Handelingen van de Apostelen/Commentaar/Hoofdstuk 14

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Handelingen van de Apostelen:


Hoofdstuk 14 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Dit hoofdstuk beschrijft het laatste deel van de eerste zendingsreis: van Iconium, Lystra enz. naar Antiochië (Syrie).

Eerste zendingsreis van de apostel Paulus (Hand. 13:4-14:27), later gevolgd door een tweede en derde reis.

Route: Antiochië (Syrië)SeleuciëSálamisPafosPergeAntiochië (Pisidië)IconiumLystraDerbeLystraIconiumAntiochië (Pisidië)PergeAttalíaAntiochië (Syrië).

Paulus eerste zendingsreis-Access Foundation.jpg

14:1-7. Paulus en Barnabas doen Iconium aan. Velen komen tot geloof. De apostelen lopen echter gevaar en vluchten naar Lycaonië. | 14:8-18. In Lystra wordt een kreupele door Paulus genezen. Hij en Barnabas worden daarom voor zekere Griekse goden gehouden. | 14:19-20. Joden overreedden de menigten tegen Paulus en Barnabas. Paulus overleeft een steniging. | 14:21-28. Na vele dispelen in Derbe gemaakt te hebben, keren Paulus en Barnabas, onderweg de zielen van discipelen versterkend, terug naar Antiochië (Syrië), het vertrekpunt van de zendingsreis, waar zij verhalen van wat God met hen gedaan heeft.

Hand. 14:1

Hnd 14:1 Het gebeurde nu in Iconium, dat zij samen in de synagoge van de Joden gingen en zo spraken dat een grote volksmenigte, zowel van Joden als van Grieken, geloofde. (TELOS)

Zij samen. Dit zijn Paulus en Barnabas. Vergelijk:

Hnd 13:43 En toen de synagoge was uiteengegaan, volgden vele van de Joden en van de godsdienstige proselieten Paulus en Barnabas, die tot hen spraken en hen vermaanden bij de genade van God te blijven. (TELOS)

Hand. 14:3

Hnd 14:3 Zij bleven dan geruime tijd met vrijmoedigheid spreken over de Heer, die getuigenis gaf aan het woord van zijn genade door te geven dat tekenen en wonderen door hun handen gebeurden. (TELOS)

Het woord van zijn genade. Het evangelie is een woord van genade.

Hnd 13:43 En toen de synagoge was uiteengegaan, volgden vele van de Joden en van de godsdienstige proselieten Paulus en Barnabas, die tot hen spraken en hen vermaanden bij de genade van God te blijven. (TELOS)

Hand. 14:9

Hnd 14:9 Deze hoorde Paulus spreken; die keek hem aandachtig aan, en daar hij zag dat hij geloof had om gezond te worden

Gezond. Of "behouden", zoals de Telos-vertaling zegt. Beide vertalingen zijn mogelijk. "Gezond" ligt hier voor de hand.

Hand. 14:20

Hnd 14:20 Toen de discipelen hem echter omringden, stond hij op en ging de stad binnen. En de volgende dag vertrok hij met Barnabas naar Derbe. (TELOS)

Hand. 14:21. In Derbe

Hnd 14:21 En nadat zij aan die stad het evangelie hadden verkondigd en vele discipelen hadden gemaakt, keerden zij terug naar Lystra, naar Iconium en naar Antiochie (TELOS)

Vele discipelen hadden gemaakt. De Heer Jezus heeft de apostelen opgedragen discipelen te maken.

Mt 28:19 Gaat dan heen, maakt alle volken tot discipelen, hen dopend tot de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest en hen lerend te bewaren alles wat Ik u heb geboden. (TELOS)

Hand. 14:22

Hnd 14:22 en versterkten de zielen van de discipelen, terwijl zij hen vermaanden in het geloof te blijven en dat wij door vele verdrukkingen het koninkrijk van God moeten binnengaan. (TELOS)

Versterkten de zielen van de discipelen. Vergelijk:

Hnd 18:23 En nadat hij daar enige tijd had doorgebracht, ging hij weg en doorreisde achtereenvolgens het land van Galatie en Frygie en versterkte alle discipelen. (TELOS)

De discipelen werden onder meer versterkt door Paulus' vermaning in het geloof te blijven en door de voorzegging van de vele verdrukkingen die hen te wachten stonden. De verdrukkingen zullen hen niet verrassen. Ze zijn voorbereid en daardoor sterker gemaakt teneinde stand te houden.

1Jo 2:14 Ik heb u geschreven, vaders, omdat u Hem kent die van het begin af is. Ik heb u geschreven, jongelingen, omdat u sterk bent en het woord van God in u blijft en u de boze overwonnen hebt. (TELOS)

Zie ook Versterken.

Vermaanden in het geloof te blijven. Deze vermaning versterkte de discipelen.

