Lukasevangelie/Hoofdstuk 12

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Lukasevangelie:


Hoofdstuk 12 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Luk. 12:11

Lu 12:11  Wanneer zij u nu brengen voor de synagogen, de overheden en de machten, weest niet bezorgd hoe of wat u antwoorden of wat u zeggen moet; (Telos)

De synagogen, de overheden en de machten. De godsdienstige en wereldlijke overheden. De Heer zelf is niet voor een synagoge gebracht, wel voor de Hoge Raad (Sanhedrin), waar Hij veroordeeld is geworden. Daarna is hij voor wereldlijke overheden en machten (Pilatus, Herodes Antipas) gebracht.

Luk. 12:31

Lu 12:31  Zoekt evenwel zijn koninkrijk, en deze dingen zullen u erbij gegeven worden. (Telos)

Zoekt ... zijn koninkrijk. Dat is: tracht te verstaan wat Gods wil is en doe hem.

Efe 5:17  Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil des Heren is. (NBG51)

Ga 1:10  Want probeer ik nu mensen tevreden te stellen of God? Of tracht ik mensen te behagen? Als ik nog mensen behaagde, zou ik geen slaaf van Christus zijn. (Telos)

Luk. 12:23 Lendenen, lampen

Lu 12:35  Laten uw lendenen omgord en uw lampen brandend zijn, (Telos)

Uw lendenen omgord. Bereid zijn tot alle goed werk

Uw lampen brandend. Ons licht door goede werken laten schijnen,

1Th 5:5  want u bent allen zonen van het licht en zonen van de dag. Wij zijn niet van de nacht of van de duisternis. (Telos)

Luk. 12:36 Wachten

Lu 12:36  en weest u gelijk aan mensen die op hun heer wachten, wanneer hij terugkomt van de bruiloft, om als hij komt en klopt, hem terstond open te doen. (Telos)

Wanneer hij terugkomt van de bruiloft. In de Openbaring van Johannes wordt in 19:7 gezegd dat de bruiloft van het Lam is gekomen en dat de vrouw van het Lam zich gereed heeft gemaakt. In vers 9 worden gelukkig genoemd zij die geroepen zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam. In verzen 11v komt de Heer Jezus terug als rechter en krijgsheer, met de legers die in de hemel zijn.

Als hij komt en klopt. De Heer klopte ook aan bij de gemeente van Laodicea.

Opb 3:20  Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik ook bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem houden en hij met Mij. (Telos)

Hem terstond open te doen. Wij moeten dus gereed zijn voor zijn komst.

In het Hooglied 5:2-7 vinden wij een slapende bruid. Dan komt de bruidegom en hij klopt. Zij wordt wakker, maar is niet in staat hem terstond open te doen. Wanneer zij opendoet, is hij alweer vertrokken.

Luk. 12:37 Wakend

Lu 12:37  Gelukkig die slaven die de heer, als hij komt, wakend zal vinden. Voorwaar, Ik zeg u, dat hij zich zal omgorden, hen zal doen aanliggen en zal naderkomen om hen te dienen. (Telos)

Wakend. Dus niet slapend. Dat doet vermoeden dat de Heer komt in een tijd dat het in zedelijk en geestelijk opzicht duister is, zie ook vers 38.

1Th 5:6 Laten wij dus niet slapen zoals de overigen, maar laten wij waken en nuchter zijn.  1Th 5:7  Want zij die slapen, slapen ‘s nachts en zij die dronken zijn, zijn ‘s nachts dronken. (Telos)

Dat hij zich zal omgorden. Zich gereed maakt om hen te dienen. Zie vers 35, waar de Heer van ons verlangt om onze lendenen omgord te hebben, tot dienst bereid te zijn.

