Romeinen (boek)/Hoofdstuk 8

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Romeinen (boek):


Hoofdstuk 8 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

De apostel Paulus motiveert ons om door de Geest te wandelen, door de Geest geleid te worden. Argumenten: (1) Wij zijn schuldenaars om naar de Geest te leven (Rom 8:12), (2) Leven naar het vlees doet je sterven, (3) door de Geest de werkingen van het lichaam doden doet je leven, (4) geestelijke groei: praktisch zoonschap van God

Leven naar de Geest heeft ook een negatief aspect, het is afrekenen met het vlees: de werkingen van het lichaam doden.

We hebben ontvangen een geest van zoonschap. Dat is het beginsel. Kenmerkende uiting (8:15). Deze geest is anders dan leven onder de wet, in slavernij (8:15).

Wij zijn kinderen van God, niet automatisch in praktische zin zonen, wel in principiële zin. Principieel zijn we kinderen en zonen.

Door ons kindschap zijn wij ook erfgenamen. Erfenis en heerlijkheid horen bij elkaar. Voorwaarde voor erfenis, heerlijkheid: lijden met Hem.

Rom. 8:3

Ro 8:3 Want wat voor de wet onmogelijk was, doordat zij door het vlees krachteloos was — God heeft, doordat Hij zijn eigen Zoon in een gedaante gelijk aan het vlees van de zonde en voor de zonde heeft gezonden, de zonde in het vlees veroordeeld; (TELOS)

De wet. Dat is de wet van God, de wet van Mozes.

Wat voor de wet onmogelijk was. Om ons te volmaken, liefdevol en rechtvaardig te doen zijn.

Door het vlees krachteloos was. In het vlees is de zonde. Deze macht maakt het vlees krachteloos om ons te volmaken.

In een gedaante gelijk aan. De Zoon heeft niet het zondige vlees aangenomen, maar een vlees dat uiterlijk lijkt op het vlees van de zonde. Zijn menselijk lichaam was zonder zonde.

Flp 2:8 En uiterlijk als een mens bevonden heeft Hij Zichzelf vernederd, gehoorzaam wordend tot de dood, ja, tot de kruisdood. (TELOS)

Voor de zonde. Voor het probleem van de zonde, om dat op te lossen.

De zonde in het vlees veroordeeld. Aan het kruis, waaraan de Heiland der wereld stierf.

Rom. 8:4

Ro 8:4 opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld wordt in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. (TELOS)

De rechtvaardige eis van de wet. De eis (enkelvoud) van de wet is de liefde tot God en de naaste. De liefde doet de naaste geen kwaad.

Ro 13:8 Weest niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld. (...) Ro 13:10 De liefde doet de naaste geen kwaad. Daarom is de liefde de vervulling van de wet. (TELOS)

Ga 5:14 Want de hele wet wordt in een woord vervuld, in dit: ‘U zult uw naaste liefhebben als uzelf’. (TELOS)

Naar het vlees wandelen is zich gedragen overeenkomstig de harstochten en begeerten van het vlees.

Rom. 8:5. Naar het vlees of naar de Geest zijn

Ro 8:5 Want zij die naar het vlees zijn, bedenken de dingen van het vlees; maar zij die naar de Geest zijn, de dingen van de Geest; (TELOS)

De dingen van vlees. Zoals zich klem zuipen, fraude plegen, stelen, liegen, enz. enz.

De dingen van de Geest. Barmhartigheid bewijzen, God danken, enz.

Rom. 8:6. Bedenken van het vlees en van de Geest

Ro 8:6 want wat het vlees bedenkt, is de dood, maar wat de Geest bedenkt, is leven en vrede; (TELOS)

Is de dood. Zijn dingen die tot de dood leiden of waarin geen leven van God is.

Is leven en vrede. Dingen die tot leven en vrede leiden of ze bevatten.

Rom. 8:9

Ro 8:9 Maar u bent niet in het vlees maar in de Geest, als inderdaad Gods Geest in u woont; maar als iemand de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe. (Telos)

Die behoort Hem niet toe. Vergelijk:

2Co 13:5 onderzoekt dan uzelf of u in het geloof bent; beproeft uzelf. Of erkent u van uzelf niet, dat Jezus Christus in u is? Zo niet, dan bent u verwerpelijk. (Telos)

Rom. 8:10. Lichaam dood, geest leven

Ro 8:10  Maar als Christus in u is, dan is het lichaam wel dood vanwege de zonde, maar de Geest is leven vanwege de gerechtigheid. 

