Midian

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Midian of Midjan is de naam van een zoon van Abraham en Ketura, van zijn nakomelingen (Midianieten) en van het land waar zij woonden.

Midian, zoon van Abraham en Ketura

Midian was een van de zes zonen die Ketura Abraham in zijn ouderdom baarde. Dat gebeurde in de laatste 35 jaren van zijn leven, in zijn leeftijd van 140 - 175 jaar.

Midian en zijn broers werden, evenals Ismaël vroeger, weggezonden, naar het oosten.
Ge 25:5  Doch Abraham gaf aan Izak al wat hij had. Ge 25:6  Maar aan de zonen der bijwijven, die Abraham had, gaf Abraham geschenken; en zond hen weg van zijn zoon Izak, terwijl hij nog leefde, oostwaarts naar het land van het Oosten. (SV)
Midian kreeg vijf zonen, genoemd Gen. 25:4.
Nageslacht van Abraham

Midianieten

De nakomelingen van Midian, de zoon van Abraham en Ketura heten Midianieten of Midjanieten.

Zie Midianieten voor het hoofdartikel over hen

Midian (land)

Midian of Midjan heet ook het gebied van de stam afkomstig van Midian, de zoon van Abraham en Ketura. Het gebied van de nakomelingen van Midian, de Midianieten of Midjanieten, is voornamelijk gelegen in de woestijn ten zuiden van Edom, ten oosten van de golf van Akaba en ten noord-westen van het Arabische schiereiland.

Midjan was het land waarheen Mozes vluchtte voor Farao en er een bijwoner werd (Hand 7:29). Hij trouwde daar met Sippora, de dochter van de Midjanitische priester Jethro. De stad waar Jethro woonde, heet tegenwoordig Al Bad en is gelegen in het huidige Saoedi-Arabië.

Ligging van Midian, het woongebied van de Midianieten

Toekomst

In de toekomst zal Israël geestelijk hersteld worden. Een menigte kamelen uit Midian en Efa zal hen bedekken. 
Jes 60:1 Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid van de HEERE gaat over u op. Jes 60:2 Want zie, de duisternis zal de aarde bedekken en donkere [wolken] de volken, maar over u zal de HEERE opgaan en Zijn heerlijkheid zal over u gezien worden. Jes 60:3 En heidenvolken zullen naar uw licht gaan en koningen naar de glans van uw dageraad. Jes 60:4 Sla uw ogen op, [kijk] om [u] heen en zie: zij allen zijn bijeengekomen, zij komen naar u toe. Uw zonen zullen van verre komen en uw dochters zullen op de heup gedragen worden. Jes 60:5 Dan zult u het zien en stralen, uw hart zal diep ontzag hebben en zich verruimen, want de menigte van de zee zal zich naar u toekeren, het vermogen van de heidenvolken zal naar u toe komen. Jes 60:6 Een menigte kamelen zal u bedekken, de jonge kamelen van Midian en Efa. Zij allen uit Sjeba zullen komen, goud en wierook zullen zij aandragen, zij zullen de loffelijke daden van de HEERE boodschappen. Jes 60:7 Alle schapen van Kedar zullen voor u bijeengebracht worden, de rammen van Nebajoth staan u ten dienste; ze zullen als een welgevallig [offer] komen op Mijn altaar en Ik zal aan Mijn luisterrijk huis aanzien geven. (HSV)