Luk. 12:38 Als hij in de nacht komt

Lu 12:38  En als hij in de tweede of als hij in de derde nachtwaak komt en hen zo vindt, gelukkig zijn die slaven. (Telos)

In de tweede ... derde nachtwaak. Terwijl het heel donker is. Figuurlijk toegepast: wanneer het in zedelijk en geestelijk opzicht duister om ons heen is, wanneer de zedeloosheid en goddeloosheid groot zijn.

1Th 5:4  Maar u, broeders, bent niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief zou overvallen;  1Th 5:5  want u bent allen zonen van het licht en zonen van de dag. Wij zijn niet van de nacht of van de duisternis.   1Th 5:6 Laten wij dus niet slapen zoals de overigen, maar laten wij waken en nuchter zijn.  1Th 5:7  Want zij die slapen, slapen ‘s nachts en zij die dronken zijn, zijn ‘s nachts dronken.  1Th 5:8  Maar laten wij die van de dag zijn, nuchter zijn, terwijl wij het borstharnas van het geloof en de liefde aangedaan hebben, en als helm de hoop van de behoudenis; 1Th 5:9  want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de behoudenis door onze Heer Jezus Christus,  1Th 5:10  die voor ons is gestorven, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, samen met Hem leven. (Telos)

Luk. 12:39

Lu 12:39  Weet echter dit, dat als de heer des huizes had geweten op welk uur de dief kwam, hij <zou hebben gewaakt> en niet zou hebben toegelaten dat in zijn huis werd ingebroken. (Telos)

In de verzen 36-38 gaat het om slaven die op hun heer wachten. In vers 39 gaat het om een heer die thuis is. Wat voor heer is dit? Misschien om een rentmeester die over de bedienden (vers 42) en bezittingen (vers 44) van zijn heer is gesteld. Deze secundaire 'heer des huizes' is eveneens een slaaf, die een heer heeft (vers 43, 45). Een moeilijkheid van deze duiding van 'de heer des huizes' is dat er sprake is van 'zijn huis', alsof het zijn bezit is. Deze moeilijkheid kan men opheffen door aan te nemen dat 'zijn huis' betekent: het huis dat hij beheert en bestuurt.

Als de heer des huizes had geweten. Deze woorden benadrukken het feit dat hij het niet weet en niet kan weten. Daarom moet hij waken (37) en gereed zijn (40).

De dief kwam. Om te stelen.

1Th 5:2  Want u weet zelf nauwkeurig dat de dag van de Heer komt als een dief in de nacht. 1Th 5:3  Wanneer zij zullen zeggen: Vrede en veiligheid, dan zal een plotseling verderf over hen komen zoals de barensnood over een zwangere, en zij zullen geenszins ontkomen.  1Th 5:4  Maar u, broeders, bent niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief zou overvallen; (Telos)

Ingebroken. Wat stelt de inbraak voor? Misschien wil deze gelijkenis zeggen: ook een leerling die een bestuurlijke rol in de gemeente heeft, moet waken en gereed zijn voor de komst van de Heer, anders komt de Heer als een onwelkome gast, als een dief, die de goederen (lees: de zijnen) weggrist (plotselinge opname van gemeenteleden). Vgl. 45v.

Luk. 12:41 Vraag van Petrus

Lu 12:41 Petrus nu zei tot Hem: Heer, zegt U deze gelijkenis tot ons of ook tot allen? (Telos)

Allen. Dat is alle discipelen, niet alleen de twaalf.

Luk. 12:42 Jezus' antwoord

Lu 12:42  En de Heer zei: Wie is dan de trouwe, de wijze rentmeester, die de heer over zijn huisbedienden zal stellen om op [de] juiste tijd <hun> rantsoen te geven? (Telos)

De heer des huizes van vers 39, een voorganger of ouderling in een gemeente, zij een trouwe, wijze rentmeester. Die rentmeester kan uit de twaalf zijn, of uit de overige leerlingen.

Rantsoen. Geestelijk voedsel.

