Jan Jacob Knap Czn.

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Jan Jacob Knap Czn. (1867-1945), schrijversnaam J.J. Knap Czn, was een predikant in de Hervormde Kerk te Groningen, die door zijn stichtelijke werken ver buiten zijn eigen kring bekend werd.

Knap sproot uit een predikantengeslacht, dat in drie generaties de kerk gediend hadt. Hij werd op 4 febr. 1867 geboren te Oldebroek, waar zijn vader predikant was, en studeerde aan de Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam.

25-jarig predikantschap in 1918. Foto in tijdschrift De Spiegel, 13 april 1918.

In 1890 werd hij kandidaat bij de Waalsche Commissie en werkte enige tijd in Frankrijk. Na zijn proponentsexamen voor de Waalsche commissie werd hij beroepbaar verklaard en 16 april 1893 deed hij zijn intrede als predikant bij de Waalsche gemeente te Maastricht. Reeds na een jaar vertrok hij in 1894 naar de Waalsche gemeente te Groningen.

In 1897 ging hij over tot de Ned. Herv. Kerk. Op 9 mei 1897 deed hij zijn intrede als predikant bij de Ned. Herv. Gemeente van Groningen, die hij gediend heeft tot aan zijn emeritaat. Hij behoorde tot de predikanten van Gereformeerde belijdenis. Op 1 mei 1936 vroeg en verkreeg hij eervol emeritaat.

Knap was een rijk begaafd en bijzonder begenadigd man. Zijn grote doofheid was hem bij zijn werk een ernstige handicap, maar dit gebrek belette niet, dat hij met grote opgewektheid arbeidde en een brede belangstelling had. Hij was een geliefd prediker, die in beeldende taal en met schilderende gebaren tot de gemeente sprak.

Maar vooral als schrijver was hij een figuur van betekenis. Door een ernstig hoorgebrek verhinderd om zijn arbeid in de gemeente naar wens te verrichten, heeft Knap heel veel met de pen gearbeid en een eerbiedwaardige reeks van stichtelijke werken hebben van zijn hand het licht gezien, waaronder Bijbelse dagboeken ("De lendenen omgord", "Avondzegen", "Geplukte aren"). In duizenden huisgezinnen is een Bijbels dagboek van Knap een vriend geweest, die elke dag woorden van troost en vermaan sprak. Tal van zijn boeken werden in het Duits en het Engels vertaald. Ook de bekende scheurkalender Maranatha is jarenlang door hem geredigeerd. De Maranathagedachte was trouwens in heel zijn prediking een levend en gezond element.

Door zijn geschriften verkreeg hij grote bekendheid. Er was iets warms, iets teers in zijn schrijven. De meditatie was een genre, dat hem bijzonder lag. Zijn taal was gezalfd; geen tale Kanaäns in de verkeerde zin van het woord, maar toch vrij van het streven om de gewone omgangstaal te gebruiken als de vertolking van de heiligste gedachten.

Hij redigeerde meer dan 20 Jaar zijn weekblad „Oude Paden", waarvan hij de hoofdredacteur was. Het was een "blad tot verspreiding van de gereformeerde beginselen".

Hij trad op als medewerker van de Vaandrager en schreef veel in de Herv. Kerkbode voor Groningen en de Ommelanden.

Op 78-jarigen leeftijd overleed hij plotseling op 20 juni 1945 te Groningen. Met hem was een zeer bekende persoonlijkheid in christelijke kringen in Nederland heengegaan.

Werken

"Persoonlijk is ons uit zijn groote serie werken het liefst de stichtelijke verklaring van de Gelijkenissen des Heeren. Daarin trilt soms een jubelende blijdschap over de allesvergevende liefde van den Heiland en tegelijk spreekt er de diepe ernst uit van den prediker, die weet, dat het Evangelie scheiding maakt met tot in de eeuwigheid reikende consequenties."

(Auteur van een overlijdensbericht betreffende J.J. Knap Czn., in: Friesch Dagblad, 23 juni 1945)

Onder meer:

  • In de velden van Efratha (1910)
  • Gelijkenissen des Heeren (1920)
  • De lendenen omgord
  • Avondzegen
  • Geplukte aren

Bronnen

Trouw, 28 juni 1945. Overlijdensbericht. Hiervan is tekst verwerkt op 27 aug. 2016.

De Standaard, 13 april 1943. Bericht over het gouden ambtsjubileum van Knap. Hiervan is tekst verwerkt op 27 aug. 2016. .

Friesch Dagblad, 23 juni 1945. Overlijdensbericht. Hiervan is tekst verwerkt op 27 aug. 2016.