Leviticus 1

Uit Christipedia

Leviticus 1 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd. De volgende hoofdstukken van Leviticus zijn op Christipedia samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Leviticus: 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 14.

Samenvatting

In het kort: de wet van het brandoffer. 1-2 Een woord van Jahweh tot inleiding, tot Mozes gesproken vanuit de tent der samenkomst. 3-9 Hij verordent, hoe een brandoffer moet worden gebracht als het bestaat uit een rund, 10-13 uit een stuk kleinvee (geit, schaap), 14-17 uit gevogelte (tortelduif of jonge duiven).

9

Le 1:9  Doch zijn ingewand en zijn poten zal men met water wassen; en de priester zal dat alles aansteken op het altaar; het is een brandoffer, een vuuroffer, tot een liefelijke reuk voor Jahweh. (CP[1])

Zijn ingewand en zijn poten zal men met water wassen. Zie ook bij de offergave van kleinvee, vs. 13. Symboliseert het wassen van die delen dat het binnenste van Jezus en zijn uitwendige handel en wandel rein waren?

10

Le 1:10  En indien zijn offerande is van klein vee, van schapen of van geiten, ten brandoffer, zal hij een volkomen mannetje offeren. (SV)

Een volkomen mannetje. Gaaf, zonder gebrek. Want Jezus was zodanig.

Joh 8:46  Wie van u overtuigt Mij van zonde? ... (Telos)

11

Le 1:11  En hij zal dat slachten aan de zijde van het altaar noordwaarts, voor het aangezicht des HEEREN; en de zonen van Aäron, de priesters, zullen zijn bloed rondom op het altaar sprengen. (SV)

Noordwaarts. Aan de noordkant ervan en daarmee tussen dit altaar en het wasbekken.

Noordzijde van het altaar (model).

13

Le 1:13  Doch het ingewand en de poten zal men met water wassen; en de priester zal dat alles offeren en aansteken op het altaar; het is een brandoffer, een vuuroffer, tot een liefelijke reuk voor Jahweh. (CP[1])

Het ingewand en de poten zal men met water wassen. Zie vs. 9.

14

Le 1:14  En indien zijn offerande voor den HEERE een brandoffer van gevogelte is, zo zal hij zijn offerande van tortelduiven, of van jonge duiven, offeren. (SV)

Jonge duiven. Want de Heer Jezus was betrekkelijk jong toen hij opgeofferd werd.

15

Le 1:15  En de priester zal die tot het altaar brengen, en hem de kop afknijpen, en op het altaar aansteken; en zijn bloed zal aan de wand van het altaar uitgedrukt worden. (CP[1])

En hem de kop afknijpen. Zo werd de duif gedood.

Johannes de Doper werd onthoofd in de gevangenis.

Mr 6:25  En zij ging terstond met haast naar binnen naar de koning en vroeg aldus: Ik wil dat u mij onmiddellijk op een schotel het hoofd van Johannes de doper geeft. (...) Mr 6:27  En terstond zond de koning een scherprechter en beval zijn hoofd te brengen. En deze ging heen en onthoofdde hem in de gevangenis, Mr 6:28  en bracht zijn hoofd in een schotel en gaf het aan het meisje, en het meisje gaf het aan haar moeder. (Telos)

De Heiland kreeg een doornenkroon op het hoofd gedrukt (Matth. 27:29). Men sloeg hem met een rietstok op het hoofd (Matth. 27:30). Toen Jezus stierf, boog Hij zijn hoofd en gaf zijn geest over.

Joh 19:30  Toen Jezus dan de zure wijn had genomen, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog zijn hoofd en gaf zijn geest over. (Telos)

16

Le 1:16  En zijn krop met zijn vederen zal hij wegdoen, en zal het werpen bij het altaar, oostwaarts, aan de plaats der as. (SV)

Oostwaarts. Aan de oostkant van het altaar was de plaats van de as, van de ashoop. Aan de noordkant, tussen het altaar en het wasbekken, werd het rund, de geit of het schaap geslacht; daar was de plaats van de slacht.

Oostkant van het altaar (model).

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 1,2 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.