Ismaël

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Ismaël is een eigennaam in de Bijbel, die verwijst naar:

  1. Ismaël, de zoon van Abram en Hagar de dienstmaagd van Sarai. Gen. 16:11-16; 17:18-26; 25:9-17; 28:9; 36:3; 1 Kron. 1:28-31. Zie hieronder.
  2. Ismaël, de zoon van Nethanja. Hij vermoordde de landvoogd Gedalja, 2 Kon. 23: 25; Jer. 41:1-2. Zie hieronder.
  3. Andere personen in Ezra en Kronieken. Zie hierna.

Naam. De naam Ismaël (Hebr. Jismaël) betekent 'God hoort'[1], ‘God zal horen’[2] of ‘wien God verhoort’[3]. De Engel van Jahweh zei tot Hagar: "U zult zijn naam Ismaël noemen, omdat de HEERE uw verdrukking aangehoord heeft" (Gen. 16:11), van het Hebreeuwse werkwoord samoa, ‘horen, verhoren’ en El, ‘God’.

Ismaël, de zoon van Hagar

Ismaël was de zoon van Abram en Sarai’s Egyptische dienstmaagd Hagar. Hij was via Abram een nakomeling van Sem.

Nageslacht van Sem

Belofte aan Hagar. Voordat hij werd geboren liep zijn moeder Hagar weg, omdat zij de vernedering door haar meesteres Sarai niet langer kon verdragen. De Engel van Jahweh verscheen aan haar, en gebood haar om terug te keren naar haar meesteres. Hij beloofde haar een talrijk nageslacht en onthulde haar dat ze zwanger was van een zoon, die zij de naam Ismaël moest geven. Voor de betekenis van de naam, zie hierboven. Ismaël zou een wilde man zijn. ‘een woudezel van een mens’ (Gen. 16:12). Zijn hand zou tegen allen zijn, en de hand van allen tegen hem.

Ismaël werd geboren toen zijn vader Abram 86 jaar oud was (Gen. 16:16).

Ismaël gezegend. Toen God aan Abraham beloofde, dat zijn vrouw Sara een talrijk nageslacht zou krijgen, bad Abraham dat Ismaël, die toen 13 jaar oud was, mocht leven voor Gods aangezicht. God antwoordde dat Hij zou Ismaël zegenen en zeer vermenigvuldigen. Ismaël zou ook twaalf vorsten verwekken, en God zou hem tot een grote natie maken. Desniettemin zou het verbond van God met Abraham door Izaäk voortgaan.
Ge 17:18  En Abraham zei tegen God: Och, zou Ismaël voor Uw aangezicht mogen leven! (...) Ge 17:20  Wat Ismaël betreft, heb Ik u verhoord. Zie, Ik heb hem gezegend en zal hem vruchtbaar maken en hem uitermate talrijk maken: twaalf vorsten zal hij verwekken en Ik zal hem tot een groot volk maken. Ge 17:21  Mijn verbond echter zal Ik met Izak maken, [de zoon] die Sara u volgend jaar op deze vastgestelde tijd zal baren. (HSV)
Toen Abraham zijn dienstmaagd Hagar en haar en zijn zoon Ismaël moest wegsturen, herhaalde God zijn belofte van een volk uit Ismaël, "omdat hij uw zaad is".
Ge 21:12  Maar God zeide tot Abraham: ... in Izak zal uw zaad genoemd worden. Ge 21:13  Doch Ik zal ook den zoon dezer dienstmaagd tot een volk stellen, omdat hij uw zaad [is]. (SV)
Ook aan Hagar, toen ze vreesde haar zoon in de woestijn te verliezen, beloofde God haar zoon tot "een groot volk" te stellen.
Ge 21:18  Sta op, hef den jongen op, en houd hem vast met uwe hand; want Ik zal hem tot een groot volk stellen. (SV)
Besnijdenis. Toen Ismaël 13 jaar oud was (Gen. 17:25) werd hij besneden. Zijn vader Abraham, 99 jaar oud (Gen. 17:24), zijn zoon en alle mannen van zijn huis werden besneden. In deze daad erkende de aartsvader in het geloof dat de zegen voor zijn natuurlijke zaad - de zegen van een talrijk nageslacht - niet kon worden verkregen door de kracht van het vlees.

Weggezonden. Ongeveer vier jaren werd Ismaël, ca. 17 jaar oud, met zijn moeder door Abraham weggezonden wegens huiselijke onaangenaamheden. Want op het 'grote feest', toen Izak, het kind geboren naar de Geest, was gespeend, spotte Ismaël, en Sarah smeekte Abraham zowel moeder als zoon weg te sturen. Dit was zwaar voor Abraham, maar ook God vond het nodig. Toen stond Abraham vroeg in de ochtend op, en na hen te hebben voorzien van wat brood en een fles water, stuurde hij hen weg.

