Galatenbrief/Commentaar/Hoofdstuk 3

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Galatenbrief:


Hoofdstuk 3 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Gal. 3:17

Ga 3:17  En dit zeg ik: een verbond dat vroeger door God bekrachtigd is, maakt de wet die vierhonderddertig jaar later is gekomen niet krachteloos om de belofte te niet te doen. (Telos)

Vierhonderdertig jaar later. Na de belofte aan Abraham gedaan. Dat is misschien de periode 1902 - 1472 (zie Chronologie: Abraham tot de Uittocht).

Dertig jaren na deze belofte maakte God bekend dat Israël 400 jaar verdrukt zou worden.

Ge 15:13  Toen zeide Hij tot Abram: Weet voorzeker, dat uw zaad vreemd zal zijn in een land, dat het hunne niet [is], en zij zullen hen dienen, en zij zullen hen verdrukken vierhonderd jaren. (SV)

Gal. 3:26

Ga 3:26 want u bent allen zonen van God door het geloof in Christus Jezus. Ga 3:27 Want u allen die tot Christus bent gedoopt, hebt Christus aangedaan. Ga 3:28 Daar is geen Jood of Griek, daar is geen slaaf of vrije, daar is geen man of vrouw; want u bent allen een in Christus Jezus. (TELOS)

Ten opzichte van ons zoonschap en het aangedaan hebben van Christus, is er geen aanziens des persoons bij God. Jood of Griek, man of vrouw, alle gelovigen zijn zonen van God. Dit geldt ook voor de rechtvaardiging en de behoudenis. God rechtvaardigt mensen zonder onderscheid naar herkomst, maatschappelijke stand of geslacht.

Ro 10:8 ... Dit is het woord van het geloof dat wij prediken: Ro 10:9  dat, als u met uw mond Jezus als Heer zult belijden en met uw hart geloven dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, u behouden zult worden. Ro 10:10  Want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis. Ro 10:11  Want de Schrift zegt: ‘Ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden’.  Ro 10:12 Want er is geen onderscheid tussen Jood en Griek, want dezelfde Heer van allen is rijk jegens allen die Hem aanroepen: Ro 10:13  ‘want ieder die de naam van de Heer zal aanroepen, zal behouden worden’. (TELOS)

In Zijn vergeldingsrecht is er evenmin aanzien des persoons:

Ro 2:9 Verdrukking en benauwdheid over elke ziel van een mens die het kwade werkt, eerst van de Jood en ook van de Griek; Ro 2:10 maar heerlijkheid, eer en vrede voor ieder die het goede werkt, eerst voor de Jood en ook voor de Griek; Ro 2:11 want er is geen aanzien des persoons bij God. (TELOS)

Hij is onpartijdig. Als Rechter trekt hij de Jood niet voor de Griek, begunstigt Hij de Jood niet boven de Griek.