Kolossenzenbrief/Hoofdstuk 4

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Kolossenzenbrief:


Hoofdstuk 4 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Col. 4:3

Col 4:3  en tevens voor ons bidt, dat God ons een deur voor het woord opent, om over de verborgenheid van Christus te spreken, ter wille waarvan ik ook gevangen ben; (Telos)

De verborgenheid van Christus. Het heil, de gelukzaligheid en de erfenis die God in Christus aanbiedt en die eeuwenlang onbekend, verborgen waren. Zie Verborgenheid.

Col 1:24 ... de gemeente, Col 1:25 waarvan ik een dienaar geworden ben overeenkomstig het rentmeesterschap van God dat mij gegeven is voor u, om het woord van God te voleindigen: Col 1:26 de verborgenheid, die van alle eeuwen en geslachten verborgen is geweest, maar die nu geopenbaard is aan zijn heiligen. Col 1:27 Aan hen heeft God willen bekend maken welke de rijkdom is van de heerlijkheid van deze verborgenheid onder de volken, welke is Christus in u, de hoop van de heerlijkheid.  Col 1:28 Hem verkondigen wij, ... (Telos)

Col. 4:18

Col 4:18  De groet met de hand van mij, Paulus. Denkt aan mijn gevangenschap. De genade zij met u. (Telos)

De groet met de hand van mij. Waarschijnlijk is deze groet geschreven door de apostel zelf, nadat hij het voorgaande gedicteerd had.

Denkt aan mijn gevangenschap. Paulus wil dat de Kolossers weet hadden van zijn omstandigheden (4:8). Hij verzoekt ook om voorbede voor hem (4:3).

De genade zij met u. Een heilwens die Paulus dikwijls in zijn brieven uitspreekt. Hij heeft ervaren hoe belangrijk die genade van God is voor het leven als christen.