Hagar en Ismaël in de woestijn.

Het water was spoedig op, en Hagar legde in haar wanhoop Ismaël onder een struik, en ging weg om haar zoon niet te zien sterven.

Hij zou met haar in de woestijn zijn omgekomen, als God niet in het uur van het gevaar hulp geboden had. De engel van God riep haar, toonde haar een bron, en het kind werd gered. God was met de jongen, want hij was het zaad van Abraham.

God met hem. God hoorde hem, toen hij smachtte in de woestijn, bewaarde hem en was met hem.
Ge 21:20  En God was met den jongen; en hij werd groot, en hij woonde in de woestijn, en werd een boogschutter. (SV)
Woonplaatsen. Ismaël woonde in de woestijn en werd een boogschutter (Gen. 21:20). In eerste instantie woonde hij in de woestijn van Berseba en daarna in de woestijn Paran (Gen. 21:21), een landstreek tussen Kanaän en de berg Sinaï.

Vrouw en kinderen. Zijn Egyptische moeder koos een Egyptische als vrouw voor hem. Zijn twaalf zonen worden vermeld, alsook hun woonplaatsen, naar hun volken.

Ismaël en Izaäk hebben hun vader Abraham begraven. Ismaël overleed in de ouderdom van 137 jaren. Veertien jaren later zou zijn dochter Máhalath huwen met zijn neef Ezau, de zoon van Izak (Gen. 28:9).

Israël 1905 - 1730 v.C.[4] > 1745 - 1598 v.C.
JakobIzakIsmaëlSarahAbraham

Nakomelingschap

Ismaël kreeg twaalf zonen (Gen. 25:12-16). Zij werden allen vorsten (Gen 25:16). Ismaël is het stamhoofd van de lsmaëlieten, daar onderscheidene Arabische volken door zijn twaalf zonen van hem afstamden: Nabatheërs, Kedarenen, ltureërs enz. (Gen. 25: 12-18; Ps. 83: 7) Hij is dus een stamvader van Arabische volken.

Nageslacht van Abraham
Zie Ismaëlieten voor het hoofdartikel

Typologie

Ismaël vertegenwoordigt typologisch het zaad van Abraham naar het vlees, in onderscheid van hen die door het geloof kinderen van Abraham zijn.

Meer weten

Willem J. Ouweneel, Zijn God en Allah dezelfde? Youtube.com: Groeien in Geloof, 20 sept. 2018. Duur: 1 uur 23 min. Onder de samenhang van Ismaël en de moslimwereld.

Ismaël, de zoon van Nethanja

Ismaël was de zoon van Nethanja en de kleinzoon van Elisama, derhalve uit koninklijk geslacht. Door Baälis, de koning der Ammonieten, liet hij zich als werktuig gebruiken, om Gedalja, door Nebukadnezar na de val van Jeruzalem als landvoogd aangesteld, verraderlijk om te brengen. Welke redenen buitendien lsmaël tot deze schanddaad gebracht mogen hebben, is niet zeker. Wellicht dweepzucht, daar Gedalja de vrede met de Chaldeeën wenste te bewaren, als het enig overgebleven middel, om aan gehele ondergang te ontkomen. Na voorts allen van het leven te hebben beroofd, die hij vreesde of op wie hij verbitterd was, nam hij naar Ammon de vlucht, door Johanan vervolgd, aan wie hij ternauwernood ontkomen kon.

Overigen

Overige personen in Ezra en Kronieken die Ismaël heten:

  1. een zoon van Johanan en een veldheer ten tijde van Jojada, die zich met deze hogepriester verbond, om aan Athalia het bewind te ontnemen, en Joas tot de koninklijke heerschappij te verheffen; 2 Kronieken 23:1.
  2. een zoon van Azel, een der nakomelingen van Saul, uit Jonathan; 1 Kron. 8:38; 9:44.
  3. de vader van Zebadja, een aanzienlijk beambte van de koning Josafat; 2 Kronieken 19:11.
  4. een van de priesters die vreemde vrouwen genomen hadden, Ezra 10:22.

Bron

S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Ismael. Hieruit is op 27 feb. 2013 tekst genomen en verwerkt.

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Hieruit is op 27 feb. 2013 tekst genomen en bewerkt.

A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. Ishmael. Hieruit is op 27 feb. 2013 tekst genomen, vertaald en verwerkt.

Voetnoten

  1. Volgens de Herziene Statenvertaling.
  2. Volgens A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. Ishmael
  3. Aldus S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Ismael. Van Ronkel was destijds hoofdonderwijzer aan een Joodse school en beëedigd vertaler.
  4. De jaartallen zijn meerendeels ontleend aan Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009). Ze zijn onzeker.