Openbaring van Johannes/Hoofdstuk 14

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Openbaring van Johannes:


Hoofdstuk 14 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Het Lam op de berg Sion en met hem 144.000, eerstelingen voor God en het lam. Zij zingen een nieuw lied.

Drie engelen verkondigen elk een boodschap:

  • Een eerste engel, met het eeuwig evangelie. Hij verkondigt dat het uur van Zijn oordeel is gekomen. God wordt genoemd: Hem die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen heeft gemaakt.
  • Een tweede engel boodschapt dat Babylon gevallen is.
  • Een derde engel boodschapt de hellestraf voor wie het beest en zijn beeld aanbidt en het merkteken ontvangt.

Bemoediging van de vervolgde heiligen.

De oogst van de aarde. De Zoon des mensen gaat maaien. Een andere engel komt uit de tempel en verzoekt aan de zoon des mensen om te maaien, wat gebeurt.

Weer een andere engel komt uit de tempel en oogst, op verzoek van een engel, van de wijnstok van de aarde en werpt het in de wijnpersbak van de grimmigheid van God. Bloedbad (buiten Jeruzalem?).

Hieronder worden enkele passages uit Hoofdstuk 14 van het bijbelboek Openbaring van Johannes becommentarieerd.

Opb. 14:1. Het Lam en de 144.000

Opb 14:1 En ik zag en zie, het Lam stond op de berg Sion en met hem honderdvierenveertigduizend, die zijn naam en de naam van zijn Vader hadden, geschreven op hun voorhoofden. (TELOS)

Op de berg Sion. Het Lam stond op de berg Sion. Deze is de zuidoostelijk berg van Jeruzalem, waarop de stad van David was gebouwd.

De voeten de Heer zullen ook staan op de Olijfberg. Van deze berg is hij naar de hemel gegaan en op deze berg zal hij weer neerdalen.

Met hem honderdvierenveertig duizend. Israëlieten, twaalf duizend uit elk der twaalf stammen van Israël (Opb. 7:1-8).

Zijn naam en de naam van zijn Vader hadden, geschreven op hun voorhoofden. Zij hebben een zegel van de levende God (Opb. 7:2). Dit zegel is aangebracht op hun voorhoofden (Opb. 7:3). Het is niet duidelijk of dit zegel de genoemde namen bevat, daar gezegd wordt dat de namen zijn geschreven op de voorhoofden. Een zegel wordt niet geschreven, maar geplakt. Het is echter goed mogelijk dat in het zegel de namen zijn geschreven.

Deze namen vormen een tegenstelling met de naam van het Beest, die velen op aarde zullen dragen op hun rechterhand of op hun voorhoofd.

Opb. 14:2. Een stem uit de hemel.

Opb 14:2 En ik hoorde een stem uit de hemel als een stem van vele wateren en als een stem van een zware donderslag. En de stem die ik hoorde, was als van harpspelers die op hun harpen spelen. (TELOS)

Als van harpspelers. Een stem van harpspel.

Opb. 14:3. Een nieuw lied.

Opb 14:3 En zij zingen als een nieuw lied voor de troon en voor de vier levende wezens en de oudsten; en niemand kon het lied leren dan de honderdvierenveertigduizend die van de aarde gekocht waren. (TELOS)

Zij zingen als een nieuw lied. De harpspelers zingen een nieuw lied. Sommigen denken dat het om de 144.000 Israëlieten gaat[1].

Voor de troon. Zij zingen dat voor de troon, waar ook de vier levende wezens en de 24 oudsten zijn. De troon van God is in de hemel.

Een verklaring zegt dat de 144.000 voor te troon staan als omgekomen martelaren[1]. Als dat juist is, staan ze waarschijnlijk op de berg Sion bij de wederkomst van Christus op aarde. Want vers 1 zegt dat ze op de berg Sion staan.

Van de aarde gekocht. Ze zijn verzegeld met een zegel van God, ten teken dat zij het eigendom van God zijn. Zij zijn Gods eigendom geworden doordat ze gekocht zijn. Waarschijnlijk met de prijs van het bloed van de Heer Jezus. Deze Israëlieten hebben geloofd in Hem, die zijn bloed voor hen vergoten heeft.

