Openbaring van Johannes/Hoofdstuk 16

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Openbaring van Johannes:


Hoofdstuk 16 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

In dit hoofdstuk worden, na de voorbereiding in hoofdstuk 5, de zeven schalen van Gods grimmigheid uitgegoten op de leefomgeving van de mens (vers 1): aarde, zee, zon, waterbronnen, lucht worden getroffen. Vergelijk:

Opb 14:7 en hij zei met luider stem: Vreest God en geeft Hem heerlijkheid, want het uur van zijn oordeel is gekomen; en aanbidt hem die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen heeft gemaakt. (TELOS)

  • 1e schaal uitgegoten op de aarde: zweer aan de aanbidders van het beest (Opb. 16:2).
  • 2e schaal uitgegoten op de zee: zee wordt bloed en het leven in zee sterft (Opb. 16:3).
  • 3e schaal uitgegoten op rivieren en waterbronnen: water in bloed veranderd. Leven daar sterft. Opb. 16:4v.

Na de eerste drie schalen volgt een tussengedeelte ("En ik hoorde ...") : de hemel stemt in met oordeel, dat het vergoten bloed der heiligen wordt wedervergolden met bloed.

  • 4e schaal uitgegoten op de zon. Grote hitte die de mensen verbrandt. Ze lasteren God en bekeren zich niet. Opb. 16:8v.
  • 5e schaal uitgegoten op de troon van het beest. Zijn koninkrijk verduisterd. Pijn, zweren. Geen bekering. Opb. 16:10v.
  • 6e schaal uitgegoten op de Eufraat, welks water opdroogt. Wegbereiding voor de koningen van de opgang der zon. Opb. 16:12v.

Ook na deze reeks van drie schalen volgt een intermezzo ("En ik zag..."). Uit de monden van de onheilige drie-eenheid komen demonische geesten die tekenen doen en de koningen van het hele aardrijk verzamelen tot de oorlog van de grote dag van God de Almachtige. Woord voor de heiligen (16:15): Zie, Ik kom als een dief. Gelukkig hij die waakt en zijn kleren bewaart, opdat hij niet naakt wandelt en men zijn schaamte niet ziet. Verzameling der koningen te Harmagedon (16:16).

  • 7e schaal uitgegoten op de lucht (Opb. 16:17v). God zegt “Het is gebeurd”: God grimmigheid is voleindigd. De grootste aardbeving aller tijden. De steden vallen. De grote stad (Jeruzalem, Rome?) in drie delen. Eilanden vluchten, bergen geslecht. Plaag van grote hagel, waarom mensen God lasteren. Ten tijde van de 7e schaal, zo schijnt het (16:19; vgl. 17:1) wordt Babylon geoordeeld door dood, rouw, honger en vuur (18:8).

De schalen worden uitgegoten op verschillende delen van de leefomgeving van de mensen. De 5e schaal wordt weliswaar, bij uitzondering, uitgegoten op de troon van het beest, maar het gevolg is eveneens in de leefomgeving.

Opb. 16:1. Opdracht tot uitgieten

Opb 16:1  En ik hoorde een luide stem uit de tempel tot de zeven engelen zeggen: Gaat heen en giet de zeven schalen van de grimmigheid van God uit op de aarde! (TELOS)

Een luide stem uit de hemel. Waarschijnlijk de stem van God, inz. van de Heer Jezus, door wie God het aardrijk rechtvaardig zal oordelen.

Hnd 17:31 omdat Hij een dag heeft bepaald, waarop Hij het aardrijk in gerechtigheid zal oordelen door een man die Hij daartoe heeft bestemd, waarvan Hij aan allen zekerheid heeft gegeven door Hem uit de doden op te wekken. (TELOS)

Opb. 16:2. Eerste schaal: boze zweer

Opb 16:2 En de eerste ging weg en goot zijn schaal uit op de aarde, en er kwam een kwaadaardige en boze zweer aan de mensen die het merkteken van het beest hadden en die zijn beeld aanbaden. (TELOS)

Kwaadaardige en boze zweer. Een lichamelijke aandoening, want het merkteken is aangebracht op het lichaam.

