Overblijfsel van Israël

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het overblijfsel van Israël wordt gevormd door Israëlieten die God trouw zijn gebleven en/of door God zijn overgelaten.

In het Engels: remnant, Duits: Überrest.

In alle tijden zijn er getrouwen geweest in Israël, ook wanneer het volk in verval geraakte en de afgoden (zoals bijv. Baal) ging dienen.

Jes 1:9  Zo niet de HEERE der heirscharen ons nog een weinig overblijfsel had gelaten, als Sodom zouden wij geworden zijn; wij zouden Gomorra gelijk zijn geworden. (SV)

De getrouwen hebben in alle tijden de gevoelens in hun harten gehad die wij in de Psalmen vinden. Bijvoorbeeld Mozes in Psalm 90. Het overblijfsel vinden wij in de bijbel ook in de dagen dat de Heer Jezus op aarde was. En ook Paulus en de gelovige joden in zijn tijd behoorden vormden "een overblijfsel naar de verkiezing van de genade", Rom. 11:5.

Ro 11:2 God heeft zijn volk niet verstoten dat Hij tevoren heeft gekend. Of weet u niet wat de Schrift zegt in de geschiedenis van Elia? Hoe hij Israel bij God aanklaagt: Ro 11:3 ‘Heer, uw profeten hebben zij gedood, uw altaren omgeworpen en ik ben alleen overgebleven en zij zoeken mijn leven’. Ro 11:4 Maar wat zegt het Goddelijk antwoord tot hem? ‘Ik heb Mij zevenduizend mannen doen overblijven, die hun knie voor Baal niet gebogen hebben’. Ro 11:5 Zo is er dan ook in de tegenwoordige tijd een overblijfsel naar de verkiezing van de genade. Ro 11:6 Maar is het door genade, dan is het niet meer op grond van werken, anders is de genade geen genade meer. (TELOS)

Het eindtijdse overblijfsel van Israël

Voorts in de toekomst, in de tijd dat de oordelen over de aarde gaan en Christus zal verschijnen tot verlossing van zijn broeders, zal er een overblijfsel in Israël gevonden worden. Na de opname van de gemeente zullen er in Israël zijn die tot geloof komen en het overblijfsel in de eindtijd vormen.

Jes 10:20 En het zal geschieden te dien dage, dat het overblijfsel van Israël, en de ontkomenen van het huis Jakobs niet meer steunen zullen op dien, die ze geslagen heeft; maar zij zullen steunen op den HEERE, den Heilige Israëls, oprechtelijk. Jes 10:21 Het overblijfsel zal wederkeren, het overblijfsel van Jakob, tot den sterken God! Jes 10:22 Want ofschoon uw volk, o Israël! is gelijk het zand der zee, zo zal [toch] [maar] het overblijfsel daarvan wederkeren; de verdelging is vastelijk besloten, overvloeiende met gerechtigheid. Jes 10:23 Want een verdelging, die vastelijk besloten is, zal de Heere HEERE der heirscharen doen in het midden dezes gansen lands. (SV)

Sef 3:12 Maar Ik zal in het midden van u doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op den Naam des HEEREN betrouwen. Sef 3:13 De overgeblevenen van Israël zullen geen onrecht doen, noch leugen spreken, en in hun mond zal geen bedriegelijke tong gevonden worden; maar zij zullen weiden en nederliggen, en niemand zal hen verschrikken. (SV)

Het overblijfsel van Israël in de eindtijd, na de opname van de Gemeente, wordt gevormd door Joden die in Christus Jezus geloven, Hem verwachten en naar Hem uitzien. Zij zullen Christus verwachten, naar Zijn komst uitzien en weer offerdienst plegen. Zij zullen lijden door de verdrukking van de zijde van hun volksgenoten. Ze zullen door Christus worden bewaard in de tijd van de grote verdrukking. Ze zullen door Hem worden verlost wanneer Hij terugkomt. De psalmen vertolken profetisch in het bijzonder de gevoelens en noden van het gelovig overblijfsel in de eindtijd. Psalm 91 is een belofte dat de Godvrezenden in de tijd van "de vergelding der goddelozen" (vers. 8) bewaard zullen worden[1].

