Exodus 34

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Exodus 34 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd. De volgende hoofdstukken van Exodus zijn op Christipedia samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Exodus: 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16 · 17 · 18 · 19 · 20 · 21 · 22 · 23 · 24 · 25 · 26 · 27 · 28 · 29 · 30 · 31 · 32 · 33 · 34 · 35 · 36 · 37.

Samenvatting

1-4 Jahweh gelast Mozes, twee nieuwe stenen tafels te maken en alleen de berg te beklimmen, zonder dat er vee bij de berg is. Mozes maakt de twee stenen tafels en neemt ze mee op de berg. 5-9 God daalt neer in een wolk en maakt zijn tegenwoordigheid aan Mozes kenbaar; waarop deze vergiffenis voor zijn volk afsmeekt. 10-11 Jahweh belooft zijn hulp aan Israël bij de verdrijving van de Kanaänieten. 12-16 Hij waarschuwt tegen vermenging met hen. 17-26 En geeft Mozes een wet, die Hij hem beveelt op te schrijven. 27-28 Op Jahweh’s last blijft Mozes veertig etmalen bij hem. Jahweh schrijft de tien verbondswoorden op de stenen tafels. 29-35 Met de tafels afgedaald van de berg, deelt Mozes aan Aäron en het volk Gods geboden mee, maar bedekt, zolang hij met hen spreekt, zijn aangezicht, dat schittert; omdat de schittering het volk bevreesd maakt.

1

Ex 34:1  Toen zeide de HEERE tot Mozes: Houw u twee stenen tafelen, gelijk de eerste waren, zo zal Ik op de tafelen schrijven dezelfde woorden, die op de eerste tafelen geweest zijn, die gij gebroken hebt. (SV)

Het schijnt dat God het Mozes niet kwalijk neemt dat deze de tafelen heeft verbroken, toen hij de afgoderij van Israël zag. De afgoderij was een bondsbreuk. Het verbreken van de tafels was daarvan de symbolische uitdrukking.

2

Ex 34:2 En wees bereid tegen de morgenstond; dat u in de morgenstond op de berg Sinaï klimt, en stel u aldaar voor Mij, op de top van de berg. (CP[1])

Wees bereid. Zo moeten ook wij bereid zijn voor de opneming van de gemeente.

Tegen de morgenstond. Daarom zal Mozes des morgens vroeg opstaan (4).

Dat u ... op de berg Sinaï klimt. De gedachte van opklimmen (zie ook volgende verzen) wordt ook uitgedrukt in Opb. 4:1, dat waarschijnlijk symbolisch spreekt van de opneming van de gemeente.

Opb 4:1 Na deze dingen zag ik, en zie, er was een deur geopend in de hemel; en de eerste stem, die ik gehoord had, alsof een bazuin met mij sprak, zeide: Klim hierheen op en ik zal u tonen, wat na dezen geschieden moet. (NBG51)

Opb 4:1  Na deze dingen zag ik, en zie: in de hemel was een deur geopend! En de eerste stem, die ik als een bazuin tot mij had horen spreken, zei: klim hierheen op, en ik zal je tonen ‘wat na deze dingen moet geschieden’! (NaB)

In Opb. 4:1 wordt het werkwoord anabaino gebruikt, dat 'opklimmen, opstijgen' betekent[2].

5

Ex 34:5 Jahweh nu kwam neerwaarts in een wolk, en stelde Zich aldaar bij hem; en Hij riep uit de naam van Jahweh (CP[1])

Kwam neerwaarts in een wolk. Ook op de berg der verheerlijking kwam God neer in een wolk, die drie discipelen overschaduwde.

En Hij riep uit de naam van Jahweh. Toen God in een wolk neerkwam op de berg der verheerlijking van Jezus, sprak Hij ook en wees op Zijn Zoon.

6

Ex 34:6 Als nu Jahweh voor zijn aangezicht voorbijging, zo riep Hij: Jahweh, Jahweh is God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en trouw. (CP[1])

Deze deugden van God zijn zichtbaar geworden in het leven van Zijn Zoon op aarde.

Weldadigheid. Zie ook volgende vers.

Trouw. Of 'waarheid'.

9

Ex 34:9 En hij zeide: Heere! indien ik nu genade gevonden heb in Uw ogen, zo ga nu de Heere in het midden van ons, want dit is een hardnekkig volk; doch vergeef onze ongerechtigheid en onze zonde, en neem ons aan tot een erfdeel! (SV)

Vergeef onze ongerechtigheid en onze zonde. Hiermee knoopt Mozes aan op de belijdenis van God aangaande Zichzelf (vs. 7).

10

Ex 34:10  Toen zeide Hij: Zie, Ik maak een verbond; voor uw ganse volk zal Ik wonderen doen, die niet geschapen zijn op de ganse aarde, noch onder enige volken; alzo dat dit ganse volk, in welks midden gij zijt, des HEEREN werk zien zal, dat het schrikkelijk is, hetwelk Ik met u doe. (SV)

Ook de Heer Jezus heeft unieke wonderen verricht, zoals het openen van de ogen van blinden.

