Kirjath-Jearim

Uit Christipedia
(Doorverwezen vanaf Kirjat-Jearim)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Kirjath-Jearim (= Bossenstad) was een stad in Juda.

Naam. Het Hebreeuwse woord is יערים קרית, Kirjath Jeariem, en betekent "bossenstad", “stad met bossen". De naam komt 20x voor in het Oude Testament. Het Strongnummer is 07157. Haar oudste naam was Baäla.

1Kr 13:6 Toen trok David met heel Israël naar Baäla, dat is naar Kirjath-Jearim, dat aan Juda toebehoort, .... (HSV)

Deze naam komt voor in de verschillende vormen: Baäl, Baälim Juda, Kirjath-Baal. Haar nieuwe naam was Kirjath-Jearim, ook Jaär geschreven. De stad werd ook ‘Kirjath’, Kirjath-Arim’, ‘Kirjath-baäl’ of ‘Baälah’ genoemd.

Joz 18:14 Daarna loopt de grens met een boog en buigt hij langs de westzijde af in zuidelijke richting, vanaf de berg die in het zuiden tegenover Beth-Horon ligt. Zijn eindpunt ligt bij Kirjath-Baäl (dat is Kirjath-Jearim), een stad van de nakomelingen van Juda. Dit is de westkant. (HSV)

Ligging van Kirjath Jearim in Juda, op de zuidwestgrens met Benjamin.

Ligging. De stad lag op de top van een heuvel die nu Der el Azar heet en het nu Aboe Rosj geheten dorp Kirjat el Inab (= Druivenstad).

Door haar ligging beheerst ze het brede dal, dat vroeger Sorek-dal, nu Wadi es-Sarar heet, het dal, waardoor de Filistijnen tegen het bergland van Israël plachten op te trekken langs Bet-Semes, Zora en Estaol, het dal, waarin Simsons eerste gevechten plaats vonden.

Kefira lag in het stamgebied van Juda, op de noordgrens van Juda en op de zuidwestelijke grens van Benjamin.

Zij lag 3 km[1] ten zuiden van Kefira, vóór Israël een eveneens een stad der Gibeonieten. Volgens Eusebius lag zij 15 km van Jeruzalem.

Terassen. Zoals bij Kefira verhogen ook hier vele terrassen op de helling van de heuvel de militaire waarde van de stad.

Inwonertal. De stad kan ten tijde van Jozua ongeveer eenzelfde aantal inwoners gehad heb­ben als Kefira, ca. 1500 zielen[2].

Geschiedenis. De stad was eertijds een bezitting van de Gibeonieten en werd daarna aan Juda toegewezen.


Hier werd de ark van het verbond gedurende enige tijd bewaard, totdat David haar naar Jeruzalem deed brengen.

1Sa 6:21 Zij stuurden boden naar de inwoners van Kirjath-Jearim om te zeggen: De Filistijnen hebben de ark van de HEERE teruggebracht; kom en haal hem op naar u toe. 1Sa 7:1 Toen kwamen de mannen van Kirjath-Jearim, haalden de ark van de HEERE en brachten die in het huis van Abinadab, op de heuvel; en zij heiligden zijn zoon Eleazar om voor de ark van de HEERE zorg te dragen. (HSV)

De profeet Uria, een tijdgenoot van de koning Jojakim, was uit deze stad afkomstig (Jer. 26:20).

Ook haar bewoners werden in ballingschap naar Babel weggevoerd.

De moderne stad Kirjath-Jearim is gebouwd op de vermoede plaats van de oude stad.

Bronnen

Hebreeuws-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst van het lemma 'Kirjat-Jearim' is op 8 sept. 2017 verwerkt.

  1. A. Noordtzij, Joh. de Groot, Des Heeren heirscharen. Premieboek bij de N.C.R.V.-kalender 1938. Blz. 33.
  2. A. Noordtzij, Joh. de Groot, Des Heeren heirscharen. Premieboek bij de N.C.R.V.-kalender 1938. Blz. 32-33.