Ezechiël 39 is een hoofdstuk van Ezechiël, een geschrift in de Bijbel, en telt 29 verzen.

Hoofdstukken van Ezechiël samengevat en/of becommentarieerd: · 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16 · 17 · 18 · 19 · 20 · 21 · 22 · 23 · 24 · 25 · 26 · 27 · 28 · 29 · 30 · 31 · 32 · 33 · 34 · 35 · 36 · 37 · 38 · 39 · 40
Verzen van Ezechiël 39 becommentarieerd: · 1 · 2 · 3 · 4 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 12 · 13 · 16 · 18 · 20 · 21 · 23 · 27 · 28 · 29

Samenvatting

1-5 Gog en zijn coalitie zullen op Israëls bergen sneuvelen en ter spijze aan de roofdieren vallen. 6-7 Ook worden de landen van Gog en zijn medestanders verwoest, waardoor de heidenen zullen weten dat God de Heilige in Israël is. 8-10 De Israëlieten zullen zeven jaren lang vuur stoken van het hout van de opgeraapte wapens. 11-16 Zij zullen, om hun land zorgvuldig te zuiveren, de verslagenen begraven. 17-21 Vogels en dieren van het veld worden opgeroepen om zich te verzadigen aan de lijken van gesneuvelde militairen op Israëls bergen. 22-23 Zo zal Israël erkennen dat Jahweh voortaan zijn God wezen zal, en zullen de heidenen weten dat Jahweh Israël alleen om het te straffen in ballingschap gezonden heeft. 25-29 Nu zal Hij zich over Israël erbarmen en het herstellen. Hij zal Zijn Geest over Israël uitgieten.

1

  39: 1 Voorts, u mensenkind! profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt mijn Heeren Jhwh: Zie, Ik [wil] aan u, o Gog, hoofdvorst van Mesech en Tubal! (CP[1])

Hoofdvorst van Mesech en Tubal. Of "vorst van Ros, Mesech en Tubal"; zie het commentaar op Ezechiël 38:2.

  Ezechiël 38: 2 Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Gog, het land van Magog, de hoofdvorst van Mesech en Tubal; en profeteer tegen hem,

2

  39: 2 En Ik zal u omwendenen u leiden en u optrekken uit de zijden van het noorden, en Ik zal u brengen op de bergen Israëls. (CP[1])

En Ik zal u omwenden, en een zeshaak in u slaan.

  Ezechiël 38: 4 En Ik zal u omwenden, en haken in uw kaken leggen, en Ik zal u uitvoeren, benevens uw gehele leger, paarden en ruiters, die allemaal volkomen wel gekleed zijn, een grote vergadering, [met] rondas en schild, die allemaal zwaarden hanteren;

Uit de zijden van het noorden. Uit uw land in het hoge noorden.

  Ezechiël 38: 15 U zult dan komen uit uw plaats, uit de zijden van het noorden, u en vele volken met u; die allemaal op paarden zullen rijden, een grote vergadering, en een machtig leger;

Op de bergen Israëls. Die zijn Gods bergen (38:21). Zie ook vs. 4.

  Ezechiël 38: 21 Want Ik zal het zwaard over hem roepen op al Mijn bergen, spreekt mijn Heer(en) Jhwh; het zwaard van een ieder zal tegen zijn broeder zijn.

3

  39: 3 Maar Ik zal uw boog uit uw linkerhand slaan, en Ik zal uw pijlen uit uw rechterhand doen vallen. (CP[1])

Boog ... pijlen. Zie vs. 9.

4

  39: 4 Op de bergen Israëls zult u vallen, u en al uw troepen, en de volken die met u zijn; Ik heb u aan de roofvogels, aan het gevogelte van alle vleugel, en aan het gedierte van het veld tot voedsel gegeven. (CP[1])

Op de bergen Israëls. Zie vs. 2, ook vs. 17. Zie evenwel ook vs. 5: "op het open veld".

6

  39: 6 En Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder degenen die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten dat Ik Jhwh ben. (CP[1])

Een vuur zenden in Magog. In het land van Gog. In het land Israël zal vuur neerkomen op Gog.

  Ezechiël 38: 22 En Ik zal met hem in het gericht treden, door pest en door bloed; en Ik zal een overstelpende plasregen en grote hagelstenen, vuur en zwavel regenen op hem en op zijn troepen en op de vele volken, die met hem zullen zijn.

7

  39: 7 En Ik zal Mijn heilige Naam in het midden van Mijn volk Israël bekend maken, en zal Mijn heilige Naam niet meer laten ontheiligen; en de heidenen zullen weten dat Ik Jhwh ben, de Heilige in Israël. (CP[1])

De heidenen zullen weten dat Ik Jhwh ben, de Heilige in Israël.

