Nier

Uit Christipedia

miniatuur|499x499px|Ligging van de nieren in het menselijk lichaam. Het Engelse kidney betekent nier. De nieren zijn bij de mens en de zoogdieren twee organen gelegen in de buikholte achter het buikvlies, links en rechts van de ruggengraat. De nieren hebben als taak de samenstelling van het bloed constant te houden en het zuur-base-evenwicht van het lichaam op langere termijn te handhaven. In de Bijbel worden de nieren ook gezien als zetel van gemoedsbeweging (emotie) en toegenegenheid, aanhankelijkheid, affectie[1].

Taken. Om de samenstelling van het bloed constant te houden, verwijderen zij opgeloste ongewenste stoffen, zoals afvalstoffen van de stofwisseling en via het voedsel opgenomen vergiften en geneesmiddelen. Dit gebeurt deels passief en deels actief.

Het handhaven van het zuur-base-evenwicht van het lichaam op langere termijn gebeurt door het transport van waterstofcarbonaat en waterstofionen.

Product. Het product dat de nieren maken is een oplossing van stoffen die het lichaam niet meer kan gebruiken en heet urine. miniatuur|500x500px|De nieren, de aders, en de afvoer (ureter) naar de blaas. Vorm en omvang. Bij de mens zijn de nieren enigszins boonvormig, met de holle kant naar het midden wijzend. Menselijke nieren zijn 10–13 cm lang, 5 cm dik en wegen ieder ca. 150 gram. Nieren hebben meestal één, maar soms twee, slagaders.

Oude Testament

Hebreeuwse woorden. In het Oude Testament komen twee woorden voor de nieren voor: tachoth = de met vet overtrokkenen, en kelajoth = de tweevoudigen, volgens anderen, de smachtenden. Het enkelvoud van kelajoth is kilyah (כליה), nier.

Bij de inwijding van Aäron en zijn zonen, van de priesters, moesten de nieren van een var (jonge stier) op het brandofferaltaar verbrand worden.
Ex 29:13  Dan moet u al het vet dat de ingewanden bedekt, het net over de lever en de beide nieren met het vet dat eraan vastzit, nemen en op het altaar in rook laten opgaan. (HSV)
1. In eigenlijke zin komen de nieren voor als een zeer goed offerstuk (Exod. 29: 13, 22. Lev. 3: 4; 4: 9; 8: 16, 25. Deut. 32: 14) voornamelijk om het vet, waarin zij besloten zijn.

2. In oneiqenlijke (figuurlijke) zin wordt 'nieren' gebezigd voor het binnenste van het gemoedsleven (Job 16: 13; 19: 27; 38: 36; Ps 16: 7; 51: 8; 139: 13; Spr. 33:16; Jer. 12: 2; Klaagl. 3: 13)[2]; dikwijls naast het hart staande, inzonderheid in de spreekwijze: die "harten en nieren proeft", de verborgenste gedachten en overleggingen kent (Ps. 7: 10; 26: 2; 73: 21; Jer. 11: 20; 17: 10; 20: 12; Openb. 2: 23). De nieren komen in deze plaatsen voor als zetel van de innigste en tederste, zowel als der sterkste en heftigste aandoeningen van wel en wee.

Volgens Otto van Gerlach (19e eeuw)[3] zijn de nieren het lichamelijk deel, dat 't meest met het geweten overeenkomt. Zoals nieren het bloed zuivert van ongewenste stoffen, zo weert en zuivert het geweten schadelijke invloeden uit onze ziel. Moge dit ook te veel beweerd zijn, evenals dat de nieren de inwendigste zetel van de geslachtsliefde bevatten, dan is in elk geval, volgens sommigen[4], de inwerking van de aandoeningen van schrik en angst op de nieren en haar werkzaamheid een onloochenbaar feit dat door de ervaring wordt bevestigd.

Bronnen

Nier (biologie), op: nl.wikipedia.org. Enige tekst hiervan is onder wijziging verwerkt op 31 jan. 2022.

H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Tweede deel K - Z. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1872) s.v. Nieren. De tekst van dit lemma is op 31 jan. 2022 onder wijziging verwerkt.

Voetnoten

  1. Online Bible Hebrew Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia. Hebreeuws-Nederlands Lexicon; op basis van Strong-coderingen. Onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia. Het is gebaseerd op het genoemde Engelstalige Online Bible Hebrew-Englisch Lexicon van Larry Pierce.
  2. Ook in het apocriefe geschrift 1 Makk. 2: 24.
  3. Bij zijn uitlegging van Jer. 12:2.
  4. H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Tweede deel K - Z. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1872) s.v. Nieren.