Farao

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Farao (Eng. Pharaoh) was de gewone koningstitel, de vorstelijke titel van de koningen van Egypte in het oude Egypte. In de bijbelse geschiedenis treden meerdere farao’s op. De bekendste is de farao ten tijde van de Uittocht.

-1425 Amenophis II. anagoria.JPG  Amenhotep II Uraeus.jpg

Afbeeldingen van Amenhotep II, wellicht de farao die het volk Israël moest laten gaan. 

De koning van Egypte droeg de titel 'farao' sinds het 18de koningshuis. Vóór de 18de dynastie werd het woord ‘farao’ alleen gebruikt als naam van het paleis (par ao = groot huis) en van de bewoners van het paleis, de koning en zijn hof als groep[1]

De enkele vermelding 'farao' in de Schrift maakt geenszins duidelijk op welke koning wordt gezinspeeld. Sommige koningen van Egypte worden in de Bijbel zonder deze titel genoemd, namelijk Sisak, Necho, Hophra, Zo, en Tirhaka, van wie de beide laatsten Ethiopiërs zijn.

De 'Groothuis' van Egypte werd gehouden voor een zoon van de zonnegod Ra (= zon of dag), de oergod. Deze god was in menselijke gestalte op aarde neergedaald en had de toekomstige vorst bij de koningin verwekt. De koningen van de vijfde dynastie noemden zichzelf zonen van Ra en verhieven hem tot rijksgod. De koning werd als mens en als god gezien. Als zoon van de zonnegod was de farao een middelaar, de enige die als hogepriester dienst kon doen[1].

Elke Egyptische koning had naast zijn eigennaam een eretitel. Als titels zijn bekend 'De Zon, Heer van der Heerlijkheid', 'De Zon, Heer van de Waarheid,' enz.

In het O.T. wordt verwezen naar de volgende farao’s:

1.   De Farao die de vrouw van Abram, Sarai, nam in zijn huis (ca. 1919 v.C.), Gen. 12:14-20.

2.   De Farao die Josef verhief (ca. 1715 v.C.) en in Egypte ontving Jakob en zijn zonen en hun families, Gen. 40 tot 50; Hand. 7:10, 13.

3.   De Farao die Jozef niet gekend had (ca. 1635 v.C.), hij onderdrukte de Israëlieten, en beval de mannelijke kinderen te doden; onder wiens bewind Mozes werd geboren, en wiens dochter hem als haar zoon adopteerde, Ex 1.

4.   De farao voor wie Mozes vluchtte toen hij volwassen was (ca. 1531 v.C.), Ex. 2.

5.   De Farao van de Exodus (ca. 1491 v.C.).

Na een periode van ongeveer 500 jaar tekst verwijst het O.T. naar:

6.   De farao wiens dochter Bitja was getrouwd met Mered, uit de stam van Juda, 1 Kron. 4:18.

7.   De farao wiens dochter was getrouwd met Salomo (ca. 1014 v.C.), 1 Kon. 3:1; 7:8, enz. Deze Farao veroverde en verbrandde de stad Gezer in Kanaän, en gaf de plaats aan zijn dochter, 1 Kon. 9:16

8.   De Farao die Hadad ontving, toen hij vluchtte van Salomo, en hem zijn schoonzus tot vrouw gaf (ca. 984 v.C.), 1 Kon. 11:14-22.

In het N.T. worden drie farao’s vermeld:

1.   De farao die ten tijde van Jozef, de zoon van Jacob, regeerde (Hand. 7:10-13; Gen. 40:1-50:26)

2.   De farao die ten tijde van Mozes aan de macht was (Hand. 7:18, 21; Hebr. 11:24)

3.   De farao tijdens de Uittocht (Rom. 9:17).

Namen en regeringsjaren

Namen van farao's en hun regeerjaren, 18e - 26e dynastie, 1539-525 v.C.[2]:

18e dynastie:

  • Ahmose 1539-1514 v.C.
  • Amenhotep I 1514-1493
  • Thoetmoses I 1493-1481
  • Thoetmoses II 1481-1479
  • Hatsjepsoet 1479-1458
  • Thoetmoses III 1479-1425
  • Amenhotep II 1427-1400
  • Thoetmoses IV 1400-1390
  • Amenhotep III 1390-1352
  • Amenhotep IV 1352-1336
  • Smenchkare 1338-1336
  • Toetanchamon 1336-1327
  • Eje 1327-1323
  • Horemheb 1323-1295

19e dynastie:

  • Ramses I 1295-1294
  • Seti I 1294-1279
  • Ramses II 1279-1213
  • Merenptah 1213-1203
  • Amenmesse 1203-1200
  • Seti II 1200-1194
  • Ramses Sipta 1194-1188
  • Twosret 1188-1186

20e dynastie:

  • Sethnachte 1186-1184
  • Ramses III 1184-1153
  • Ramses IV 1153-1147
  • Ramses V 1147-1143
  • Ramses VI 1143-1136
  • Ramses VII 1136-1129
  • Ramses VIII 1129-1126
  • Ramses IX 1126-1108
  • Ramses X 1108-1098
  • Ramses XI 1098-1069

21e dynastie:

  • Smendes 1069-1043
  • Amenemnisoe 1043-1039
  • Psoesennes I 1039-991
  • Amenemope 993-984
  • Osorkon de oudere 884-978
  • Siamoen 978-959
  • Psoesennes II 959-945

22e dynastie:

  • Sjosjenk I (Sisak) 945-924
  • Osorkon I 924-889
  • Sjosjenk II 890
  • Takelot 889-874
  • Osorkon II 874-850
  • Takelot II 850-825
  • Sjosjenk III 825-773
  • Osorkon III 878-759
  • Sjosjenk IV 783-777
  • Pinay 773-767
  • Sjosjenk V 767-730
  • Osorkon IV 730-716

25e dynastie:

  • Sjabaka 716-702
  • Sjebitkoe 702-690
  • Taharka 690-664
  • Tanoetamon 664-656

26e dynastie:

  • Necho I 672-664
  • Psammetichus I 664-610
  • Necho II 610-595
  • Psammetichus II 595-589
  • Apriës (Hofra) 589-570
  • Amasis 570-526
  • Psammetichus III 526-525

Bronnen

A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. Pharao. Hieruit is op 27 dec. 2012 tekst genomen, vertaald en verwerkt.

Stichting De Oude Wereld, Tijdlijn (2009). Bevat namen en regeringsjaren van farao's.

Voetnoten

  1. 1,0 1,1 ‘Farao’, in: Microsoft ® Encarta ® Winkler Prins Encyclopedie 2007. © 1993-2006 Microsoft Corporation/Het Spectrum.
  2. Namen en dateringen ontleend aan Stichting De Oude Wereld, Tijdlijn (2009).