Handelingen 13

Uit Christipedia

Handelingen 13 is een hoofdstuk van Handelingen van de Apostelen, een geschrift in de Bijbel, en telt 52 verzen.

Hoofdstukken van Handelingen van de Apostelen samengevat en/of becommentarieerd: · 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16 · 17 · 18 · 19 · 20 · 21 · 22 · 23 · 24 · 25 · 26 · 27 · 28
Verzen van Handelingen 13 becommentarieerd: · 1 · 6 · 8 · 14 · 15 · 16 · 19 · 20 · 23 · 24 · 25 · 26 · 27 · 29 · 31 · 33 · 38 · 42 · 43 · 44 · 45 · 47 · 48 · 49 · 50 · 51 · 52

Samenvatting

1-3 Barnabas en Saulus worden door de Heilige Geest uitgezonden (de eerste zendingsreis van Paulus begint). 4-12 Op Cyprus wordt de weerstrevende duivelskunstenaar Barjezus met tijdelijke blindheid geslagen en komt de stadhouder Sergius Paulus tot geloof. 13 In Perge scheidt Johannes Markus zich af. 14-41 Paulus’ evangelieverkondiging in de synagoge te Antiochië in Pisidië. 42-45 Reacties op de boodschap. 46-52 Paulus en Barnabas verdreven.

1

1 Er waren nu in Antiochie, in de gemeente die daar was, profeten en leraars: Barnabas, Simeon, Niger geheten, Lucius van Cyrene, Manahen, de jeugdvriend van Herodes de viervorst, en Saulus. (Telos) 

De jeugdvriend. NBV'04: "jeugdvriend". Statenvertaling, Vissering, Voorhoeve-1877: "met ... opgevoed". Herziene Statenvertaling: "met ... opgegroeid". Vulgaat: conlactaneus = zoogbroeder, d.w.z. door dezelfde vrouw gevoed, hier Manahem en Herodes. Sommige Nederlandse vertalingen hebben 'zoogbroeder' (Canisius, Jonge, Leidse vertaling, Naardense vertaling, NBG51-vertaling, Voorhoeve). Leuvense Bijbel: "medevoedsterling". Luther: "met ... opgevoed" ( "mit ... erzogen").

Het Griekse woord is συνθροφος, suntrophos (klemtoon op -sun-), een bijvoeglijk naamwoord met deze betekenissen[1]: 1. met iemand gevoed; 2 samen opgevoed; 3. metgezel uit iemands kinderjaren en jeugd.

Het bijvoeglijk naamwoord komt van συντρεφω, suntrephoo = tezamen voeden of opvoeden, [tezamen opgevoed]; "ook wel in ruimere betekenis: met hem opgegroeid, door omgang en verkeer nauw met hem verbonden, zijn vriend of vertrouweling"[2].

Zowel 'jeugdvriend' als 'zoogbroeder' en 'met ... opgevoed' zijn aanvaardbare vertalingen.

Herodes de viervorst. D.i. Herodes Antipas, een zoon van Herodes de Grote en de moordenaar van Johannes de Doper.

6

6 Toen zij nu het hele eiland waren doorgegaan tot Pafos toe, vonden zij een man, een magiër, een valse profeet, een Jood wiens naam Barjezus was; (Telos)

Een magiër. Gr. magos = magiër. Zo ook in vers 8. Ook de wijzen uit het Oosten, die de koning der Joden opzochten, waren magiërs.

8

8 Elymas, de magiër, echter (want zo wordt zijn naam vertaald) weerstond hen en trachtte de proconsul van het geloof afkerig te maken. (CP[3])  

Elymas de magiër. Zie vs. 8. Elymas is een Aramese naam en betekent "wijze, magiër", evenals het Griekse 'magos', dat in de brontekst voorkomt; zie Elymas. Deze 'wijze' man was echter occult belast, zijn 'wijsheid' was duivels. Vandaar 'tovenaar' (vgl. vers 6) in verscheidene Nederlandse vertalingen.