Vergelijk:

Hnd 11:23 Toen hij daar aankwam en de genade van God zag, verblijdde hij zich en vermaande allen met het voornemen van hun hart bij de Heer te blijven. (TELOS)

Hnd 13:43 En toen de synagoge was uiteengegaan, volgden vele van de Joden en van de godsdienstige proselieten Paulus en Barnabas, die tot hen spraken en hen vermaanden bij de genade van God te blijven. (TELOS)

Col 1:21 En u, die er vroeger vreemd aan was en vijandig gezind was door uw boze werken, heeft Hij echter nu verzoend Col 1:22 in het lichaam van zijn vlees door de dood, om u heilig, onberispelijk en onstraffelijk voor Zich te stellen; Col 1:23 als u namelijk blijft in het geloof, gegrond en vast, en zich niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie dat u gehoord hebt, dat gepredikt is in de hele schepping die onder de hemel is, waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben. (TELOS)

Jds 1:20 Maar u, geliefden, terwijl u zichzelf opbouwt op uw allerheiligst geloof en bidt in de Heilige Geest, bewaart uzelf in de liefde van God (TELOS)

Aan het eind van zijn leven schreef Paulus "Ik heb het geloof behouden":

2Ti 4:7 Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop geëindigd, ik heb het geloof behouden. (TELOS)

Hand. 14:23

Hnd 14:23 Nadat zij nu voor hen in elke gemeente oudsten hadden gekozen, baden zij met vasten en droegen hen op aan de Heer in Wie zij hadden geloofd. (TELOS)

In elke gemeenten oudsten hadden gekozen. Een gemeente, een vergadering van gelovigen heeft oudsten nodig. Dit zijn gevorderde leerlingen van de Heer Jezus. En als al de leerlingen geestelijk 'jong' zijn, dan zal de voorkeur uitgaan naar een oudere wijze man.

Vasten. Vasten hadden wij ook vóór de aanvang van de zendingsreis gedaan.

Hnd 13:2 Terwijl zij nu de Heer dienden en vastten, zei de Heilige Geest: Zondert Mij nu Barnabas en Saulus af voor het werk waartoe Ik hen heb geroepen. (TELOS)

Droegen hen op aan de Heer. Dat gebeurde ook in Efeze.

Hnd 20:32 En nu draag ik u op aan God en aan het woord van zijn genade, die machtig is op te bouwen en het erfdeel te geven onder alle geheiligden. (TELOS)

Paulus en Barnabas waren bij hun vertrek uit Antiochië (Syrië) opgedragen aan de Heer.

Hnd 14:26 En vandaar voeren zij af naar Antiochie, waar zij aan de genade van God waren opgedragen voor het werk dat zij hadden volbracht. (TELOS)

Later zou Paulus opnieuw worden opgedragen.

Hnd 15:40 Paulus echter koos Silas en vertrok, aan de genade van de Heer opgedragen door de broeders. (TELOS)

Hand. 14:26

Hnd 14:26 En vandaar voeren zij af naar Antiochie, waar zij aan de genade van God waren opgedragen voor het werk dat zij hadden volbracht. (TELOS)

Voeren zij af naar Antiochië. Zij gingen niet weer via Cyprus.

Aan de genade van God waren opgedragen. In gebed waren zij bij hun vertrek opgedragen aan de Heer.

Hnd 13:3 Toen vastten en baden zij, legden hun de handen op en lieten hen gaan. (TELOS)

Later zou Paulus opnieuw worden opgedragen.

Hnd 15:40 Paulus echter koos Silas en vertrok, aan de genade van de Heer opgedragen door de broeders. (TELOS)

Paulus deed later aan anderen:

Hnd 20:32 En nu draag ik u op aan God en aan het woord van zijn genade, die machtig is op te bouwen en het erfdeel te geven onder alle geheiligden. (TELOS)

In de genade van God heeft Paulus verkeerd in de wereld en bij de discipelen.

2Co 1:12 Want dit is onze roem: het getuigenis van ons geweten, dat wij in eenvoudigheid en oprechtheid voor God, en niet in vleselijke wijsheid maar in de genade van God, hebben verkeerd in de wereld en in het bijzonder bij u. (TELOS)

1Co 15:10 Maar door de genade van God ben ik wat ik ben; en zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest, maar ik heb overvloediger gearbeid dan zij allen; maar niet ik, maar de genade van God met mij. (TELOS)

Hand. 14:27

Hnd 14:27 Toen zij nu daar waren aangekomen en de gemeente hadden vergaderd, berichtten zij alles wat God met hen had gedaan en dat Hij voor de volken een deur van geloof had geopend. (TELOS)

Vergaderd. Het gebezigde Griekse werkwoord is sunago. Ze hadden de discipelen samengebracht door hen uit te nodigen of op te roepen.

Berichtten zij alles wat God met hen had gedaan. Dit deed zij later in Jeruzalem.

Hnd 15:4 En in Jeruzalem aangekomen werden zij ontvangen door de gemeente, de apostelen en de oudsten; en zij berichtten alles wat God met hen had gedaan. (TELOS)

Voor de volken een deur van geloof geopend. De bedoelde volken zijn de niet-Joodse volken, of ook volken op andere plaatsen.

Een deur van geloof: de mogelijkheid om tot geloof te komen, of door het geloof in te gaan in het koninkrijk van God. God heeft de deur geopend. Vergelijk:

Hnd 11:18 Toen zei nu dit hoorden, hielden zij zich stil, en zij verheerlijkten God en zeiden: Dus ook aan de volken heeft God de bekering tot het leven gegeven. (TELOS)

Opb 3:8 Ik weet uw werken; zie, Ik heb een geopende deur voor u gegeven, die niemand kan sluiten; want u hebt kleine kracht en hebt mijn woord bewaard en mijn naam niet verloochend. (TELOS)

Iemand kan een deur worden geopend, vergelijk behalve Opb. 3:8 ook:

1Co 16:9 want een grote en krachtige deur is mij geopend en er zijn vele tegenstanders. (TELOS)

2Co 2:12 Toen ik nu in Troas kwam voor het evangelie van Christus en mij een deur geopend was in de Heer, had ik geen rust in mijn geest, daar ik mijn broeder Titus niet vond; (TELOS)

Col 4:3 en tevens voor ons bidt, dat God ons een deur voor het woord opent, om over de verborgenheid van Christus te spreken, ter wille waarvan ik ook gevangen ben; (TELOS)