Als Christus in u is. Door de inwonende Geest van God, die de Geest van Christus is.

Is het lichaam wel dood vanwege de zonde. Ons dode lichaam is sterfelijk (vers 11), 'dit sterfelijke' (1 Cor. 15:53, 54). Het is aan de dood onderworpen. Het loon van de zonde is de dood. Misschien kan men zeggen dat het lichaam van Adam dood ging toen hij gezondigd had. Het werd sterfelijk door zijn daad van zonde.

Ro 8:11 En als de Geest van Hem die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij die Christus uit de doden heeft opgewekt, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest die in u woont. (TELOS)

Vergelijk:

1Co 15:53 Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke onsterfelijkheid aandoen. 1Co 15:54 En wanneer dit vergankelijke onvergankelijkheid zal aandoen, en dit sterfelijke onsterfelijkheid zal aandoen, dan zal het woord uitkomen dat geschreven staat: ‘De dood is verslonden tot overwinning’. (TELOS)

Het loon van de zonde heeft Christus in onze plaats ontvangen. Door de vereenzelviging met Christus in zijn straf, sterven, dood en opstanding, is het vlees gekruisigd met de hartstochten en begeerten.

De Geest is leven vanwege de gerechtigheid. Het is niet duidelijk of de geest van de gelovige dan wel de Geest van God wordt bedoeld. De Telos-vertaling vertaalt 'Geest' en leest dus de Heilige Geest. Meerdere Nederlandse vertalingen echter lezen 'geest' (van de mens).

Uitleg 'Geest'. Voor 'Geest' pleit dat Paulus spreekt van 'leven' en niet 'levend'. Het gaat om 'de Geest van het leven' (vers 2), de Geest van God (vers 11), die de gestorven Heiland levend heeft gemaakt. 'Wat de Geest bedenkt, is leven en vrede' (vers 6). De Geest is leven vanwege de gerechtigheid die ons toegerekend is op grond van ons geloof in de Heiland.

Uitleg 'geest'. Een andere uitleg leest 'geest' van de gelovige. Zijn geest is vernieuwd in de geest van zijn gemoed.

Ro 7:6 Maar nu zijn wij van de wet vrijgemaakt, gestorven aan dat waarin wij gevangen waren, zodat wij dienen in nieuwheid van de geest en niet in oudheid van de letter. (TELOS)

Efe 4:23 en vernieuwd bent in de geest van uw denken, (TELOS)

Ro 1:9 Want God, die ik dien in mijn geest in het evangelie van zijn Zoon, is mijn getuige hoe ik onophoudelijk u gedenk, (TELOS)

Ro 8:16 De Geest Zelf getuigt met onze geest, dat wij kinderen van God zijn. (TELOS)

Het paar 'lichaam' en 'geest' komt bij Paulus ook voor in 1 Cor 7:34, 1 Thess. 5:23, 1 Cor 5:3 en Col.2:5.

1Co 7:34 Er is ook onderscheid tussen de vrouw en de maagd. De ongetrouwde wijdt haar zorg aan de dingen van de Heer om heilig te zijn, zowel naar het lichaam als naar de geest; maar de getrouwde wijdt haar zorg aan de dingen van de wereld, hoe zij haar man zal behagen. (TELOS)

1Th 5:23 Moge nu de God van de vrede Zelf u geheel en al heiligen en moge geheel uw geest en ziel en lichaam onberispelijk worden bewaard bij de komst van onze Heer Jezus Christus. (TELOS)

Rom. 8:11. Uw sterfelijke lichaam eens levend

Ro 8:11 En als de Geest van Hem die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij die Christus uit de doden heeft opgewekt, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest die in u woont. (TELOS)

Zal Hij ... ook uw sterfelijke lichamen levend maken door Zijn Geest die in u woont. 'Dit lichaam van de dood' (Rom. 7:24) zal bij de komst van Christus levend gemaakt worden door de Geest van God die in ons woont.

1Co 15:53 Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke onsterfelijkheid aandoen. 1Co 15:54 En wanneer dit vergankelijke onvergankelijkheid zal aandoen, en dit sterfelijke onsterfelijkheid zal aandoen, dan zal het woord uitkomen dat geschreven staat: ‘De dood is verslonden tot overwinning’. (TELOS)

Rom. 8:12

Ro 8:12 Daarom dan, broeders, zijn wij schuldenaars, niet aan het vlees om naar [het] vlees te leven; (TELOS)

Daarom dan. Omdat Gods Geest in ons woont en onze geest vernieuwd is.