14

14 Zij nu gingen van Perge verder en kwamen in het Pisidische Antiochië aan; en zij gingen in de synagoge op de sabbatdag en namen plaats. (Telos) 

Op de sabbatdag. Zie vs. 42.

15

15 En na het lezen van de wet en de profeten zonden de oversten van de synagoge een boodschap tot hen en zeiden: Mannen broeders, als u een woord van bemoediging voor het volk hebt, zegt het. (Telos) 

Mannen broeders. Vs. 26, 38. Vs. 16: "mannen van Israël".

16

16 En Paulus stond op, wenkte met de hand en zei: Mannen van Israel, en u die God vreest, hoort: (Telos) 

En u die God vreest. Een tweede groep toehoorders; zie ook vs. 26 en 43. Het gaat om niet-Israëlieten, niet-Joden, genoemd 'proselieten'.

19

19 en na zeven volken te hebben uitgeroeid in het land Kanaän, gaf Hij hun land hun ten erfdeel, (Telos) 

Zeven volken.

De 7:1 Wanneer u de HEERE, uw God, zal gebracht hebben in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven; en Hij vele volken voor uw aangezicht zal hebben uitgeworpen, de Hethieten, en de Girgasieten, en de Amorieten, en de Kanaänieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, zeven volken, die meerder en machtiger zijn dan gij; (SV)

20

20 dit is totaal ongeveer vierhonderdvijftig jaar. En daarna gaf Hij richters, tot op Samuel, de profeet. (Telos) 

Ongeveer vierhonderdvijftig jaar. Welke periode wordt precies bedoeld? Gezien vs. 17 kan men de periode laten beginnen met de verkiezing van God van de vaders van het volk Israël. De verkiezing begon met de roeping van Abraham. Op de vraag naar de periode zijn verschillende antwoorden gegeven:

  • De roeping van Abraham tot aan de richterentijd[4].
  • De geboorte van Izak tot het begin van de richterentijd[5].
  • De uittocht uit Egypte tot de dood van Samuël[5]. Tegenwerping: "daarna gaf Hij richters" lijkt te verwijzen op de tijd na de 450 jaar.
  • De som van de in het boek Richteren genoemde perioden, inclusief de veertig jaren dat Eli Israël richtte[6]. Tegenwerping: "daarna gaf Hij richters" lijkt erop te verwijzen dat de periode 450 jaar vóór de richterentijd was.
  • Het openbaar optreden van Mozes met de dood van een Egyptenaar in 1526 v. Chr. (Exodus 2:11-12) tot de kroning van Saul tot koning (ca 1076 v. Chr.). Mozes zou toen volwassen en ca 26 jaar oud zijn geweest. (Volgens Hand. 7:23-24 was Mozes toen 40 jaar oud.) Werd hij door het doden van de Egyptenaar door Paulus misschien gezien als de eerste door God beschikte richter van het volk Israël? Tegenwerping: "daarna gaf Hij richters" lijkt erop te verwijzen dat de periode 450 jaar vóór de richterentijd was.
  • Geboorte van Mozes tot aan Samuels richterschap. Tijdens de slag bij Afek en het overlijden van Eli volgde Samuel Eli op als priester (ca 1106 v. Chr). Na de slag bij Mizpa (ca 1085) trad Samuel ook op als richter. Rekent men zijn periode van priesterschap niet mee, dan zou het kunnen betekenen dat Paulus Gods speciale bemoeienis met de uitleiding uit Egypte laat beginnen met de bijzondere omstandigheden rondom de geboorte van Mozes. Tegenwerping: "daarna gaf Hij richters" lijkt erop te verwijzen dat de periode 450 jaar vóór de richterentijd was.

23

Handelingen 13:23  Van diens nageslacht heeft God naar de belofte aan Israël een Heiland gebracht, Jezus, (Telos)

2 Samuël 7: 12 Wanneer uw dagen zullen vervuld zijn, en gij met uw vaderen zult ontslapen zijn, zo zal Ik uw zaad na u doen opstaan, dat uit uw lijf voortkomen zal, en Ik zal zijn koninkrijk bevestigen.

