. Statenvertaling: beledigen. Herziene Statenvertaling: onderdrukken. NBG51-vertaling: verdrukken. NBV2004: uitbuiten. WV95: onrecht aandoen.

Zie ook vs. 23. Het gaat, volgens de grondtekst, niet alleen om onrechtvaardig behandelen, onderdrukken, maar ook om elk liefdeloos en onbarmhartig behandelen. De weduwe en de wees bekleedt in de Schrift een grote plaats.

28

Ex 22:28  Goden zult u niet vloeken, en een overste in uw volk zult u niet lasteren. (CP[1])

Goden. Of: "God". De twee zinsdelen zijn parallellen. Goden zijn hier aardse rechters, vorsten. De naam van 'goden' dragen zij oneigenlijk, maar God noemt hen zo, omdat zij Hem als zijn afgezanten en plaatsvervangers vertegenwoordigen.

29

Ex 22:29  Uw volheid en uw tranen zult u niet uitstellen; de eerstgeborene van uw zonen zult u Mij geven. (CP[1])

Volheid. Het woord komt van een bijvoeglijk naamwoord dat 'vol' betekent. De 'volheid' is de gehele oogst, de volle opbrengst van het land.

Tranen. Het woord komt van een werkwoord dat 'wenen' betekent. "Tranen" zijn het uitgedrukt vocht van olijven en druiven.

In Gethsémané (= Oliepers) raakte Jezus met het oog op zijn aanstaande kruislijden in zware strijd. Zijn zweet werd als grote bloeddruppels.

Mr 14:34  en Hij zei tot hen: Mijn ziel is zeer bedroefd tot de dood toe; blijft hier en waakt. (Telos)

Lu 22:44  En terwijl Hij in zware strijd raakte, bad Hij des te vuriger. En zijn zweet werd als grote bloeddruppels, die op de aarde vielen. (Telos)

Uw volheid en uw tranen zult u niet uitstellen. De eerstelingen van de dorsvloer en van de wijn- en olijfgaard e.d. zult u zonder uitstel geven; daarmee zult u niet achterstallig blijven.

De eerstgeborene van uw zonen zult u Mij geven. Gelijk God de Vader later zijn Eerstgeborene zou geven.

30

Ex 22:30  Desgelijks zult u doen met uw ossen [en] met uw schapen; zeven dagen zullen zij bij hun moeder zijn, op de achtste dag zult u ze Mij geven. (CP[1])

Zullen zij. De jongen, de pasgeboren dieren.

Op de achtste dag. Dat het eerstgeborene van het vee eerst op de achtste dag aan Hem moest gebracht worden, staat volgens Hendrik van Griethuysen zeer waarschijnlijk met de reinheid in het verband, omdat het dan gezuiverd was van de onreinheid van de moeder.

Hebreeuwse jongetjes werden op de 8e dag besneden, zo ook de jonge Jezus, die het Lam van God zou worden.

Zult u ze Mij geven. Ten offer.

Le 22:27  Wanneer er [een jong van] een rund, een schaap of een geit geboren is, moet het zeven dagen bij zijn moeder blijven. [Pas] wanneer het acht dagen of ouder is, zal het [u] ten goede komen als offergave van het vuuroffer voor de HEERE. (HSV)

Het jong kan ook worden vrijgekocht.

Nu 18:16  Wat betreft de [dieren] die vrijgekocht worden, u moet [die] vanaf een maand oud vrijkopen, tegen een door u bepaalde waarde, voor het bedrag van vijf sikkel, [gerekend] volgens de sikkel van het heiligdom; die is twintig gera [waard]. (HSV)

31

Ex 22:31  U nu zult Mij heilige lieden zijn; daarom zult u geen vlees eten, dat op het veld verscheurd is, u zult het de hond voorwerpen. (CP[1])

Dat op het veld verscheurd is. Door een wild dier op het veld verscheurd is daar in verscheurde staat ligt.

Bron

Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting): met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Ex. 22:3, 11, 22, 30. Enige tekst hiervan is onder wijziging verwerkt op 21 sept., 1 en 7 okt. 2021.

Voetnoten

  1. 1,00 1,01 1,02 1,03 1,04 1,05 1,06 1,07 1,08 1,09 1,10 1,11 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.
  2. Zoals de vertaler van de Petrus Canisiusvertaling