Heiligen

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Heiligen (werkwoord) heeft deze betekenissen:

1. wijden aan, bestemmen (voor God). Een ding heiligen is het afzonderen van het gewone gebruik tot de dienst van God. Een persoon heiligen is hem wijden aan God.

God heiligde de zevende dag, waarop hij na zijn schepping gerust heeft.

Ex 20:11  Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde die. (HSV)

Israël moest zijn eerstgeborenen heiligen, aan God toewijden, aan Wie ze toebehoren.

Ex 13:1 Toen sprak de HEERE tot Mozes:  Ex 13:2  Heilig voor Mij alle eerstgeborenen: alles wat de baarmoeder opent onder de Israëlieten, van de mensen en van het vee, dat behoort Mij toe. (HSV)

De Israëlieten moesten de sabbatdag heiligen, die God geheiligd heeft. De dag moest afgezonderd worden van het gewone gebruik, van de gewone tijdsbesteding.

Ex 20:8  Gedenk de sabbatdag, dat [u] die heiligt. Ex 20:9  Zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen,  Ex 20:10  maar de zevende dag is de sabbat van de HEERE, uw God. [Dan] zult u geen enkel werk doen, u, noch uw zoon, noch uw dochter, [noch] uw dienaar, noch uw dienares, noch uw vee, noch uw vreemdeling die binnen uw poorten is. Ex 20:11  Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde die. (HSV)

Ook een zaak kan een andere zaak heiligen:

Mt 23:19  ... wat is groter: de gave of het altaar dat de gave heiligt? (Telos)

De gave is geheiligd door de gever, en deze heiliging wordt bekrachtigd of voltooid als het op het altaar komt.

2. in wederkerige vorm, zich heiligen: zich tot een zaak voorbereiden voor God, zich wijden aan een bepaalde zaak voor God.

Jozua kreeg van God de opdracht tot het volk te zeggen dat het zich moest heiligen.

Joz 7:13  Sta op, heilig het volk en zeg: Heiligt u tegen morgen, want, zo zegt de HERE, de God van Israel: er is een ban onder u, Israel, gij kunt geen stand houden voor uw vijanden, voordat gij de ban uit uw midden hebt verwijderd. (NBG51)

De Heer Jezus heeft Zichzelf geheiligd voor de discipelen, zich aan hen gewijd.

Joh 17:19  En Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd zijn door de waarheid.  Joh 17:20  En Ik vraag niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven, (Telos)

3. onheilige, onreine, ongoddelijke dingen van een mens wegnemen (hem louteren, reinigen), opdat hij geschikt is voor de dienst aan God.

Heb 9:13  Want als het bloed van bokken en stieren en de as van een jonge koe, gesprenkeld op de onheiligen, heiligt tot de reinheid van het vlees, (Telos)

Op de avond vóór zijn kruislijden bad de Heer Jezus de Vader om de discipelen te heiligen

Joh 17:16  Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben.  Joh 17:17  Heilig hen door de waarheid: uw woord is de waarheid.  Joh 17:18  Zoals U Mij in de wereld hebt gezonden, heb ook Ik hen in de wereld gezonden. (Telos)

Heb 2:11  Want en Hij die heiligt en zij die geheiligd worden, zijn allen uit een; daarom schaamt Hij Zich niet hen broeders te noemen en zegt: (Telos)

Gods naam heiligen

De Heer Jezus leerde zijn leerlingen te bidden:

Lu 11:2  Hij nu zei tot hen: Wanneer u bidt, zegt: Vader, moge uw naam worden geheiligd, uw koninkrijk komen. (SV)

De naam van God moet afgezonderd worden van het gewone gebruik van namen. Zo mag de naam van God niet ijdel gebruikt worden.

Ex 20:7  U zult de Naam van de HEERE, uw God, niet ijdel gebruiken, want de HEERE zal niet voor onschuldig houden wie Zijn Naam ijdel gebruikt. (HSV) De 5:11  U zult de Naam van de HEERE, uw God, niet ijdel gebruiken, want de HEERE zal niet voor onschuldig houden wie Zijn Naam ijdel gebruikt. (HSV)

"Gott mit uns" op een gesp van de Duitse weermacht.

De naam van God mag niet worden verbonden met verkeerde praktijk. Een voorbeeld. "God met ons" (Latijn: Nobiscum deus) was de strijdkreet van het latere Romeinse Rijk en het Byzantijnse Rijk. De woorden "God met ons" (Duits: Gott mit uns") werden gedragen op de gespen van de soldaten van het Duitse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog. (Leden van de Duitse SS hadden "Mijn eer is trouw" op hun gespen. Dit laatste motto is na de tweede Wereldoorlog in Duitsland en Oostenrijk strafbaar geworden).[1]

Daar de naam van een persoon staat voor de persoon zelf, houdt het heiligen van Gods naam ook het verlenen van een vooraanstaande plaats aan God in ons hart en leven. Vergelijk:

1Pe 3:15  maar heiligt Christus als Heer in uw harten, altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u rekenschap vraagt van de hoop die in u is, maar met zachtmoedigheid en vrees, (Telos)

Bronnen

Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000.

Gott mitt uns, nl.wikipedia.org. Enige tekst hiervan is onder wijziging verwerkt op 15 april 2020.

Voetnoot

  1. Sinds 1962 voert de Bundeswehr de woorden: Einigkeit, Recht, Freiheit op de gespen. De Duitse politie gebruikte het motto "Gott mit uns" tot in de jaren '70.) Zie https://de.wikipedia.org/wiki/Gott_mit_uns en https://nl.wikipedia.org/wiki/Meine_Ehre_hei%C3%9Ft_Treue