Jesaja 11: 1 Want er zal een Takje voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isaï, en een Scheut uit zijn wortelen zal vrucht voortbrengen. 2 En op Hem zal de Geest van Jahweh rusten, de Geest van wijsheid en van verstand, de Geest van raad en van sterkte, de Geest van kennis en van vreze van Jahweh.

24

24  nadat Johannes tevoren, voor zijn optreden, de doop van bekering had gepredikt aan het hele volk Israel. (Telos) 

Voor zijn optreden. Dat van Johannes de Doper.

25

25 Toen nu Johannes zijn loop voleindigde, zei hij: ‘Wat denkt u dat ik ben? Ik ben het niet; maar zie, na mij komt Hij Wie ik niet waard ben de sandaal van zijn voeten los te maken’. (Telos) 

Ik ben het niet. Niet 'de profeet' die door Mozes was voorzegd, niet de Christus.

Na mij komt Hij. Zowel de oudtestamentische profeten als deze grote profeet, Johannes de Doper, voorzegden de komst van de Christus.

26

26 Mannen broeders, zonen van Abrahams geslacht, en die onder u God vrezen, tot ons is het woord van deze behoudenis gezonden. (Telos) 

En die onder u God vrezen. Zie vs. 16, 43.

27

27 Want zij die in Jeruzalem wonen en hun oversten hebben Hem niet gekend, en de stemmen van de profeten, die op elke sabbat gelezen worden, hebben zij door Hem te veroordelen vervuld; 

Zij die in Jeruzalem wonen en hun oversten. Niet alle Joden in heel Israël.

De stemmen van de profeten. Zoals de stem van de profeet Jesaja in hoofdstuk 53 van zijn boek.

29

29 Toen zij nu alles hadden volbracht wat over Hem geschreven stond, namen zij Hem van het hout af en legden Hem in een graf. (Telos) 

Toen zij nu alles hadden volbracht wat over Hem geschreven stond. In onwetendheid. Wat over de Christus geschreven stond werd volbracht door 1. Jezus Zelf; 2. door zijn vijanden.

Lu 12:50  Ik moet echter met een doop worden gedoopt, en hoe benauwt het Mij, totdat het is volbracht. (Telos)

Lu 18:31  Hij nu nam de twaalf tot Zich en zei tot hen: Zie, wij gaan op naar Jeruzalem en alles wat door de profeten is geschreven, zal aan de Zoon des mensen worden volbracht. (Telos)

Joh 19:28  Hierna zei Jezus, die wist dat nu alles was volbracht, opdat de Schrift werd vervuld: Ik heb dorst! (...) Joh 19:30  Toen Jezus dan de zure wijn had genomen, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog zijn hoofd en gaf zijn geest over. (Telos)

Het volbrengen door Jezus en dat door zijn vijanden zijn "twee kanten van dezelfde medaille". Namen zij enz. Jozef van Arimathea ontving op bevel van Pilatus het lichaam van Jezus.

Mt 27:58  Deze kwam naar Pilatus en vroeg om het lichaam van Jezus. Toen beval Pilatus het hem te geven. Mt 27:59  En Jozef nam het lichaam, wikkelde het in een rein stuk linnen Mt 27:60  en legde het in zijn nieuwe graf, dat hij in de rots had uitgehouwen; en na een grote steen voor de ingang van het graf gewenteld te hebben ging hij weg. (Telos)

Joh 19:38 Hierna nu vroeg Jozef van Arimathea, die een discipel van Jezus was, maar in het geheim uit vrees voor de Joden, aan Pilatus het lichaam van Jezus te mogen wegnemen; en Pilatus stond het toe. Hij kwam dan en nam zijn lichaam weg. Joh 19:39  En ook Nicodemus, die eerst ‘s nachts tot Hem was gekomen, kwam met een mengsel van mirre en aloe, ongeveer honderd pond. Joh 19:40  Zij namen dan het lichaam van Jezus en bonden het in linnen doeken met de specerijen, zoals de Joden de gewoonte van begraven hebben. Joh 19:41  Nu was er op de plaats waar Hij was gekruisigd een tuin, en in de tuin een nieuw graf waarin nog nooit iemand was gelegd.  Joh 19:42  Daar legden zij dan Jezus wegens de voorbereiding van de Joden, omdat het graf dichtbij was. (Telos)

Pilatus "stond het toe" (Joh. 19:38) en "beval" het lichaam van Jezus te geven aan Jozef van Arimathea (Mt. 27:58). Misschien dat een of meer soldaten, al of niet samen met een of meer discipelen, het lichaam van Jezus van het kruis hebben afgenomen.

