Lukasevangelie/Hoofdstuk 17

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Lukasevangelie:


Hoofdstuk 17 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Diverse vermaningen (1-10). Reiniging van tien melaatsen (11-19). Over de komst van het koninkrijk van God en de schifting (20-37).

Luk. 17:12

Lu 17:12  En toen Hij in een dorp kwam, ontmoetten Hem tien melaatse mannen, die op een afstand bleven staan; (Telos)

Tien melaatse mannen. Uit vers 16 valt af te leiden dat minstens één van hen een Samaritaan was. De opmerking "deze was een Samaritaan" (vers 16) doet vermoeden dat er onder de tien melaatsen ook Joden waren. Dit vermoeden past bij de mededeling waarmee deze geschiedenis aanvangt: Jezus ging midden door Samaria en Galilea. Het gemeenschappelijk lijden had de tien melaatsen aan elkaar verbonden, zodat de haat, die tussen Joden en heidenen bestond (Joh.4:9), bij hen niet meer bestond. Misschien woonde zij samen in een tent. En misschien was het dorp waar zij woonden op de grens van Galilea en Samaria.

Op een afstand bleven staan. "Welke stonden van verre" (SV). Volgens de Mozaïsche wet van de melaatse moest een melaatse zijn naaste toeroepen "Onrein, onrein!".

Le 13:45  De kleren van de melaatse bij wie de ziekte is [vastgesteld], moeten ingescheurd worden, zijn hoofd[haar] moet hij los laten hangen, hij moet zijn baard en snor bedekken en hij moet roepen: Onrein, onrein! (HSV)

Deze waarschuwing deed de reine (gezonde) mensen afstand houden, om besmetting te voorkomen.

Tijdens de Covid-19 pandemie namen landen maatregelen om burgers afstand van elkaar te doen houden: in Nederland gold 1,5 meter afstand, in Duitsland 2 meter en in Frankrijk 1 meter. De maatregelen waren bedoeld om de kans op besmetting te verkleinen.

Luk. 17:13

Lu 17:13  en zij verhieven hun stem en zeiden: Jezus, Meester, erbarm U over ons! (Telos)

Meester. Ze hadden blijkbaar van de wonderen van genezing gehoord die Jezus gedaan. Ook wisten zij dat hij een groep leerlingen bij zich had en hen, alsook andere toehoorders, menigten zelfs, als meester leerde.

Luk. 17:16

Lu 17:16  En hij viel op zijn gezicht aan zijn voeten en dankte Hem; en deze was een Samaritaan. (Telos)

Deze was een Samaritaan. Deze opmerking doet vermoeden dat er onder de tien melaatsen ook Joden waren. Zie het commentaar verder bij vers 12.

Luk 17:20 Vraag

Lu 17:20  Toen Hem nu gevraagd werd door de farizeeën: Wanneer komt het koninkrijk van God? antwoordde Hij hun en zei: Het koninkrijk van God komt niet op waarneembare wijze; (Telos)

Niet op waarneembare wijze. De farizeeën moesten inzien dat het Koninkrijk in de persoon van Christus al gekomen was. In verzen 20 en 21 spreekt de Heer tot hen. Vanaf vers 22 spreekt hij tot de leerlingen. Omdat de Koning verworpen zal worden (vers 25), zal zijn rijk eens wel op zichtbare wijze worden gevestigd bij 's Heren komst in heerlijkheid (vers 24). Maar in de huidige vorm is het rijk onzichtbaar, verborgen. Het was tegenwoordig in Jezus en thans in zijn leerlingen, die als het ware een voorpost van de toekomstige staat van het Koninkrijk zijn, wanneer de heerlijkheid van de Heer geopenbaard is.

Luk. 17:21 Onder u

Lu 17:21 en men zal ook niet zeggen: Zie, hier, of: daar. Want zie, het koninkrijk van God is midden onder u. (Telos)

Is midden onder u. Op verborgen wijze, vertegenwoordigd door de Heer, de Koning.