  Ezechiël 38: 23 Zo zal Ik Mij groot maken en Mij heiligen en bekend worden voor de ogen van vele heidenen; en zij zullen weten dat Ik Jhwh ben.

8

  39: 8 Ziet, het komt en zal geschieden, spreekt mijn Heeren Jhwh; dit is de dag [van] welke Ik gesproken heb. (CP[1])

De dag [van] welke Ik gesproken heb. Zie vs. 13.

9

  39: 9 En de inwoners van de steden Israëls zullen uitgaan, en [vuur] stoken en branden van de wapens, zowel [van] schilden als rondassen, van bogen en van pijlen, zowel van handstokken als van spiesen; en zij zullen daarvan vuur stoken zeven jaren; (CP[1])

Bogen en ... pijlen. Zie vs. 3.

Zowel [van] schilden als rondassen. Vgl. Ezech. 38:4-5.

  Ezechiël 38: 4 En Ik zal u omwenden, en haken in uw kaken leggen, en Ik zal u uitvoeren, benevens uw gehele leger, paarden en ruiters, die allemaal volkomen wel gekleed zijn, een grote vergadering, [met] rondas en schild, die allemaal zwaarden hanteren; 5 Perzen, Koesjieten en Puteërs met hen, die allemaal schild en helm [voeren];

10

  39: 10 Zodat zij geen hout uit het veld zullen dragen, noch uit de wouden houwen, maar van de wapens vuur stoken; en zij zullen beroven degenen, die hen beroofd hadden, en plunderen die hen geplunderd hadden, spreekt mijn Heeren Jhwh. (CP[1])

Die hen beroofd ... geplunderd hadden. Daartoe was Gog gekomen.

  Ezechiël 38: 12 Om buit te buiten, en om roof te roven; om uw hand te wenden tegen de woeste plaatsen, die [nu] bewoond zijn, en tegen een volk, dat uit de heidenen verzameld is, dat vee en have verkregen heeft, wonend in het midden van het land. 13 Scheba en Dedan en de kooplieden van Tarsis en al hun jonge leeuwen zullen tot u zeggen: Komt u om buit te buiten? hebt u uw vergadering vergaderd, om roof te roven? om zilver en goud weg te voeren, om vee en have weg te nemen, om een grote buit te buiten?

12

  39: 12 Het huis Israëls nu zal hen begraven, om het land te reinigen, zeven maanden [lang]. (CP[1])

Er wordt in 12v opvallend uitgebreid gesproken over de reiniging van het land. Sommigen[2] denken aan een verontreiniging die het gevolg is van het gebruik van biochemische of nucleaire wapens. Het verband (o.a. vers 14) doet echter vermoeden dat het gaat om verontreiniging door het bloed van de gesneuvelden.

  Numeri 35: 33 Zo zult u niet ontheiligen het land, waarin u bent; want het bloed ontheiligt het land; en voor het land zal geen verzoening gedaan worden over het bloed dat daarin vergoten is, dan door het bloed van degene die dat vergoten heeft.

13

  39: 13 Ja, al het volk van het land zal begraven, en het zal hun tot een naam zijn, ten dage dat Ik zal verheerlijkt zijn, spreekt mijn Heeren Jhwh. (CP[1])

Ten dage dat. Zie vs. 8.

16

  39: 16 Ook zo zal de naam der stad Hamonah zijn. Zo zullen zij het land reinigen. (CP[1])

Hamonah. D.i. 'Menigte', omdat bij deze stad de vele doden van Gogs leger begraven liggen; zie Hamonah.

18

  39: 18 Het vlees van de helden zult u eten, en het bloed van de vorsten der aarde drinken; van de rammen, van de lammeren en bokken; varren, die allemaal gemesten van Basan zijn. (CP[1])

Het vlees van de helden zult u eten, en het bloed van de vorsten der aarde drinken. Vergelijk:

  Openbaring 19: 18 opdat u vlees eet van koningen, vlees van oversten over duizend, vlees van sterken, vlees van paarden, en van hen die daarop zitten en vlees van allen, zowel van vrijen als van slaven, van kleinen als van groten.

Van de rammen enz. Wellicht is dit zinnebeeldig gezegd van de helden en vorsten[3]. Mensen worden in de Bijbel vaker als dieren voorgesteld; denk bijv. aan het Beest uit de zee en het Beest uit de aarde.

Lammeren. Een meervoud van Hebr. kar, dat hier betekent: ram, lam of mannelijk lam[4].

20

  39: 20 En u zult verzadigd worden aan Mijn tafel van paard en wagen, van helden en elke krijgsman, spreekt mijn Heeren Jhwh. (CP[1])

Paard. Zie 38:4, 15.