Aan de mensen die het merkteken van het beest hadden en die zijn beeld aanbaden. Een hoofdzonde in de eindtijd is de afgoderij met betrekking tot het beest en zijn beeld. Gods grimmigheid treft in de eerste plaats de mensen die zich aan die zonde schuldig maken. Afgoderij was ook een hoofdzonde in Israël. De beeldendienst van Jerobeam en anderen was een gruwelijk in Gods ogen.

Opb. 16:3. Tweede schaal: zee wordt bloed

Opb 16:3 En de tweede goot zijn schaal uit op de zee, en zij werd bloed als van een dode, en elke levende ziel, alles wat in de zee is stierf.

De zee. Sommigen denken aan de Middellandse Zee, in de Schrift "de grote zee" genoemd. We mogen echter denken aan de zeeën der wereld:

Opb 14:7 en hij zei met luider stem: Vreest God en geeft Hem heerlijkheid, want het uur van zijn oordeel is gekomen; en aanbidt hem die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen heeft gemaakt. (TELOS)

Zij werd bloed als van een dode. Ook door een van de plagen van Egypte werd water in bloed veranderd.

Elke levende ziel, alles wat in de zee is stierf. Dat is een geweldige milieuramp.

Opb. 16:4. Derde schaal: wateren worden bloed

Opb 16:4 En de derde goot zijn schaal uit op de rivieren en de waterbronnen, en het werd bloed. (TELOS)

Vergelijk de eerste plaag van Egypte ten tijde van Mozes.

Opb. 16:5. Instemming van de engel der wateren.

Opb 16:5 En ik hoorde de engel van de wateren zeggen: U bent rechtvaardig, U die bent en die was, de Heilige, omdat U zo geoordeeld hebt. Opb 16:6 Want bloed van heiligen en profeten hebben zij vergoten, en bloed hebt U hun te drinken gegeven; zij zijn het waard. (TELOS)

De engel van de wateren. Ook engelen hebben een taak in de onderhouding van de aardse woonplaats van de mens.

U bent rechtvaardig. De engel, die meer kennis en inzicht heeft dan wij mensen, verklaart dat Gods straf rechtvaardig is.

Bloed vergoten... bloed te drinken gegeven. Dat is wedervergelding, een pijler van Gods strafrecht.

Opb. 16:7. Instemming van het altaar

Opb 16:7 En ik hoorde het altaar zeggen: Ja Heer, God de Almachtige, waarachtig en rechtvaardig zijn uw oordelen. (TELOS)

Het altaar zeggen. Onder het altaar zijn de zielen van martelaren. Ze hebben gewacht op Gods oordelen, Gods wraak over hun vijanden.

Opb 6:9 En toen het Lam het vijfde zegel opende, zag ik onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren om het woord van God en om het getuigenis dat zij hadden. Opb 6:10 En zij riepen met luider stem en zeiden: Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen? Opb 6:11 En aan ieder van hen werd een lang wit kleed gegeven; en hun werd gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook hun medeslaven en hun broeders die gedood zouden worden evenals zij, voltallig zouden zijn. (TELOS)

Opb. 16:8 Vier schaal: verzengende zon

Opb 16:8 En de vierde goot zijn schaal uit op de zon, en haar werd gegeven de mensen met vuur te verbranden; (TELOS)

Haar. Want "zon" is vrouwelijk in het Nederlands. In het Grieks is het woord voor zon mannelijk en staat er "hem".

Verbranden. De mensen verbranden in de zon. De zon, die een zinnebeeld van de God de Schepper is, is nu een verterend vuur, gelijk God een verterend vuur is.

Jes 4:4 Wanneer de Heere de vuilheid van de dochters van Sion afgewassen zal hebben en de vele bloedschuld van Jeruzalem uit het midden ervan weggespoeld zal hebben door de Geest van oordeel en door de Geest van uitbranding, (HSV)

Opb. 16:9. Lastering. Onbekeerlijkheid.

Opb 16:9 en de mensen werden verbrand door grote hitte en lasterden de naam van God, die de macht over deze plagen had, en zij bekeerden zich niet om Hem heerlijkheid te geven. (TELOS)

Lasterden de naam van God. Zij schonden de eer en goede naam van God. Voor lasteren, zie Lasteren.

Opb 16:11 en lasterden de God van de hemel vanwege hun pijnen en vanwege hun zweren, en zij bekeerden zich niet van hun werken. (TELOS)

Zij bekeerden zich niet. Hun verharding is helaas te groot geworden.

