Mededeelzaamheid

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Mededeelzaamheid is een praktisch betoon van mededogen met behoeftigen en doorgaande geneigdheid tot ondersteuning van hen door een edelmoedige gift van een deel van het zijne[1].

Heb 13:16 En vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet, want in zulke offers heeft God een welbehagen. (TELOS)

Ro 12:13 Deelt mee voor de behoeften van de heiligen; legt u toe op de gastvrijheid. (TELOS)

Het Griekse woord in Hebr. 13:16 vertaald met 'mededeelzaamheid', is koinonias, dat “gemeenschap, verbinding, verwantschap, omgang, deelname, bijdrage” betekent.

Voorbeelden van mededeelzaamheid in de Schrift:

Ro 15:26 Want Macedonie en Achaje hebben goed gevonden een zekere bijdrage te doen voor de armen onder de heiligen die in Jeruzalem zijn; (TELOS)

2Co 8:4 uit eigen beweging, ons met veel aandrang smeekten om deze gunst en de gemeenschap in de dienst aan de heiligen. (TELOS)

Hnd 2:42  Zij nu bleven volharden in de leer van de apostelen en in de gemeenschap, in de breking van het brood en in de gebeden. (TELOS)

Flp 4:18 Maar ik heb alles en heb overvloed; ik heb volop, nu ik van Epafroditus het door u gezondene heb ontvangen: een welriekende reuk, een aangenaam, God welbehaaglijk offer. (TELOS)

Voetnoot

  1. Deze begripsbepaling is ontleend aan Gerbrand Bruining, Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 53: “Mededeelzaamheid is een dadelijk betoon van mededogen met behoeftigen en doorgaande geneigdheid tot ondersteuning van dezelven door eene edelmoedige gift van een deel van het zijne. “