31

31 en vele dagen lang is Hij verschenen aan hen die met Hem waren opgegaan van Galilea naar Jeruzalem, die nu zijn getuigen zijn bij het volk. (Telos) 

Aan hen die met Hem waren opgegaan van Galilea naar Jeruzalem.

Handelingen 10: 41 niet aan het hele volk, maar aan getuigen die door God tevoren verkozen waren, aan ons die met Hem hebben gegeten en gedronken, nadat Hij uit de doden was opgestaan.

Johannes 16:19  Jezus wist dat zij Hem dit wilden vragen en zei tot hen: Daarnaar zoekt u met elkaar, dat Ik gezegd heb: Een korte tijd, en u aanschouwt Mij niet; en nog eens een korte tijd en u zult Mij zien? Johannes 16:20  Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u dat u zult wenen en weeklagen, maar de wereld zal zich verblijden; u zult bedroefd zijn, maar uw droefheid zal tot blijdschap worden. (Telos)

Vele dagen lang. Te weten veertig dagen, van zijn opstanding tot zijn hemelvaart.

33

Handelingen 13:33  zoals ook in de tweede Psalm geschreven staat: ‘U bent mijn Zoon, heden heb ik U verwekt’. (Telos)

De aanhaling stamt uit Psalm 2 en komt ook voor in:

Hebreeën 1: 5 Want tot wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: ‘U bent mijn Zoon, Ik heb U heden verwekt’? En opnieuw: ‘Ik zal Hem tot Vader zijn, en Hij zal Mij tot Zoon zijn’?

Hebreeën 5: 5 Zo heeft ook Christus niet Zichzelf verheerlijkt om hogepriester te worden, maar Hij die tot Hem gesproken heeft: ‘U bent mijn Zoon, Ik heb U heden verwekt’.

38

38 U zij dan bekend, mannen broeders, dat door Deze u vergeving van zonden wordt verkondigd (Telos) 

Mannen broeders. Ook in vs. 26, 15.

42

42 Toen zij nu naar buiten gingen, smeekten zij dat op de volgende sabbat deze woorden tot hen zouden worden gesproken. (Telos)  

De volgende sabbat. Zie vs. 14.

43

43 En toen de synagoge was uiteengegaan, volgden vele van de Joden en van de godsdienstige proselieten Paulus en Barnabas, die tot hen spraken en hen vermaanden bij de genade van God te blijven. (Telos) 

Vele van de Joden. Maar niet alle, zie vs. 45.

En van de godsdienstige proselieten. Zie vs. 16 en 26.

Bij de genade van God te blijven. En niet alleen op eigen vermogen te vertrouwen of door werken van de wet een eigen gerechtigheid trachten op te richten.

44

44 Op de volgende sabbat nu kwam bijna de hele stad samen om het woord van de Heer te horen. (Telos) 

Het woord van de Heer. Zie vs. 48.

45

45 Toen de Joden echter de menigten zagen, werden zij met jaloersheid vervuld en spraken dat wat door Paulus werd gesproken, lasterend tegen. (Telos)   

De Joden enz. Niet alle Joden, zie vs. 43.

47

47 Want zo heeft de Heer ons geboden: ‘Ik heb u gesteld tot een licht van de volken, opdat u tot behoudenis bent tot aan het einde van de aarde’. (Telos) 

U. Enkelvoud.

Hnd 26:17  terwijl Ik je wegneem uit het volk en uit de volken, tot welke Ik je zend om hun ogen te openen, Hnd 26:18  opdat zij zich bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht van satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden ontvangen door geloof in Mij. (Telos)

48

48 Toen nu de volken dit hoorden, verblijdden zij zich en verheerlijkten het woord van de Heer en allen geloofden die tot het eeuwige leven bestemd waren; (Telos) 

Het woord van de Heer. Zie vs. 44, 49.