Zijn wij schuldenaars. Zijn verschuldigd om.

Naar [het] vlees te leven. De hartstochten en begeerten en gedachten van het vlees op te volgen.

Rom. 8:13

Ro 8:13 want als u naar het vlees leeft, zult u sterven; maar als u door de Geest de werkingen van het lichaam doodt, zult u leven. (TELOS)

Zult u sterven. Vergelijk:

Ro 7:5 Want toen wij in het vlees waren, werkten de hartstochten van de zonden die door de wet gewekt worden, in onze leden om voor de dood vrucht te dragen. (TELOS)

Ro 8:6 want wat het vlees bedenkt, is de dood, maar wat de Geest bedenkt, is leven en vrede; (TELOS)

Col 2:13 En u, toen u dood was in de overtredingen en in de onbesnedenheid van uw vlees, u heeft Hij mee levend gemaakt met Hem, terwijl Hij ons alle overtredingen vergeven heeft; (TELOS)

Door de Geest. Sommigen[1] vertalen 'door de geest', omdat zij daardoor de menselijke geest verstaan. Het volgende vers echter verschaft een grond om aan 'Geest' te denken.

De werkingen van het lichaam doodt. Door de zondige neigingen voor veroordeeld in de kruisdood van Christus te achten (vergelijk vers 3).

Zult u leven. Leven en werken voor God, in gemeenschap met Hem, de bron van het leven. Vergelijk: iemand die in coma ligt, leeft, maar ook weer niet, want de wisselwerking met zijn medemensen is weg.

Rom. 8:14. Zonen van God

Ro 8:14 Want allen die door de Geest van God geleid worden, die zijn zonen van God. (TELOS)

Wie uit de Geest van God geboren is, is een kind van God (vergelijk vers 16). Wie zich vervolgens en bovendien laat leiden door de Geest, is een zoon van God. Hij handelt in de Geest van Zijn Vader en zal de vrucht van de Geest ontplooien. Hij zal in zedelijk opzicht op God lijken. Kinderen van God zullen zonen van God worden.

Ro 8:19 Want de schepping verwacht reikhalzend de openbaring van de zonen van God. (TELOS)

Rom. 8:15

Ro 8:15 Want u hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar u hebt ontvangen een geest van zoonschap, waardoor wij roepen: Abba, Vader! (TELOS)

Vergelijk:

Ro 7:6 Maar nu zijn wij van de wet vrijgemaakt, gestorven aan dat waarin wij gevangen waren, zodat wij dienen in nieuwheid van de geest en niet in oudheid van de letter. (TELOS)

Slavernij. Een geest van slavernij, in slavernij onder de wet van Mozes of onder de eerste (wettische) beginselen van de wereld (spijswetten, besnijdenis e.d.).

Een geest van zoonschap. Onze geest is vernieuwd door de Heilige Geest, die in ons woont. Wij kennen God nu als Vader.

Rom. 8:16. Getuigenis

Ro 8:16 De Geest Zelf getuigt met onze geest, dat wij kinderen van God zijn. (TELOS)

Onze geest. Onze vernieuwde geest.

Rom. 8:17. Erfgenamen van God

Ro 8:17  En zijn wij kinderen, dan ook erfgenamen: erfgenamen van God en medeërfgenamen van Christus, als wij inderdaad mede lijden, opdat wij ook mede verheerlijkt worden. (CP[2])

Erfgenamen zijn personen die een erfenis krijgen. → Erfgenaam.

Erfgenamen van God. Van Hem die alles bezit.

1Co 3:22 hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Kefas, hetzij wereld, hetzij leven, hetzij dood, hetzij tegenwoordige, hetzij toekomstige dingen, alles is van u; (TELOS)

Mede lijden ... mede verheerlijkt. Met Christus. Sluit aan op het mede-erfgenamen van Christus zijn.

Rom. 8:19

Ro 8:19 Want de schepping verwacht reikhalzend de openbaring van de zonen van God. (TELOS)

Zonen van God. De kinderen van God in hun verheerlijkte staat. Door het geloof zijn wij al zonen van God, maar eens, na de opstanding of verlossing van ons lichaam, in volle kracht en zin. → Zoon van God.