20

Ex 34:20 Doch de ezel, die [de] [baarmoeder] opent, zult u met een [stuk] klein vee lossen; maar indien u hem niet zult lossen, zo zult u hem de nek breken. Al de eerstgeborenen van uw zonen zult u lossen, en men zal voor Mijn aangezicht niet ledig verschijnen. (CP[1])

De ezel. Of ezelin.

Die [de][baarmoeder] opent. Die als eerste de moederschoot opent, de eerstgeborene, het eerstgeboren veulen van een ezelin.

Zult u ... lossen. De ezel of de ezelin mocht men niet offeren, het dier was onrein. Het onreine dier behoorde God weliswaar toe, maar hij wilde het niet aannemen. Een stuk kleinvee (een schaap of geit) als lossing wilde hij wel aannemen. Zo is ook de onreine mens te lossen, vrij te kopen door het Lam van God.

De nek breken. Of onthalzen, of de hals doorhouwen[3].

Niet ledig verschijnen. Dat is, niet zonder gave of geschenk; wat men de priester gaf, dat werd gerekend alsof men het God gaf[3].

21

Ex 34:21  Zes dagen zult u arbeiden, maar op de zevenden dag zult u rusten; in de ploegtijd en in de oogst zult u rusten. (CP[1])

In de ploegtijd en in de oogst. Ook dan; die arbeid is niet ontheven aan het verbod.

22

Ex 34:22  Het feest der weken zult gij ook houden, zijnde het feest der eerstelingen van den tarweoogst, en het feest der inzameling, als het jaar om is. (SV)

Het feest der inzameling. Der inzameling van de vruchten van veld en gaard. Ook genoemd: Loofhuttenfeest.

Als het jaar om is. Dit heeft betrekking op de jaarwisseling van het burgerlijke jaar, dat begint met de maand Tisrie (september/oktober), de zevende maand van het godsdienstige jaar.

23

Ex 34:23  Al wat mannelijk is onder u zal driemaal in het jaar verschijnen voor het aangezicht des Heeren HEEREN, den God van Israël. (SV)

De drie pelgrimsfeesten: Ongezuurde Broden, Wekenfeest, Loofhutten.

28

Ex 34:28  Hij was daar namelijk veertig dagen en veertig nachten bij de HEERE. Hij at geen brood en dronk geen water. En [God] schreef op de tafelen de woorden van het verbond, de Tien Woorden. (SV)

Deze tijd waarin Mozes geen brood at en geen water dronk, doet denken aan het vasten van de Heer Jezus in de woestijn:

Mt 4:2  En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij tenslotte honger. (Telos)

Lu 4:2  veertig dagen verzocht door de duivel. En Hij at helemaal niets in die dagen, en toen zij waren geëindigd had Hij honger. (Telos)

29

Ex 34:29  En het geschiedde, toen Mozes van de berg Sinaï afging (de twee tafelen der getuigenis nu waren in de hand van Mozes, als hij van de berg afging), zo wist Mozes niet dat de huid van zijn gezicht glinsterde, toen Hij met hem sprak. (CP[1])

Dat de huid van zijn gezicht glinsterde. Het gezicht van de Heer Jezus Christus heeft, toen Hij op een zeer hoge berg was, zelfs gestraald als de zon.

Mt 17:2  En Hij werd in hun bijzijn van gedaante veranderd; en zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht. (Telos)

33

Ex 34:33  En toen Mozes geëindigd had met hen te spreken, deed hij een bedekking op zijn aangezicht. (CP[1])

Een bedekking. In het Hebreeuws komt het denkbeeld van bedekken tot uiting. Een bedekking in de vorm van een een sluier of doek.

34

Ex 34:34  Doch als Mozes voor het aangezicht des HEEREN kwam, om met Hem te spreken, zo nam hij de bedekking af, totdat hij uitging; en nadat hij uitgegaan was, zo sprak hij tot de kinderen Israëls, wat hem geboden was. (CP[1])

Zo nam hij de bedekking af.

2Co 3:18  Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heer aanschouwen, worden naar hetzelfde beeld veranderd van heerlijkheid tot heerlijkheid, als door de Heer, de Geest. (Telos)

Nadat hij uitgegaan was. Uit de tent der samenkomst, die ver buiten het leger was opgericht.

Bron

Leidsche Vertaling (1914). Tekst van de samenvatting van Ex. 34 is onder wijziging verwerkt op 5 april 2022.

Voetnoten

  1. 1,0 1,1 1,2 1,3 1,4 1,5 1,6 1,7 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.
  2. Grieks-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.
  3. 3,0 3,1 Kanttekening bij de Statenvertaling.