Typen van het overblijfsel

In de geschiedenis van Israël zijn verscheidene voorafschaduwingen van het toekomstige overblijfsel.

Noach en zijn familie, die door de oordeelswateren heen werden bewaard in de ark, zijn een type van het overblijfsel.

Sommigen zien in Henoch, die vóór de zondvloed werd weggenomen zonder te sterven, een type van de gemeente van Christus. Henoch stierf echter bijna 700 jaar vóór de zondvloed.  

David. De geschiedenis van David en zijn bende is een type van de Heer Jezus en het overblijfsel in de eindtijd. Saul is een type van de antichrist die over het Joodse volk zal regeren en het overblijfsel zal vervolgen.

7000. Elia achtte zich de enig overgeblevene knecht van God, "en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen" (1 Kon. 19:14).

1Kon 19:14 En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israëls hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen. (SV)

Er waren er echter meer die de afgod Baäl weigerden te dienen.

1Kon 19:18 Ook heb Ik in Israël doen overblijven zeven duizend, alle knieen, die zich niet gebogen hebben voor Baäl, en allen mond, die hem niet gekust heeft. (SV)

Daniëls vrienden. De geschiedenis van Daniels drie vrienden in de brandende oven is een profetische illustratie van de toekomstige verdrukking van het overblijfsel. Nebukadnezar merkt op dat er een vierde man bij is, ‘een zoon der goden’. Deze man is een type van de Heer Jezus in de eindtijd die het overblijfsel bijstaat.

Leerlingen in de storm. Een nieuwtestamentisch type zijn de discipelen in de storm op het meer; de Heer Jezus komt hen vanaf de berg (uit de hemel) tegemoet en bedaart de storm.

De 144.000 Israëlieten

144.000. De hondervierenveertigduizend Israëlieten uit Opb 7 behoren tot het gelovig overblijfsel. Zij worden ‘de slaven van God’ genoemd. Uit elke stam zijn er twaalfduizend:

Opb 7:3 en hij zei: Brengt geen schade toe aan de aarde, noch aan de zee, noch aan de bomen, voordat wij de slaven van onze God aan hun voorhoofden hebben verzegeld. Opb 7:4 En ik hoorde het getal van de verzegelden: honderdvierenveertigduizend verzegelden uit elke stam van de zonen van Israel - Opb 7:5 uit de stam Juda twaalfduizend verzegelden, uit de stam Ruben twaalfduizend, uit de stam Gad twaalfduizend, Opb 7:6 uit de stam Aser twaalfduizend, uit de stam Nafthali twaalfduizend, uit de stam Manasse twaalfduizend, Opb 7:7 uit de stam Simeon twaalfduizend, uit de stam Levi twaalfduizend, uit de stam Issaschar twaalfduizend, Opb 7:8 uit de stam Zebulon twaalfduizend, uit de stam Jozef twaalfduizend, uit de stam Benjamin twaalfduizend verzegelden. (TELOS)

Deze groep is waarschijnlijk 'de vrouw, die de mannelijke zoon gebaard had' in Opb. 12. Deze vrouw wordt op een bijzondere wijze bewaard gedurende 3,5 jaren, 'buiten het gezicht van de slang'.

Opb 12:13 En toen de draak zag dat hij op de aarde neergeworpen was, vervolgde hij de vrouw die de mannelijke zoon gebaard had. Opb 12:14 En aan de vrouw werden de twee vleugels van de grote arend gegeven, opdat zij in de woestijn zou vliegen naar haar plaats, waar zij gevoed wordt een tijd en tijden en een halve tijd, buiten het gezicht van de slang. Opb 12:15 En de slang wierp achter de vrouw water uit zijn mond als een rivier, om haar door de rivier te laten meesleuren. Opb 12:16 En de aarde kwam de vrouw te hulp, en de aarde opende haar mond en verzwolg de rivier die de draak uit zijn mond geworpen had. Opb 12:17 En de draak werd toornig op de vrouw en hij ging weg om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, hen die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben; (12-18) en hij ging op het zand van de zee staan. (TELOS)

Voetnoot

  1. Arnold Fruchtenbaum, Israel's hymnal: Ps. 91, Ariel.org. Een commentaar op Psalm 91.