Opb. 14:4. Maagdelijk en toegewijd

Opb 14:4 Dezen zijn het die zich niet met vrouwen hebben bevlekt, want zij zijn maagdelijk. Dezen zijn het die het Lam volgen waar het ook heengaat. Dezen zijn uit de mensen gekocht als eerstelingen voor God en het Lam. (TELOS)

Zich niet met vrouwen hebben bevlekt. Zij blijven ongehuwd, gelijk hun Heer en de apostel Paulus, en onthouden zich van geslachtsgemeenschap met een vrouw. Toen Gods komst op de berg Sinaï aanstaande was, moesten de mannen zich onthouden van seksuele gemeenschap.

Ex 19:11  En bereid zijn tegen den derden dag; want op den derden dag zal de HEERE voor de ogen van al het volk afkomen, op den berg Sinaï. Ex 19:14  Toen ging Mozes van den berg af tot het volk, en hij heiligde het volk; en zij wiesen hun klederen. Ex 19:15  En hij zeide tot het volk: Weest gereed tegen den derden dag, en nadert niet tot de vrouw. (SV)

Veel mannen in onze dagen verontreinigen zich door ontucht, niet alleen door hoererij, maar ook door voorechtelijk verkeer met een of meer vrouwen. Gezien de huidige ontwikkeling, die in het Westen het gevolg is van "de seksuele revolutie", mogen wij verwachten dat de seksuele moraal afzakt tot een dieptepunt in de eindtijd. De 144.000 Israëlitische mannen hebben hier geen deel aan.

Dezen zijn het Lam volgen waar het ook heengaat. Zij zijn ware, voorbeeldige volgelingen van de Heer Jezus.

Dezen zijn uit de mensen gekocht ... voor God en het Lam. Het zegel op hun voorhoofden is een teken dat ze het eigendom van God en daarmee van het Lam zijn.

Als eerstelingen voor God en het Lam. De aartsvaders van Israël - Abraham, Izaak en Jacob, waren eerstelingen van het volk Israël. De gelovige Thessalonikers waren eerstelingen:

2Th 2:13 Maar wij behoren God altijd te danken voor u, door de Heer geliefde broeders, dat God u als eerstelingen heeft verkoren tot behoudenis, in heiliging van de Geest en geloof van de waarheid, (TELOS)

Ook de 144.000 zijn eerstelingen in verband met het geestelijk herstel van Israël in de eindtijd, na de opneming van de gemeente.

Opb. 14:5. Onberispelijk

Opb 14:5 En in hun mond is geen leugen gevonden, want zij zijn onberispelijk. (TELOS)

Geen leugen. Daarentegen gaat de komst van de Mens der zonde, de Wetteloze gepaard met wonderen van de leugen. En deze leugen zal geloofd worden in de wereld.

2Th 2:9 hem, wiens komst naar de werking van de satan is met allerlei kracht en tekenen en wonderen van de leugen, (... ) 2Th 2:11 En daarom zendt God hun een werking van de dwaling om de leugen te geloven, (TELOS)

De valse profeet "misleidt hen die op de aarde wonen door de tekenen" (Opb. 13:14).

Ook door hun waarachtigheid vormen de 144.000 een contrast met de valse profeet en het beest uit de zee.

Opb. 14:6-7. Het eeuwig evangelie.

Opb 14:6  En ik zag een andere engel vliegen in het midden van de hemel, die het eeuwig evangelie had, om het te verkondigen aan hen die op de aarde wonen en aan elke natie en geslacht en taal en volk, Opb 14:7 en hij zei met luider stem: Vreest God en geeft Hem heerlijkheid, want het uur van zijn oordeel is gekomen; en aanbidt hem die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen heeft gemaakt. (TELOS)

Engel vliegen. Dit is de enige engel waarvan in de Bijbel gezegd wordt dat hij "vliegt".

Eeuwig evangelie. Een goede boodschap die voor alle tijden geldt en God als de grote Schepper en rechtvaardige Rechter verkondigt. Zie art. Eeuwig evangelie. Rom. 1:18v laat zien dat Gods eeuwige kracht en goddelijkheid uit Zijn scheppingswerken doorzien kunnen worden en de mens reden tot dank en eer geven.

Engelen kunnen spreken van Gods scheppingsmacht, want zij zijn getuige geweest van Gods scheppingswerk.

Om het te verkondigen aan hen die op de aarde wonen. Het is niet de stille sprake van de schepping volgens Psalm 19.