Luk. 17:22 Onzienlijk is de Heer

Lu 17:22 Hij nu zei tot de discipelen: Er zullen dagen komen, dat u zult begeren een van de dagen van de Zoon des mensen te zien, en u zult die niet zien. (Telos)

Verzen 20-21 waren gesproken tot de farizeeën. Zij moesten inzien dat het Koninkrijk in de persoon van Christus al gekomen was. Vanaf vers 22 spreekt hij tot de leerlingen.

De dagen van de Zoon des mensen. Zie vers 26.

Luk. 17:23 Valse christussen

Lu 17:23 En men zal tot u zeggen: Zie, hier, of: Zie, daar. Gaat er niet heen en volgt niet. (Telos)

Valse christussen zullen opstaan en zij zullen velen misleiden.

Luk. 17:24 Verschijning

Lu 17:24 Want zoals de bliksem bliksemt, die van het ene einde onder de hemel tot het andere einde onder de hemel weerlicht, zo zal de Zoon des mensen zijn <in zijn dag>. (Telos)

De tweede komst, de wederkomst van de Heer zal spectaculair zijn, de eerste komst van de Heer was dat in veel mindere mate. Opzienbarend waren zijn wonderwerken en leer.

Luk. 17:25 Eerst lijden

Lu 17:25 Eerst echter moet Hij veel lijden en verworpen worden door dit geslacht. (Telos)

Van lijden tot heerlijkheid. Vergeljk Jozef en David.

Luk. 17:26 Gelijk de dagen van Noach

Lu 17:26 En zoals het is gebeurd in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen: (Telos)

De dagen van de Zoon des mensen. Zie vers 22.

Luk. 17:27 Dag dat Noach in de ark ging

Lu 17:27 zij aten, zij dronken, zij trouwden, zij huwelijkten uit, tot op de dag dat Noach in de ark ging en de zondvloed kwam en hen allen verdelgde. (Telos)

Dag. Zie vers 29.

Hen allen verdelgde. Zie vers 29.

Luk. 17:28-37 Gelijk de dagen van Lot

De gelijkenis bestaat hierin: gewone leven, vlucht uit de stad, plotseling verderf.

Luk. 17:29

Lu 17:29 op de dag echter dat Lot uit Sodom ging, regende het vuur en zwavel van de hemel en verdelgde hen allen. (Telos)

Dag. Zie vers 27.

Verdelgde hen allen. Zie vers 27. Een plotseling verderf, vergelijk:

1Th 5:3  Wanneer zij zullen zeggen: Vrede en veiligheid, dan zal een plotseling verderf over hen komen zoals de barensnood over een zwangere, en zij zullen geenszins ontkomen. (Telos)

Luk. 17:30

Lu 17:30  Op dezelfde wijze zal het zijn op de dag dat de Zoon des mensen wordt geopenbaard. (Telos)

Dezelfde wijze: gewone leven > behoudenis van de rechtvaardigen > verdelging van de goddelozen > openbaring van de Zoon des mensen.

Luk. 17:32

Lu 17:32 Denkt aan de vrouw van Lot. (Telos)

Zij keek achterom en stierf, terwijl zij een zoutpilaar werd.

Luk. 17:33

Lu 17:33 Wie zijn leven tracht te behouden, zal het verliezen; en wie het zal verliezen, zal het behouden. (Telos)

Iets dergelijks heeft de Heer ook gezegd over het navolgen van Hem (Luk 9:24; Matth. 10:39; 16:25; Mark. 8:35; Joh. 12:25).

Lu 9:24  Want wie zijn leven wil behouden, zal het verliezen; maar wie zijn leven verliest ter wille van Mij, die zal het behouden. (Telos)

Het is ook waar ten opzichte van de redding uit het gericht: wie zijn leven zal proberen te behouden door aan zijn aardse bezittingen te blijven hangen, die zal het verliezen, en wie het zal verliezen door alles wat hij tot hiertoe bezat prijs te geven, die zal het in het leven behouden.