Ro 8:14 Want allen die door de Geest van God geleid worden, die zijn zonen van God. (TELOS)

Lu 20:36 want zij kunnen ook niet meer sterven; want zij zijn aan engelen gelijk en zijn zonen van God, daar zij zonen van de opstanding zijn. (TELOS)

Rom. 8:22 Schepping in barensnood

Ro 8:22 Want wij weten, dat de hele schepping tezamen zucht en tezamen in barensnood is tot nu toe. (TELOS)

In barensnood. Alsof de schepping de zonen van God zal voortbrengen. In zeker zin gebeurt dat ook, terwijl van kracht blijft dat uit en door en tot God alle dingen zijn. Vergelijk:

Ge 1:11 En God zeide: Dat de aarde jong groen voortbrenge, zaadgevend gewas, vruchtbomen, die naar hun aard vruchten dragen, welke zaad bevatten, op de aarde; en het was alzo. (NBG51)

Ge 1:24 En God zeide: Dat de aarde voortbrenge levende wezens naar hun aard, vee en kruipend gedierte en wild gedierte naar hun aard; en het was alzo. (NBG51)

Rom. 8:23

Ro 8:23 En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wijzelf zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam. (TELOS)

Eerstelingen van de Geest. De volheid van deze gave Gods zal in de toekomst plaatsgrijpen:

Hnd 2:16 Maar dit is wat gesproken is door de profeet Joel: Hnd 2:17 ‘En het zal gebeuren in de laatste dagen, zegt God, dat Ik van mijn Geest zal uitstorten op alle vlees, en uw zonen en dochters zullen profeteren, en uw jongemannen zullen gezichten zien en uw ouden zullen dromen dromen. Hnd 2:18 Ja, op mijn slaven en op mijn slavinnen zal Ik in die dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren. Hnd 2:19 En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed en vuur en rookwalm. (TELOS)

Ook wijzelf zuchten bij onszelf. Want wij leden in deze tegenwoordige tijd. Ons lichaam is nog niet verlost.

Rom. 8:26 Hulp en voorbede van de Geest

Ro 8:26 En evenzo komt ook de Geest onze zwakheid te hulp; want wat wij naar behoren zullen bidden, weten wij niet, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. (Telos)

Onze zwakheid te hulp. Hij wil ons helpen om te bidden in overeenstemming met God (vers 27).

De Geest Zelf bidt voor ons. Zie ook het volgende vers, dat van Zijn voorbede spreekt. Dat de Geest bidt, bewijst dat Hij een Persoon is.

Rom. 8:29-30

Ro 8:29  Want hen die Hij tevoren heeft gekend, heeft Hij ook tevoren bestemd om aan het beeld van zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broeders. Ro 8:30 En hen die Hij tevoren heeft bestemd, die heeft Hij ook geroepen; en die Hij heeft geroepen, die heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij heeft gerechtvaardigd, die heeft Hij ook verheerlijkt. (Telos)

Let op de volgorde: te voren kennen → te voren bestemmen → roepen → rechtvaardigen → verheerlijken. God kent te voren hen die tot geloof in de Heer Jezus zouden komen. Hij weet dat al voordat zij zich bekeren. Een mens heeft daar vóór zijn bekering geen weet van. Dat vooraf kennen en vooraf bestemmen is Gods zaak. Gods voorkennis is niet onze menselijke voorkennis. Weten dat God mij heeft uitverkoren komt pas nadat ik aan Gods roepstem, dat ik mij moet moet bekeren en in de Heer Jezus geloven, heb gehoor en gevolg gegeven. Weten wat God weet over mij is niet vereist om behouden te worden. Ik hoef alleen te weten dat God ook mij wil behouden en hoe ik behouden kan worden, namelijk door te geloven in de Heer Jezus. → Uitverkiezing.

Rom. 8:32

Ro 8:32 Hoe zal Hij die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar Hem voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken? (Telos)

Hem voor ons allen overgegeven heeft. Vergelijk:

Ro 4:25 die overgegeven is om onze overtredingen en opgewekt om onze rechtvaardiging. (Telos)

Joh 3:16 Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. (Telos)

Alle dingen schenken. Wij zijn mede-erfgenamen (→ Erfgenaam).

1Co 3:22 hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Kefas, hetzij wereld, hetzij leven, hetzij dood, hetzij tegenwoordige, hetzij toekomstige dingen, alles is van u; (Telos)

Voetnoten

  1. Zo N. de Jonge.
  2. Vertaling van Christipedia, gebaseerd op een aanpassing van de Telos-vertaling van dit vers.