Het schijnt dat de engel rechtstreeks zijn boodschap aan de mensen op aarde verkondigd. Deze verkondiging is een unieke gebeurtenissen, omdat engelen eerder alleen tot een enkeling of een beperkte groep mensen spraken. Engelen kunnen ook onrechtstreeks, door middel van menselijke boodschappers, een boodschap overbrengen. Zie Engel. Deze boodschap echter schijnt rechtstreeks aan de aardbewoners te gebeuren, gelet op (1) de vermelde groep van hoorders en (2) de luidheid van zijn stem.

Aan elke natie en geslacht en taal en volk. Dit evangelie wordt wereldwijd verkondigd.

Vreest God en geeft Hem heerlijkheid. Vergelijk de woorden van de martelaren:

Opb 15:3 En zij zingen het lied van Mozes, de slaaf van God, en het lied van het Lam en zeggen: Groot en wonderbaar zijn uw werken, Heer, God de Almachtige; rechtvaardig en waarachtig zijn uw wegen, Koning van de naties! Opb 15:4 Wie toch zou U niet vrezen, Heer, en uw naam niet verheerlijken? Want U alleen bent heilig, want alle naties zullen komen en zich voor U neerbuigen, omdat uw gerechtigheden openbaar zijn geworden. (TELOS)

Uur van zijn oordeel is gekomen. Het uur is omvat (in elk geval) de zeven schaalgerichten in Opb. 16:1v., "de zeven schalen van de grimmigheid van God" (Opb. 16:1)

Aanbidt hem. In plaats van het beest en zijn beeld. De afgodische aanbidding van het beest en zijn beeld is een kenmerk van de eindtijd.

Opb. 14:8. Babylon

Opb 14:8 En een andere, een tweede engel volgde en zei: Gevallen, gevallen is het grote Babylon, dat van de wijn van de grimmigheid van haar hoererij alle naties heeft laten drinken. (TELOS)

Babylon. Babylon is in het boek Openbaring een grote stad. De naam wordt hier de eerste maal genoemd in het boek. Verderop, in hoofdstukken 17 en 18, wordt Babylon voorgesteld als een hoer gezeten op het beest uit de zee.

Gevallen, gevallen. In hoofdstuk 18 wordt de val beschreven.

Wijn van de grimmigheid van haar hoererij. Vergelijk:

Opb 18:3 Want van de wijn van de grimmigheid van haar hoererij hebben alle naties gedronken en de koningen van de aarde hebben met haar gehoereerd en de kooplieden van de aarde zijn rijk geworden door de macht van haar weelde. (TELOS)

Haar hoererij pleegt zij met een vergramd hart. Het is alsof een 'publieke vrouw' hoererij pleegt uit kwaadheid op haar man, of uit kwaadheid op mannen in het algemeen, daar zij door hoererij mannen in haar macht heeft, hen afhankelijk van haar maakt, hen kan manipuleren.

Tegenover haar wijn staat de wijn van Gods grimmigheid, zie vers 10.

Over grimmigheid in het boek Openbaring, zie Openbaring van Johannes/Onderwerpen#Grimmigheid

Opb. 14:10-11. Lot van de aanbidder(s) van het beest

Opb 14:10 die zal ook drinken van de wijn van Gods grimmigheid, die ongemengd is ingeschonken in de drinkbeker van zijn toorn; en hij zal gepijnigd worden met vuur en zwavel ten aanschouwen van de heilige engelen en het Lam. Opb 14:11 En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid; en zij hebben dag en nacht geen rust, zij die het beest en zijn beeld aanbidden, en ieder die het merkteken van zijn naam ontvangt. (TELOS)

Ongemengd is ingeschonken. In de oudheid werd wijn zelden ongemengd ingeschonken, omdat men anders makkelijk dronken zou worden. Er was in de huizen een mengvat met water om de wijn te verdunnen. De toorn van God wordt niet 'verdund', de genadetijd is voorbij.

Gepijnigd worden met vuur en zwavel. Een toestand van mensen in de hel. Vergelijk het lot van het Beest en de valse profeet:

Opb 19:20 En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet die de tekenen in diens tegenwoordigheid had gedaan, waardoor hij hen misleidde die het merkteken van het beest ontvingen en die zijn beeld aanbaden. Levend werden deze twee geworpen in de poel van vuur die van zwavel brandt. (TELOS)

Opb 20:14 En de dood en de hades werden geworpen in de poel van vuur. Dit is de tweede dood: de poel van vuur. Opb 20:15 En als iemand niet geschreven gevonden werd in het boek van het leven, werd hij geworpen in de poel van vuur. (TELOS)

Tot in alle eeuwigheid. Niet beperkt tot een bepaalde eeuw. Aan de pijniging komt geen einde. Zie voor de eeuwigheid van de hel, het artikel Hel.