  Ezechiël 38: 4 En Ik zal u omwenden, en haken in uw kaken leggen, en Ik zal u uitvoeren, benevens uw gehele leger, paarden en ruiters, die allemaal volkomen wel gekleed zijn, een grote vergadering, [met] rondas en schild, die allemaal zwaarden hanteren; (...)   38: 15 U zult dan komen uit uw plaats, uit de zijden van het noorden, u en vele volken met u; die allemaal op paarden zullen rijden, een grote vergadering, en een machtig leger;

21

  39: 21 En Ik zal Mijn eer zetten onder de heidenen; en alle heidenen zullen Mijn oordeel zien, dat Ik gedaan heb, en Mijn hand, die Ik aan hen gelegd heb. (CP[1])

Mijn eer. Of: Mijn heerlijkheid.

23

  39: 23 En de heidenen zullen weten dat die van het huis Israëls gevankelijk zijn weggevoerd om hun ongerechtigheid, omdat zij tegen Mij hadden overtreden, en dat Ik Mijn aangezicht voor hen verborgen heb, en heb ze overgegeven in de hand van hun tegenstanders, zodat zij allemaal door het zwaard gevallen zijn; (CP[1])

Dat die van het huis Israëls gevankelijk zijn weggevoerd. Zie vs. 28.

En dat Ik Mijn aangezicht voor hen verborgen heb. Zie vs. 24. Geschiedde deze verberging ook niet, toen Jezus aan het kruis hing en Hij aan God vroeg: waarom hebt U Mij verlaten?

  Mattheüs 27: 46 Omstreeks het negende uur nu riep Jezus met luider stem de woorden: Eli, Eli, lema sabachthani? Dat is: Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?

27

  39: 27 Als Ik hen zal hebben teruggebracht uit de volken, en hen vergaderd zal hebben uit de landen van hun vijanden, en Ik aan hen geheiligd zal zijn voor de ogen van vele heidenen; (CP[1])

Ik aan hen geheiligd zal zijn voor de ogen van vele heidenen. God zal ook aan Gog geheiligd worden voor de ogen van de heidenen.

  Ezechiël 38: 16 En u zult optrekken tegen Mijn volk Israël, als een wolk, om het land te bedekken; in het laatste der dagen zal het geschieden; dan zal Ik u aanbrengen tegen Mijn land, opdat de heidenen Mij kennen, als Ik aan u, o Gog! voor hun ogen zal geheiligd worden.

28

  39: 28 Dan zullen zij weten dat Ik, Jhwh, hun God ben, aangezien Ik ze gevankelijk heb doen wegvoeren onder de heidenen, maar heb ze [weer] verzameld in hun land, en heb aldaar niemand van hen meer overgelaten. (CP[1])

Ik ze gevankelijk heb doen wegvoeren onder de heidenen. Zie vers 23.

[Weer] verzameld in hun land. Zie vs. 27

29

  39: 29 En Ik zal Mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen, wanneer Ik Mijn Geest over het huis Israëls zal hebben uitgegoten, spreekt mijn Heeren Jhwh. (CP[1])

Wanneer Ik Mijn Geest over het huis Israëls zal hebben uitgegoten. Dan niet weer op een kleine groep, een overblijfsel, zoals indertijd op de Pinksterdag, maar op het hele huis van Israël, want heel Israël zal behouden worden. Wat er op de Pinksterdag gebeurde, was een voorspel, een voorschot; een voorvervulling van de voorzegging uit Joël 2.

  Joël 2: 27 En u zult weten, dat Ik in het midden van Israël ben, en [dat] Ik Jhwh, uw God, ben, en niemand meer; en Mijn volk zal niet beschaamd worden in eeuwigheid. 28 En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien; 29 Ja, ook over de dienstknechten, en over de dienstmaagden, zal Ik in die dagen Mijn Geest uitgieten.

Bron

Leidsche Vertaling (1914). Tekst van de samenvatting van Ezechiël 39 is onder wijziging verwerkt op 15 juni 2024.

Voetnoten

  1. 1,00 1,01 1,02 1,03 1,04 1,05 1,06 1,07 1,08 1,09 1,10 1,11 1,12 1,13 1,14 1,15 1,16 1,17 1,18 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.
  2. Zie bijvoorbeeld in PART 2: Brent Miller Jr. & Brent Miller Sr. on The Coming Convergence, Youtube.com: SkyWatch TV, 8 juni 2017.
  3. John Gill's Expositor verwijst naar zekere bekende Joodse uitleggers die 'rammen' enz. figuurlijk verstaan van de vorsten van Gogs leger.
  4. Hebreeuws-Nederlands Lexicon; op basis van Strong-coderingen. Onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia. Het is gebaseerd op het Engelstalige Online Bible Hebrew-Englisch Lexicon van Larry Pierce.