Leviticus 2

Uit Christipedia

Leviticus 2 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd. De volgende hoofdstukken van Leviticus zijn op Christipedia samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Leviticus: 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 14.

Samenvatting

In het kort: de wet van het spijsoffer (meeloffer). 1-3 Het meeloffer van bloem. 4-10 dat van verschillende soorten van gebak. 11-12 Het moet ongegist zijn; ook meeloffers van eerstelingen komen niet op het altaar. 13 zout bij het meeloffer. 14-16 Het meeloffer der eerstelingen.

1

Le 2:1  Als nu een ziel een offerande van spijsoffer den HEERE zal offeren, zijn offerande zal van meelbloem zijn; en hij zal olie daarop gieten, en wierook daarop leggen. (SV)

Spijsoffer. Of meeloffer, zie Spijsoffer.

Meelbloem. Dat is het fijnste meel. Oudtijds werd bij het offer gewoon meel gebruikt. Zie Spijsoffer.

Olie. Zinnebeeld van de Heilige Geest.

Wierook. Maakt de gave welriekend, aangenaam voor de neus. Er moest ook zout bij (zie verderop), dat de gave aangenaam van smaak maakt, aangenaam voor de tong.

2

Le 2:2  En hij zal het brengen tot de zonen van Aäron, de priesters, [een] van welke daarvan zijn hand vol grijpen zal uit deszelfs meelbloem, en uit deszelfs olie, met al deszelfs wierook; en de priester zal deszelfs gedenkoffer aansteken op het altaar; het is een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE. (SV)

Zijn hand vol. Dus niet de hele gave, maar een deel ervan. De resterende deel kwam niet op het altaar, maar strekte tot voedsel voor de priesters.

Gedenkoffer. Leidse vertaling: aandenkingsgave. Volgens het commentaar bij de Leidse vertaling brengt deze gave de offeraar bij God in gedachtenis. Zie ook vs. 9.

4

Le 2:4  En als gij offeren zult een offerande van spijsoffer, een gebak van de oven; het zullen zijn ongezuurde koeken van meelbloem, met olie gemengd, en ongezuurde vladen, met olie bestreken. (CP[1])

Oven. Hiermee wordt, volgens een uitlegger, niet een bakoven bedoeld, maar een plaat, waarop de koek gebakken werd, in de kamer[2].

Ongezuurde. Ongedesemd. Desem (zuurdeeg) ziet typologisch op hetgeen slechts, bedorven is.

Vladen. Brede, dunne koeken, niet zoals de andere, ook niet zoals deze van meel met olie gekneed ('gemengd'), maar met olie bestreken.

6

Le 2:6  Breekt ze in stukken, en giet olie daarop; het is een spijsoffer. (SV)

Zoals het offerdier in stukken gedeeld werd, zo moesten ook deze koeken gebroken worden[3].

9

Le 2:9  En de priester zal van dat spijsoffer deszelfs gedenkoffer opnemen, en op het altaar aansteken, het is een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE. (SV)

Gedenkoffer opnemen. Herziene Statenvertaling: '[als] gedenkoffer ervan omhoogheffen'. Zie vs. 2.

11

Le 2:11  Geen spijsoffer, dat gij den HEERE zult offeren, zal met desem gemaakt worden; want van geen zuurdesem, en van geen honig zult gijlieden den HEERE vuuroffer aansteken. (SV)

Geen honing. Dat eveneens doet gisten.

12

Le 2:12  De offeranden der eerstelingen zult gij den HEERE offeren; maar op het altaar zullen zij niet komen tot een liefelijken reuk. (SV)

De eerste honing mocht als eerstelingoffer worden gebracht. De zuurdesem werd op het wekenfeest onder de eerste broden gemengd (Lev.23:17). Van die offergaven werd niets aangestoken tot een vuuroffer voor Jahweh.[3]

2Kr 31:5  Toen nu dat woord uitbrak, brachten de kinderen Israëls vele eerstelingen van koren, most, en olie, en honig, en van al de inkomsten des velds; ook brachten zij de tienden van alles in met menigte. (SV)

Nabeschouwing

Het is duidelijk dat deze offeranden zich aan de dagelijkse leefregels aansluiten, en slechts uit het dagelijks leven ter zijde stellen, wat voor de Godsverering niet passend is, namelijk desem en honing.

Bron

Leidsche Vertaling (1914). Tekst van de samenvatting van Lev. 2 is onder wijziging verwerkt op 18 juli 2022.

Voetnoten

  1. Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.
  2. Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting): met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901).
  3. 3,0 3,1 Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting): met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Lev. 2. Enige tekst hiervan is, al of niet onder wijziging, verwerkt.