Geen rust. Dit in tegenstelling tot hen die in de Heer Jezus ontslapen, "zij rusten van hun arbeid" (vers 13)

Zij die het beest en zijn beeld aanbidden. Zie Opb. 13:4,6

Opb 13:4 En zij aanbaden de draak, omdat hij het gezag aan het beest had gegeven, en zij aanbaden het beest en zeiden: Wie is aan het beest gelijk, en wie kan er oorlog tegen voeren? (...) Opb 13:8 En allen die op de aarde wonen, zullen hem [= het Beest] aanbidden, ieder wiens naam, van de grondlegging van de wereld af, niet geschreven staat in het boek van het leven van het Lam dat geslacht is. (TELOS)

Ieder die het merkteken van zijn naam ontvangt. Voor het merkteken, zie Merkteken van het Beest. Deze gemerkten staan in contract met de verzegelden van God (Opb. 7:3).

Opb. 14:12. Volharding van de heiligen.

Opb 14:12 Hier is de volharding van de heiligen die de geboden van God en het geloof in Jezus bewaren. (TELOS)

Hier is de volharding van de heiligen. De volharding, het volhouden is negatief, in zoverre zij weigeren om het beest of zijn beeld te aanbidden en zijn merkteken te dragen, en positief, in zoverre zij de geboden van God en het geloof in hun Heer en Heiland Jezus bewaren.

Johannes, de schrijver, was een 'mededeelgenoot in de verdrukking .... en de volharding in Jezus'.

Opb 1:9 Ik, Johannes, uw broeder en mededeelgenoot in de verdrukking en het koninkrijk en de volharding in Jezus, kwam op het eiland dat Patmos heet, om het woord van God en het getuigenis van Jezus. (TELOS)

Opb. 14:13. Zaligspreking

Opb 14:13 En ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: Schrijf: gelukkig de doden die in de Heer sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten van hun arbeid; want hun werken volgen hen. (TELOS)

Gelukkig. Een van de zeven zaligsprekingen in dit Bijbelboek (→ Openbaring van Johannes/Onderwerpen#Zaligsprekingen). Deze zaligspreking staat in tegenstelling tot de pijniging in vers 11.

Mt 5:10 Gelukkig zij die worden vervolgd ter wille van de gerechtigheid, want van hen is het koninkrijk der hemelen. Mt 5:11 Gelukkig bent u wanneer zij u smaden en vervolgen en liegend allerlei kwaad van u spreken ter wille van Mij. Mt 5:12 Verblijdt en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want zo hebben zij de profeten vervolgd die voor u geweest zijn. (TELOS)

Rusten. Dit in tegenstelling tot hen die in de hel terechtkomen, "zij hebben dag en nacht geen rust" (vers. 11).

Arbeid. Het Griekse woord wijst op zware, moeitevolle inspanning.

Hun werken. De producten van hun moeitevolle arbeid. Die blijven hen bij. Vergelijk:

Opb 19:8 en haar is gegeven bekleed te zijn met blinkend, rein, fijn linnen, want het fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen.

De gerechtigheden van de heiligen zijn hen nagevolgd en hebben hun plaats ontvangen in het kleed van de bruidsgemeente.

Opb. 14:14. Jezus met een sikkel.

Opb 14:14 En ik zag en zie, een witte wolk, en op de wolk zat iemand, de Zoon des mensen gelijk, die op zijn hoofd een gouden kroon en in zijn hand een scherpe sikkel had. (TELOS)

De Zoon des mensen gelijk. Het gaat om Hem, onze Heer Jezus Christus, die mens is geworden èn gebleven.

Gouden kroon. Spreekt van Zijn koninklijke waardigheid en heerlijkheid.