49

49 en het woord van de Heer werd door het hele land verbreid. (Telos)  

Het woord van de Heer. Zie vs. 48, 44.

Het hele land. Het land Pisidië. Paulus en Barnabas doorreisden Pisidië, zie 14:24.

Handelingen 14: 24 En na Pisidië te hebben doorreisd kwamen zij in Pamfylië.

50

50 De Joden echter stookten de aanzienlijke godsdienstige vrouwen en de voornaamsten van de stad op en verwekten een vervolging tegen Paulus en Barnabas en verdreven hen uit hun gebied. (Telos) 

De aanzienlijke godsdienstige vrouwen en de voornaamsten van de stad enz. Een gevestigde elite vreest onrust in hun gebied en neemt tegenmaatregelen. Hooggeplaatsten hebben meer moeite om zich te vernederen voor God.

1Co 1:26  Want kijkt naar uw roeping, broeders, dat er niet vele wijzen zijn naar het vlees, niet vele machtigen, niet vele aanzienlijken; 1Co 1:27  maar het dwaze van de wereld heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, 1Co 1:28  en het zwakke van de wereld heeft God uitverkoren om het sterke te beschamen, en het onaanzienlijke van de wereld en het verachte heeft God uitverkoren, en wat niets is, om wat iets is te niet te doen, 1Co 1:29  opdat geen vlees roemt voor God. (Telos)

51

51 Zij schudden echter het stof van hun voeten af tegen hen en kwamen in Iconium. (Telos) 

En kwamen in Iconium. Van Antiochië in Pisidië, zie kaart.

Ligging van Iconium in Lycaonië.

52

52 En de discipelen werden vervuld met blijdschap en met [de] Heilige Geest. (Telos) 

Ofschoon de verdrijving van Paulus en Barnabas bedroevend was, was er meer dan genoeg reden tot blijdschap. En de verdrijving bevestigde misschien - mede tot hun blijdschap - de waarschuwing wellicht gegeven door de apostelen, dat gelovigen vervolgd zouden worden.

Lu 11:49  Daarom ook heeft de wijsheid van God gezegd: Ik zal tot hen profeten en apostelen zenden, en van hen zullen zij er doden en vervolgen; (Telos)

Joh 15:20  Herinnert u het woord dat Ik tot u zei: Een slaaf is niet groter dan zijn heer. Als zij Mij hebben vervolgd, zullen zij ook u vervolgen; als zij mijn woord hebben bewaard, zullen zij ook het uwe bewaren. (Telos)

Bron

De tijdrekenkundige opvattingen over de 450 jaren die Paulus noemt zijn op 5 sept. 2022 ontleend aan een bijdrage van Willem de Visser in verband met de vraag wie de Egyptische farao was ten tijde van de Uittocht van de Israëlieten uit Egypte. Zie Farao van de Uittocht.

Voetnoten

  1. Grieks-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.
  2. D. Harting, Grieks Woordenboek op het Nieuwe Testament (1861-1863). Opgenomen als Grieks-Nederlands handwoordenboek op het Nieuwe Testament in Online Bible (uitgeverij Importantia).   
  3. Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Telos-vertaling.
  4. Bron: ChatGPT dd. 16 juni 2023. De vraag was: "Hoeveel jaren waren er verstreken van de roeping van Abraham tot de tijd van de richteren, in de Bijbelse geschiedenis." Het antwoord besluit: "Als we deze tijdsbestekken samenvoegen, kunnen we concluderen dat er ongeveer 450 jaar zijn verstreken vanaf de roeping van Abraham tot de tijd van de Richteren in de Bijbelse geschiedenis. Houd er echter rekening mee dat Bijbelse chronologieën soms variëren, en er zijn verschillende interpretaties mogelijk."
  5. 5,0 5,1 De kanttekeningen bij de Statenvertaling wijzen op die mogelijkheid.
  6. Bijbel met Uitleg (Apeldoorn 2015).