Dit gedeelte handelt duidelijk over het vluchten uit een stad die aan het gericht is overgegeven. Dit gedeelte heeft christenen in Jeruzalem indertijd bewogen om Jeruzalem te ontvluchten! In de toekomst zal het gelovigen bewegen de stad Jeruzalem te verlaten, zodra zij zien dat het beeld van het Beest is opgesteld in de heilige plaats (het tempelhuis, of de voorhof, welke aan de naties is gegeven, Opb. 11:2)

Luk. 17:34-36 Schifting

Lu 17:34  Ik zeg u: in die nacht zullen er twee op een bed zijn, de een zal meegenomen en de ander achtergelaten worden. Lu 17:35  Twee vrouwen zullen samen malen, de een zal meegenomen en de ander achtergelaten worden. Lu 17:36  Twee op het veld, een zal meegenomen en de ander achtergelaten worden. (Telos)

Het schijnt dat de scheiding bij sommigen in de nacht gebeurt, bij anderen, mogelijk omdat ze op een andere plaats op aarde wonen, overdag.

Meegenomen. Sommigen verstaan: ter redding, bij de opneming van de gemeente. Meegenomen: zoals het gezin van Lot, zoals het gezin van Noach.

Het Griekse woord vertaald door “meegenomen” is hetzelfde woord dat in Joh. 14:3 gebruikt wordt voor de opname van de gemeente.

Joh 14:3 En als Ik ben heengegaan en u plaats heb bereid, kom Ik weer en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben. (Telos)

Anderen verstaan: meegenomen ten oordeel.

Achtergelaten. Sommigen verstaan: ten oordeel, zoals de inwoners van Lot, en de mensen buiten de ark op aarde.

Anderen verstaan: achtergelaten om het vrederijk binnen te gaan.

Luk. 17:37

Lu 17:37  En zij antwoordden en zeiden tot Hem: Waar, Heer? Hij nu zei tot hen: Waar het lichaam is, daar zullen ook de gieren zich verzamelen. (Telos)

Vergelijk de parallel tekst: Mt 24:28 Waar het aas is, daar zullen de gieren zich verzamelen. (Telos)

Zij. Dit zijn de discipelen die vanaf vers 22 werden toegesproken door de Heer.

Waar, Heer. Lu 17:37 En zij antwoordden en zeiden tot Hem: Waar, Heer? Hij nu zei tot hen: Waar het lichaam is, daar zullen ook de gieren zich verzamelen.

Het “waar” in het antwoord van de Heer verwijst naar de plaats waar het dode of stervende lichaam is. Op die plaats verzamelen zich de gieren, de gevleugelde aaseters.

Onduidelijk is welke woorden van de Heer aanleiding geven tot de vraag. Vragen de discipelen naar de plaats (1) waar de achtergelatenen gelaten worden, (2) waar de meegenomenen heengebracht worden, (3) waar de scheiding tussen beide groepen zal plaatsvinden? Gezien het antwoord van de Heer is optie 1 de meest waarschijnlijke.

Job 39:29 (39-32) Van daar speurt hij de spijze op; zijn ogen zien van verre af. Job 39:30 (39-33) Ook zuipen zijn jongen bloed; en waar verslagenen zijn, daar is hij.

Opb 19:17 En ik zag een engel staan in de zon, en hij riep met luider stem en zei tot alle vogels die in het midden van de hemel vlogen: Komt, verzamelt u tot de grote maaltijd van God; Opb 19:18 opdat u vlees eet van koningen, vlees van oversten over duizend, vlees van sterken, vlees van paarden, en van hen die daarop zitten en vlees van allen, zowel van vrijen als van slaven, van kleinen als van groten.

Bron

Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), enige tekst van het commentaar op Luk. 17:33 is onder wijziging verwerkt op 28 sept. 2020.