Scherpe sikkel. Een effectief werktuig voor de oogst - "de oogst van de aarde" (vers 15) - om de aarde te maaien (verzen 15-16). Vergelijk:

Mr 4:26 En Hij zei: Zo is het koninkrijk van God, als een mens die het zaad in de aarde werpt Mr 4:27 en slaapt en opstaat, nacht en dag, en het zaad spruit uit en wordt lang, zonder dat hijzelf weet hoe. Mr 4:28 De aarde draagt vanzelf vrucht, eerst de halm, daarna de aar, daarna het volle koren in de aar. Mr 4:29 Wanneer nu de vrucht zich voordoet, zendt hij terstond de sikkel daarin, omdat de oogst daar is. (TELOS)

Opb. 14:15

Opb 14:15 En een andere engel kwam uit de tempel en riep met luider stem tot Hem die op de wolk zat: Zend uw sikkel en maai, want het uur om te maaien is gekomen, want de oogst van de aarde is overrijp geworden. (TELOS)

Overrijp. God schijnt lang te hebben gewacht; misschien uit lankmoedigheid, vergelijk:

2Pe 3:9 De Heer vertraagt de belofte niet zoals sommigen het voor traagheid houden, maar Hij is lankmoedig over u, daar Hij niet wil dat iemand verloren gaat, maar dat allen tot bekering komen. (TELOS)

Opb. 14:17. Engel met een sikkel.

Opb 14:17 En een andere engel kwam uit de tempel die in de hemel is, en ook hij had een scherpe sikkel. (TELOS)

Had een scherpe sikkel. Niet alleen de Heer (vers 14) hanteert een scherpe sikkel.

Opb. 14:18. Oproep tot de oogst van de wijnstok van de aarde

Opb 14:18 En een andere engel, die macht had over het vuur, kwam uit het altaar; en hij riep met luider stem tot Hem die de scherpe sikkel had en zei: Zend uw scherpe sikkel en oogst de trossen van de wijnstok van de aarde, want zijn druiven zijn rijp. (TELOS)

Macht had over het vuur. Of de bevoegdheid om iets te doen met het vuur. Het Griekse woord kan betekenen: macht, gezag, bevoegdheid.

Trossen van de wijnstok van de aarde. De Heer Jezus maaide de aarde. Dit doet denken aan een graanoogst op de velden. De engel snijdt de druiventrossen af. Dat doet denken aan een de oogst in een wijngaard.

Opb. 14:19. Oogst van de wijnstok van de aarde

Opb 14:19 En de engel sloeg zijn sikkel op de aarde en oogstte van de wijnstok van de aarde en wierp het in de grote wijnpersbak van de grimmigheid van God. (TELOS)

Grote wijnpersbak van de grimmigheid van God. De grootte heeft betrekking op de massaliteit van het bloedbad, de grote menigte die de dood zal vinden. Zie het volgende vers.

Opb. 14:20. Wijnpersbak getreden

Opb 14:20 En de wijnpersbak werd buiten de stad getreden en er kwam bloed uit de wijnpersbak tot aan de tomen van de paarden, zestienhonderd stadien ver.

Buiten de stad. Zonder nadere aanduiding, hoogstwaarschijnlijk Jeruzalem. Zie Openbaring van Johannes/Onderwerpen. Daar zal een vonnis worden voltrokken.

Zestienhonderd stadiën ver. Een stadie is ongeveer 185 meter. 1600 stadiën is ongeveer 1600 x 185 meter = 296000 meter = 296 kilometer. Het schijnt dat over een afstand van bijna 300 km een bloedblad plaatsgrijpt. Gemeten, naar het schijnt, vanaf Jeruzalem[2].

Vergelijk:

Jes 49:26  En Ik zal uw verdrukkers spijzen met hun eigen vlees, en van hun eigen bloed zullen zij dronken worden, als van zoeten wijn; en alle vlees zal gewaar worden, dat Ik, de HEERE, uw Heiland ben, en uw Verlosser, de Machtige Jakobs. (SV)

Voetnoten

  1. 1,0 1,1 DAVID JEREMIAH: Christ's Return, The 144,000, Two Witnesses & Prophecy in Revelation. Youtube.com: 100Huntley, 22 jun. 2020. Vanaf 1 min 40 sec.
  2. Jeep van der Schoot, De koning komt! (Doorn: Uitgeverij Het Zoeklicht, 2011) wijst drie strijdtonelen aan: Megiddo, Jeruzalem (dal van Josafat) en Bozra. Hij merkt op dat de afstand Megiddo - Bozra 300 km is.