Job (boek)/Hoofdstuk 37

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Job (boek):


Hoofdstuk 37 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Job 37:7

Job 37:7  Dan zegelt Hij de hand van ieder mens toe, opdat tot erkentenis komen al de lieden van Zijn werk. (CP[1])

Dan, in zulk een wintertijd, zegelt Hij de hand van ieder mens toe, zodat hij van de gewone arbeid rusten moet en zich in zijn woning voor de koude winden en de regen moet terugtrekken (vgl. vers 8), opdat tot erkentenis komen al degenen, die Hij geschapen heeft.[2]

Job 37:11

Job 37:11  Ook maakt hij de donkere wolken zwaar van vocht, en spreidt de wolk van Zijn licht uit. (CP[3])

De wolk van Zijn licht. De van weerlicht (bliksem) zwangere wolken[2].

Job 37:13

Job 37:13  Hetzij dat Hij die tot een roede, of tot Zijn land, of tot weldadigheid beschikt. (SV)

Die. Die onweerswolk.

Voetnoten

  1. Vertaling van Christipedia, gebaseerd op de Statenvertaling.
  2. 2,0 2,1 Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Job 37.  
  3. Vertaling van Christipedia