Hiram

Uit Christipedia
(Doorverwezen vanaf Huram)

Hiram (= edel), ook geschreven Chiram, is de eigennaam van twee mannen in de Bijbel. De bekendste van hen is de koning van Tyrus, die werklieden en materiaal naar Jeruzalem zond om het paleis van David en de tempel van Salomo te bouwen.

De Hebreeuwse naam is חירם, Chiyram, of חירום, Chiyrom, en betekent "edel". Het Strongnummer is 02438. De naam komt 24x voor in het Oude Testament.

De volgende twee mannen heetten Hiram:

Koning Hiram van Tyrus

Koning Hiram liet ceder- en dennenbomen van de Libanon brengen voor de bouw van Gods huis in Jeruzalem.

Hiram, ook genoemd Huram (2 Kron. 2, Statenvertaling) was koning van Tyrus. Hij hielp David bij de bouw van zijn huis (2 Sam. 5 : 11), en bleef hem gedurende diens gehele regering hartelijk genegen (1 Kon. 5: 11). Ofschoon in zijn land afgodendienst heerste, kende en prees Hiram toch de naam van Jahweh (2 Sam. 5: 7).

Hij wenste Salomo geluk bij diens troonsbestijging en sloot met hem een verdrag volgens hetwelk Hiram hem hout leverde tot de bouw van tempel en paleis, benevens een deel van de benodigde arbeiders en nog 120 talenten goud (1 Kon. 9 : 14); Salomo gaf hem behalve het vaste loon voor de arbeiders (2 Kron. 2: 10) ook wat hij voor zich en zijn gezin aan koren en olie nodig had (1 Kon. 5: 9, 11) en twintig veroverde steden in het noorden van Galilea; wel was Hiram hiermee niet tevreden, maar de broederlijke vriendschap werd er niet door verstoord (1 Kon. 9: 13). Ook de winstgevende handel ter zee, door Salomo op de Rode zee gedreven, werd door Hirams lieden geleid (1 Kon. 9: 26vv. ; 10: 11).

In zijn 34-jarige vreedzame regering deed Hiram veel voor het welzijn van zijn onderdanen en voor de versterking en verfraaiing van zijn hoofdstad.

Salomo moet ook een van zijn dochters gehuwd hebben (vgl. 1 Kon. 11 : 1).

Volgens sommigen is deze Hiram uit Salomo's tijd de oom en opvolger van de met David bevriende koning.

Bouwmeester Hiram

Hiram (1 Kon. 7:13v) of Huram-Abi (2 Kron. 2:13), ook geschreven Churam-abi, was de zoon van een Tyriër en een Hebreeuwse weduwe uit de stad Dan in Naftali, dus geboren uit een gemengd huwelijk.

Hij was de meest kundige bouwmeester van Salomo, zijn hoofdarchitect en opperbouwmeester voor de tempel in Jeruzalem. Hij was door koning Hiram van Tyrus gezonden. Deze boodschapte over hem aan koning Salomo:

2Kr 2:13 Welnu, ik stuur een wijze man, die inzicht heeft, Huram Abi. 2Kr 2:14 Hij is de zoon van een vrouw uit de dochters van Dan, en zijn vader is een man uit Tyrus, die bedreven is in het bewerken van goud, van zilver, van koper, van ijzer, van stenen en van hout, van roodpurper, van blauwpurper, van fijn linnen, en van karmozijnrood, en om allerlei graveringen aan te brengen, en om elk ontwerp te bedenken naar het hem aangegeven zal worden, samen met uw wijzen, en de wijzen van mijn heer, uw vader David. (HSV)

Bronnen

Hebreeuws-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.

H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Eerste deel A - J. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1867) s.v. Hiram I, Hiram II. Tekst hiervan is op 24 mei 2017 verwerkt.