Opb. 16:10. Vijfde schaal: verduistering, pijn.

Opb 16:10 En de vijfde goot zijn schaal uit op de troon van het beest, en zijn koninkrijk werd verduisterd; en zij kauwden hun tongen van pijn

Zijn koninkrijk werd verduisterd. De negende plaag van Egypte was drie dagen van dikke duisternis over het koninkrijk van farao (Ex. 10:21-29). De verduistering zou het gevolg kunnen zijn van een vulkaanuitbarsting. Er zijn in de wereld drie supervulkanen.

Pijn. Zie het volgende vers.

Opb. 16:11. Lastering. Onbekeerlijkheid.

Opb 16:11 en lasterden de God van de hemel vanwege hun pijnen en vanwege hun zweren, en zij bekeerden zich niet van hun werken. (TELOS)

Lasterden de God van de hemel. Ze beseffen dat de plagen door God gezonden worden. De eindtijd is geen tijd van theoretisch atheïsme (menen en belijden dat er geen god bestaat), maar van praktisch atheïsme (leven zonder God).

Opb 16:9 en de mensen werden verbrand door grote hitte en lasterden de naam van God, die de macht over deze plagen had, en zij bekeerden zich niet om Hem heerlijkheid te geven. (TELOS)

Zweren. Vergelijk:

Opb 16:2 En de eerste ging weg en goot zijn schaal uit op de aarde, en er kwam een kwaadaardige en boze zweer aan de mensen die het merkteken van het beest hadden en die zijn beeld aanbaden. (TELOS)

Zij bekeerden zich niet van hun werken. De plagen komen om de boze werken die de mensen doen. Een van die boze werken is de afgoderij met betrekking tot het Beest. Het doel van de plagen is niet slechts straf, maar ook bekering. De mensen bekeerden zich echter niet van hun boze werken. Erger dan de zweren, dan de pijnen, is de onbekeerlijkheid van de mensen, die God pijn doet.

Opb. 16:12. Eufraat droog gelegd.

Opb 16:12  En de zesde goot zijn schaal uit op de grote rivier de Eufraat, en zijn water droogde op, opdat de weg van de koningen die van de zonsopgang komen, bereid zou worden. (TELOS)

Eufraat. De rivier de Eufraat vormde oostelijke grens van het Romeinse rijk. Aan gene zijde lag het rijk der Parthen, de meest geduchte vijand van het Romeinse rijk

De koningen die van de zonsopgang komen. 'De koningen', dat is meervoud, derhalve niet enkel China, mocht dit land erbij horen.

Opb. 16:13-14. Demonen verzamelen de koningen van de aarde

Opb 16:13 En ik zag uit de mond van de draak en uit de mond van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen als kikkers; Opb 16:14 want het zijn geesten van demonen die tekenen doen en die uitgaan naar de koningen van het hele aardrijk, om hen te verzamelen tot de oorlog van de grote dag van God de Almachtige. (TELOS)

Valse profeet. Dit is de eerste maal dat het Beest uit de aarde zo genoemd wordt.

Kikkers. Het zinnebeeld wordt meteen uitgelegd: "het zijn geesten van demonen".

Tekenen. Demonen kunnen tekenen doen. Een teken is op zichzelf derhalve geen bewijs dat het van God komt.

Verzamelen. Politici doen niet alleen de wil van het volk of van hun partij of van zichzelf. Ze zijn kwetsbaar voor demonische invloed. Politieke gebeurtenissen kunnen demonisch geïnspireerd zijn.

Oorlog. Het is een oorlog tegen het Lam. Vergelijk:

Opb 17:14 Dezen zullen oorlog voeren tegen het Lam, en het Lam zal hen overwinnen-want Hij is Heer van de heren en Koning van de koningen-en zij die met Hem zijn, geroepenen en uitverkorenen en getrouwen. (TELOS)

Opb. 16:15. Zaligspreking

Opb 16:15 Zie, Ik kom als een dief. Gelukkig hij die waakt en zijn kleren bewaart, opdat hij niet naakt wandelt en men zijn schaamte niet ziet.

Het is niet duidelijk waarom deze tekst hier staat.

