Juda (koninkrijk)

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Juda is, na de scheuring van het rijk Israël in het jaar 936 v.Chr., de naam van het zuidelijke rijk of Tweestammenrijk, het rijk van de twee stammen Juda en Benjamin.

Naam. De naam “Juda” komt van het stamgebied van de nakomelingen van Juda, één van de twaalf zonen van Jakob. De naam “Juda” betekent “lofprijs”, “hij voor wie de HEER geprezen wordt” (Gen. 29:34) of “die wordt geprezen” (Gen. 49:8). Van “Juda” is de naam jood afgeleid, Jer. 32:12; 34:9, 44 :  vgl. 2 Kon. 25:25, e. a.

Na de uiterst nadelige scheuring van het Israëlitische rijk na Salomo's dood, werden de twee stammen Juda en Benjamin, het rijk van Juda, naar deze grote en machtige stam genoemd. Na de scheuring zette zich het koningschap van Davids huis in Juda vast, dat nu als zelfstandig koninkrijk optreedt, in vereniging met de stam Benjamin, 1 Kron. 12:16, 29, 1 Kon. 12:20 v., 2 Kron. 11:1, met een deel der inwoners van Simeon, 2 Kron. 11:13 v., 15:9, 1 Kon. 12:17 en, een tijdlang, ook met een deel van Efraïm en Manasse, 2 Kron. 13:9, 15:8 v., 31:1, 6.

Na de wegvoering van de 10 stammen en na de Babylonische ballingschap staat "Juda" voor het hele land (Hagg. 1:1, 14; 2: 3).
Ligging van het koninkrijk Juda

Hoofdstad. De hoofdstad van het koninkrijk Juda was Jeruzalem, in 2 Kron. 25:28 genoemd "de stad van Juda".

Geschiedenis

De geschiedenis van het rijk van Juda telde 19 koningen en één koningin (zie hieronder), waarvan slechts Josafat, Hizkia en Josia in deugd en ijver voor de Godsdienst uitmuntten.

Tweemaal, onder Amazia en Achaz, werd Juda door Israël overweldigd, maar overigens bleek Juda wel tegen Israël opgewassen, ofschoon het echter nimmer die staatkundige betekenis verkreeg als het Noordelijke rijk.

In tegenstelling met Israël, waarin de troonwisselingen en omwentelingen menigvuldig waren, bleef in Juda het geslacht van David door geregelde troonsopvolging aan het bewind, en terwijl van de koningen van Israël geen enkele de Heer in waarheid vreesde, zijn er onder die van Juda mannen van uitnemende godsvrucht geweest.

Was reeds in 't 6de jaar van Hizkia's regering Israël weggevoerd naar Assyrië, spoedig begon ook Juda's macht te tanen. Josia, Manasse's kleinzoon trad als reformatiekoning op, maar hij kon het bederf van de volksgeest niet stuiten, zodat het oordeel van God niet kon uitblijven. Josia werd bij Megiddo door Farao Necho verslagen. Nadat Jojakim, zijn oudste zoon, door Necho koning gemaakt was, wordt Egypte met de daarna schatplichtige landen aan Babel onderworpen.

Na 3 jaren Babel gediend te hebben, rebelleert Jojakim tegen Nebukadnezar. Gevolg: eerste wegvoering, waarbij Daniël en de 3 jongelingen (606 v.C.).

Onder Jojachim, zijn zoon, heeft de tweede wegvoering plaats, waarbij Ezechiël (598 v.C.).

Zedekia, een jongere zoon van Josia, regeert, als vazal van Babel, 11 jaar: rebelleert, tegen Jeremia's waarschuwing in, ondertussen hulp verwachtend van Egypte. Na een beleg van 1,5 jaar bezwijkt Jeruzalem voor de Babylonische overmacht. Zedekia's zonen werden voor zijn ogen geslacht, daarna hij zelf blind gemaakt, en naar Babel verbannen. Derde wegvoering (588 v.C.). Alleen de armsten werden in het land overgelaten onder Gedalja als landvoogd, die echter reeds na 2 maanden werd vermoord.

Het rijk van Juda hield zich 134 jaren[1] langer staande dan dat van Israël.

Na de ballingschap verving de naam Joden die van Hebreeën (of Hebreeërs), omdat de meesten van de uit Babel teruggekeerden, van de stammen van het oude koningrijk van Juda waren.

Landschap

{{#widget:Vimeo| id=23769619|width=800|height=600}}
Video: Judese heuvellandschap; Bethlehem, Herodion, Hebron. Duur: 6 minuten. Engels gesproken. op Vimeo.com

Het Judese laagland (Hebr. 'Schefela') is het lagere heuvelachtige landschap tussen de bergen van Juda en het vroegere land der Filistijnen in de kustvlakte.

{{#widget:Vimeo| id=23768474|width=800|height=600}}
Video: Judese heuvellandschap; Bethlehem, Herodion, Hebron. Duur: 8 minuten. Engels gesproken. op Vimeo.com

Koningen van Juda

Over het koninkrijk van Juda hebben twintig koningen geregeerd, van de 10e tot de 6e eeuw v.C., van 930 - 586 v.C. Na de scheuring van het ongedeelde (12 stammen-) rijk Israël was Rehabeam de eerste koning van Juda, het rijk van de stammen Juda en Benjamin. Zedekia was de laatste koning, tot de verwoesting van Jeruzalem in 586 v.C. 

  1. Rehabeam
  2. Abia
  3. Asa
  4. Josafat
  5. Joram
  6. Ahazia
  7. Athalia
  8. Joas
  9. Amazia
  10. Uzzia
  11. Jotham
  12. Achaz
  13. Hizkia
  14. Manasse
  15. Amon
  16. Josia
  17. Joahaz
  18. Jojakim
  19. Jojachin
  20. Zedekia

Bronnen

Voor de eerste versie van dit lemma is gebruik gemaakt van tekst uit Christelijke Encyclopaedie voor het Nederlandsche Volk s.v. Juda. Kampen: Kok, 1925.

S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen, naar hunne eerste spelling en oorspronkelijke uitspraak met eene korte beschrijving de personen, landen en plaatsen, in het Oude Testament voorkomende, en voor het grootste gedeelte ook etymologisch behandeld. (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Juda. Hieruit is op 14 dec. 2020 tekst genomen en onder wijziging verwerkt.

Voetnoot

  1. S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen, naar hunne eerste spelling en oorspronkelijke uitspraak met eene korte beschrijving de personen, landen en plaatsen, in het Oude Testament voorkomende, en voor het grootste gedeelte ook etymologisch behandeld. (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Juda.