Luk. 12:45

Lu 12:45  Als die slaaf echter in zijn hart zegt: Mijn heer wacht met komen, en de knechten en de dienstmeisjes begint te slaan, en te eten en te drinken en dronken te worden, (Telos)

Deze rentmeester-slaaf wacht niet meer. Hij behoort niet tot "mensen die op hun heer wachten" (vers 36).

Slaan ... eten ... drinken ... dronken te worden. Mishandeling en 'genietingen van het leven' (Luk. 8:14). Helaas is dit voorgekomen in de kerkgeschiedenis.

Luk. 12:47

Lu 12:47  Die slaaf nu, die de wil van zijn heer heeft gekend, en zich niet bereid en niet naar zijn wil gedaan heeft, zal met vele [slagen] worden geslagen; (Telos)

In vers 45 is het een slaaf die slaat. Hier wordt de ongehoorzame slaaf geslagen.

2Co 5:10  Want wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus, opdat ieder ontvangt wat in het lichaam is gedaan, naardat hij heeft bedreven, hetzij goed hetzij kwaad.  2Co 5:11  Daar wij dan weten hoezeer de Heer te vrezen is, overreden wij de mensen; maar voor God zijn wij openbaar geworden, en ik hoop dat wij ook in uw gewetens openbaar zijn geworden. (Telos)

1Co 3:12  Als nu iemand op het fundament bouwt: goud, zilver, kostbare stenen, hout, hooi, stro, 1Co 3:13  ieders werk zal openbaar worden. Want de dag zal het aan het licht brengen, omdat deze in vuur geopenbaard wordt, en hoe ieders werk is, dat zal het vuur beproeven.  1Co 3:14  Als iemands werk dat hij daarop gebouwd heeft, zal blijven, zal hij loon ontvangen;  1Co 3:15  als iemands werk zal verbranden, zal hij schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, maar zo als door vuur heen. (Telos)

Luk. 12:49

Lu 12:49  Vuur ben Ik komen werpen op de aarde, en wat wil Ik, als het al ontstoken is? (Telos)

Dat was niet het doel van zijn liefde, maar het gevolg van zijn werk en woord, zijn doen en leren. Hij kwam om te redden, maar zijn verwerping (zie volgende vers) ontstak een vuur van oordeel. Het vuur kan, gezien 12:51v, ook verwijzen naar de verhitte gemoederen en brandende conflicten van de verdeeldheid die het gevolg is geworden van Jezus' komst in deze wereld.

Dat vuur trof in de eerste plaats hemzelf, toen hij werd veroordeeld en gekruisigd, en tenslotte breidde het zich uit naar gehele land van Israël en de hoofdstad.

Mt 22:7  De koning nu werd toornig, en hij zond zijn legers en bracht die moordenaars om en stak hun stad in brand. (Telos)

Luk. 12:51

Lu 12:51  Denkt u dat Ik gekomen ben om vrede te geven op de aarde? Nee, zeg Ik u, maar veeleer verdeeldheid. (Telos)

Vrede te geven op de aarde. De Heer ziet op het ongewenste gevolg van Zijn komst. De paralleltekst heeft:

Mt 10:34  Meent niet dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen maar een zwaard. (Telos)

De engelen, die na de geboorte van Jezus aan de herders verschenen, wensten de mensen van Gods welbehagen vrede toe.

Lu 2:14  Heerlijkheid zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in mensen van zijn welbehagen. (Telos)

Hij, de vredevorst, bracht door zijn woord en werk verdeeldheid. Deze is niet Hem te verwijten, het ligt aan ons zondaars. Hij echter heeft vrede gemaakt, vrede gesticht, "door het bloed van zijn kruis".

Col 1:20  en door Hem alle dingen tot Zichzelf te verzoenen, na vrede gemaakt te hebben door het bloed van zijn kruis, door Hem, hetzij de dingen op de aarde, hetzij de dingen in de hemelen. (Telos)