Als een dief. De komst van de Heer is onverwachts, als een roofoverval, waarbij hij mensen uit de wereld "steelt": heiligen, die Hem toebehoren en niet van de wereld zijn, uit de wereld wegrukt.

Opb 3:3 Bedenk dan hoe u het ontvangen en gehoord hebt en bekeer u. Als u dan niet waakt, zal Ik komen als een dief, en u zult geenszins weten op wat voor uur Ik tot u zal komen. Opb 3:4 Maar u hebt enkele namen in Sardis die hun kleren niet bevlekt hebben, en zij zullen met Mij wandelen in witte kleren, omdat zij het waard zijn. Opb 3:5 Wie overwint, die zal bekleed worden met witte kleren en Ik zal zijn naam geenszins uitwissen uit het boek van het leven, en Ik zal zijn naam belijden voor mijn Vader en voor zijn engelen. (TELOS)

Opb 3:17 Omdat u zegt: Ik ben rijk en verrijkt en heb aan niets gebrek, en u weet niet dat u de ellendige, jammerlijke, arme, blinde en naakte bent, Opb 3:18 raad Ik u aan goud van Mij te kopen, gelouterd door vuur, opdat u rijk wordt; en witte kleren, opdat u bekleed wordt en de schande van uw naaktheid niet openbaar wordt; en ogenzalf om uw ogen te zalven, opdat u kunt kijken. (TELOS)

Zie Opname van de gemeente.

Waakt. Het tegendeel is slapen. Wie slaap, merkt de gebeurtenissen in de wereld niet op en ziet de dingen niet aankomen.

Zijn kleren bewaart. Zijn gerechtigheden blijft doen.

Naakt, schaamte. In geestelijk en zedelijk opzicht. Wie in de zonde leeft, is naakt.

Opb. 16:16. Verzameling te Harmagedon

Opb 16:16 En Hij verzamelde hen op de plaats die in het Hebreeuws Harmagedon heet.

Hij verzamelde hen. God verzamelt, ook de demonen verzamelen (vers 13). God heeft echter de hoogste regie. 

Harmagedon. Dat is de berg (Hebr. har) en het dal van Megiddo, in Galilea.

Opb. 16:17. Zevende schaal uitgegoten.

Opb 16:17 En de zevende goot zijn schaal uit op de lucht, en er kwam een luide stem uit de tempel vanaf de troon, die zei: Het is gebeurd! (TELOS)

Lucht. Gr. ‘aer’. Niet ‘hemel’.

Een luide stem uit de tempel vanaf de troon. In 15:5 wordt de tempel geopend en treden de engelen met de schalen naar buiten. Ook in 16:1 klinkt uit de tempel een luide stem:

Opb 16:1 En ik hoorde een luide stem uit de tempel tot de zeven engelen zeggen: Gaat heen en giet de zeven schalen van de grimmigheid van God uit op de aarde! (TELOS)

Het is gebeurd. Vgl. 21:6 "zij zijn gebeurd".

Opb 21:5 En Hij die op de troon zat, zei: Zie, Ik maak alles nieuw. En Hij zei tot mij: Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig. Opb 21:6 En Hij zei tot mij: Zij zijn gebeurd! Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. ... (TELOS).

Opb. 16:18. Grootste aardbeving ooit

Opb 16:18 En er kwamen bliksemstralen en stemmen en donderslagen, en er kwam een grote aardbeving, zoals er niet geweest is sinds er een mens op de aarde is geweest: zo’n aardbeving, zo groot! (TELOS)

Bliksemstralen en stemmen en donderslagen. Vergelijk:

Opb 4:5 En van de troon gingen bliksemstralen, stemmen en donderslagen uit; en zeven vurige fakkels brandden voor de troon; dit zijn de zeven Geesten van God. (TELOS)

Opb 8:5 En de engel nam het wierookvat en vulde het met het vuur van het altaar en wierp dat op de aarde; en er kwamen donderslagen, stemmen, bliksemstralen en een aardbeving. (TELOS)

Opb 11:19 En de tempel van God in de hemel werd geopend en de ark van zijn verbond werd gezien in zijn tempel, en er kwamen bliksemstralen, stemmen, donderslagen, aardbeving en grote hagel. (TELOS)

Een grote aardbeving. "Het is gebeurd" wordt gevolgd door een aardbeving. Na de woorden van de Heiland aan zijn kruis, “Het is volbracht”, volgde eveneens een aardbeving.

