Exodus 33

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Exodus 33 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd. De volgende hoofdstukken van Exodus zijn op Christipedia samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Exodus: 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16 · 17 · 18 · 19 · 20 · 21 · 22 · 23 · 24 · 25 · 26 · 27 · 28 · 29 · 30 · 31 · 32 · 33 · 34 · 35 · 36 · 37.

Samenvatting

1-3 Jahweh beveelt Mozes, het volk naar het beloofde land te voeren, terwijl Hij zegt Zelf niet te willen medegaan, wegens de hardnekkigheid van het volk. 4 Over deze tijding bedrijft het volk rouw. 5-6 Op Jahweh's last ontdoen zich de Israëlieten van hun opschik. 7-11 Mozes richt de Tent der samenkomst op, ver buiten de legerplaats, en gaat daarin, ten aanschouwen van het volk, telkens om met God te spreken. Ook Jozua komt in de tent. 12-17 Mozes smeekt God, zelf met Zijn volk mee te gaan; wat Deze belooft, omdat Mozes genade heeft gevonden in Gods ogen. 18-23 Mozes verzoekt Jahweh, hem Zijn heerlijkheid te tonen. God zet hem in de kloof van een rotssteen, overdekt hem met Zijn hand, gaat aan Mozes voorbij en toont hem dan alleen Zijn achterste delen.

18

Ex 33:18  Toen zeide hij: Toon mij nu Uw heerlijkheid! (SV)

Toon mij nu Uw heerlijkheid. Mozes zal een glimp van die heerlijkheid zien. Van de Zoon van God is zijn heerlijkheid aanschouwd op de 'berg der verheerlijking'.

Joh 1:14  En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van een eniggeborene van een vader) vol van genade en waarheid. (Telos)

Joh 2:11  Dit deed Jezus als begin van zijn tekenen in Kana in Galilea en openbaarde zijn heerlijkheid; en zijn discipelen geloofden in Hem. (Telos)

20

Ex 33:20  Hij zeide verder: Gij zoudt Mijn aangezicht niet kunnen zien; want Mij zal geen mens zien, en leven. (SV)

Mij zal geen mens zien, en leven. Geen mens, die een zondaar is, kan God zien en in leven blijven. Onze God is een vuur, dat de ongerechtige verteert.

21

Ex 33:21  De HEERE zeide verder: Zie, er is een plaats bij Mij; daar zult gij u op de steenrots stellen. (SV)

Er is een plaats bij Mij. Waar je veilig kunt staan. God zal Mozes die plaats aanwijzen.

De Heer Jezus is heengegaan om ons plaats te bereiden.

Joh 14:2  In het huis van mijn Vader zijn vele woningen; als het niet zo was, zou Ik het u hebben gezegd, want Ik ga heen om u plaats te bereiden. (Telos)

De steenrots. Een zinnebeeld van plaats waar wij veilig zijn en die ons niet zal begeven.

Mt 7:24  Ieder dan die deze mijn woorden hoort en ze doet, zal vergeleken worden met een wijs man, die zijn huis op de rots heeft gebouwd; (Telos)

22

Ex 33:22  En het zal geschieden, wanneer Mijn heerlijkheid voorbij zal gaan, zo zal Ik u in een kloof der steenrots zetten; en Ik zal u met Mijn hand overdekken, totdat Ik zal voorbijgegaan zijn. (SV)

Zo zal Ik u in een kloof der steenrots zetten. Mozes moest zich óp de steenrots stellen, waarna God hem ín de steenrots zet. Dit is een zinnebeeldige gebeurtenis. Wie op Christus zijn geloof bouwt, wordt door God in Christus gezet.

1Co 1:30  Uit Hem toch bent u in Christus Jezus, die ons geworden is: wijsheid van Godswege, gerechtigheid, heiliging en verlossing; (Telos)

Flp 3:9  en in Hem bevonden word, niet in het bezit van mijn gerechtigheid die uit de wet is, maar van die welke door het geloof in Christus is, de gerechtigheid die uit God is, gegrond op het geloof; (Telos)

En Ik zal u met Mijn hand overdekken. De beschermende, bewarende hand van God, thans om te voorkomen dat Mozes zou omkomen bij het zien van Gods aangezicht (vs. 23).

Van de bewarende hand Gods heeft ook de Heer Jezus gesproken:

Joh 10:28  En Ik geef hun eeuwig leven, en zij zullen geenszins verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze rukken uit mijn hand. Joh 10:29  Mijn Vader die ze Mij heeft gegeven, is groter dan allen, en niemand kan ze rukken uit de hand van mijn Vader. Joh 10:30  Ik en de Vader zijn een. (Telos)

23

Ex 33:23  En wanneer Ik Mijn hand zal weggenomen hebben, zo zult gij Mijn achterste delen zien; maar Mijn aangezicht zal niet gezien worden! (SV)

Mijn aangezicht zal niet gezien worden. Van Jezus, de Zoon van God, daarentegen is zijn verheerlijkt aangezicht door drie discipelen gezien op de berg der verheerlijking, waar ook Mozes tegenwoordig was.

Mt 17:2  En Hij werd in hun bijzijn van gedaante veranderd; en zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht. (Telos)

Bron

Leidsche Vertaling (1914). Tekst van de samenvatting van Ex. 33 is onder wijziging verwerkt op 5 april 2022.