Een aardbeving grijpt ook op elders in Openbaring plaats, zie Openbaring van Johannes/Onderwerpen#Aardbeving.

Opb 8:5 En de engel nam het wierookvat en vulde het met het vuur van het altaar en wierp dat op de aarde; en er kwamen donderslagen, stemmen, bliksemstralen en een aardbeving. (TELOS)

Opb 11:19 En de tempel van God in de hemel werd geopend en de ark van zijn verbond werd gezien in zijn tempel, en er kwamen bliksemstralen, stemmen, donderslagen, aardbeving en grote hagel. (TELOS)

Van een "grote aardbeving" is ook sprake in:

Opb 6:12 En ik zag, toen het Lam het zesde zegel opende, en er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak en de hele maan werd als bloed, (TELOS)

Opb 11:13 En op dat uur kwam er een grote aardbeving, en het tiende deel van de stad viel en zevenduizend namen van mensen werden bij de aardbeving gedood; en de overigen werden zeer bevreesd en gaven heerlijkheid aan de God van de hemel. (TELOS)

De grote aardbeving in 16:18 is echter zonder weerga in de geschiedenis van de mensheid. Ook de grote verdrukking is zonder gelijke.

Opb. 16:19. De steden vallen

Opb 16:19 En de grote stad werd tot drie delen en de steden van de naties vielen. En het grote Babylon werd voor God in herinnering gebracht om haar de drinkbeker van de wijn van de grimmigheid van zijn toorn te geven. (TELOS)

De grote stad. Is waarschijnlijk Jeruzalem, omdat (1) deze stad eerder "de grote stad" is genoemd en (2) na de ramp in deze stad gezegd wordt dat de grote stad Babylon in herinnering wordt gebracht. Van Jeruzalem spreekt:

Opb 11:8 En hun lijk zal liggen op de straat van de grote stad, die geestelijk genoemd wordt Sodom en Egypte, waar ook hun Heer gekruisigd is. (TELOS)

In 17:18 is wordt Babylon expliciet "de grote stad" genoemd.

Opb 17:18 En de vrouw die u hebt gezien, is de grote stad die het koningschap heeft over de koningen van de aarde. (TELOS)

Het grote Babylon. Kennelijk onderscheiden van "de grote stad" eerder in dit vers genoemd. Van "het grote Babylon" is al eerder sprake geweest:

Opb 14:8 En een andere, een tweede engel volgde en zei: Gevallen, gevallen is het grote Babylon, dat van de wijn van de grimmigheid van haar hoererij alle naties heeft laten drinken. (TELOS)

Het grote Babylon wordt in hoofdstuk 18 de Grote Hoer genoemd. Zie ook Babylon.

Opb. 16:20. Grote veranderingen aan het aardoppervlak

Opb 16:20 En elk eiland vluchtte en bergen werden niet gevonden. (TELOS)

Elk eiland vluchtte. Werd van zijn plaats gerukt. Aardverschuivingen.

Opb. 16:21. Grote hagel.

Opb 16:21 En een grote hagel, elke steen ongeveer een talent zwaar, viel uit de hemel op de mensen, en de mensen lasterden God vanwege de plaag van de hagel, want de plaag daarvan is zeer groot. (TELOS)

Grote hagel. Van een grote hagel is ook sprake in:

Opb 11:19 En de tempel van God in de hemel werd geopend en de ark van zijn verbond werd gezien in zijn tempel, en er kwamen bliksemstralen, stemmen, donderslagen, aardbeving en grote hagel. (TELOS)

Over het onderwerp Hagel in dit Bijbelboek, zie Openbaring van Johannes/Onderwerpen#Hagel.

Talent zwaar. Een talent is ongeveer 30 kg. Een grote hagelsteen viel in 23 juli 2010 in Vivian in de Amerikaanse staat South Dakota met een diameter van 20 centimeter en een gewicht van 0,76 kilogram. De toekomstige hagel is ruim 39x zwaarder! De aardbeving van vers 18 was de grootste ooit, de hagelstenen die nu vallen zijn allicht de grootste hagelstenen die ooit zullen vallen.