Sur

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Sur (Hebr. sjoer; Eng. shur) is waarschijnlijk een plaats of streek ten zuiden van Kanaän en aan de oostgrens van Egypte.

Naam. De ‘woestijn van Etam’ is vermoedelijk een andere benaming voor dezelfde 'woestijn Sur'. De naam ‘Sur’ komt zes keer voor het in Oude Testament.

Ligging. De ligging van Sur is onzeker. Een hypothese zegt: tussen Egypte en Kanaän.

Mogelijke ligging van de woestijn Sur

Een tweede hypothese zegt: langs de noordelijke kust van de golf van Suez.

Uittocht uit Egypte-Wolters.jpg

Een derde hypothese over de ligging van Sur is: in het noordwesten van Saoedi-Arabië, in de huidige provincie Tabuk[1].

Na de doortocht door de Schelfzee trokken de Israëlieten drie dagen door de woestijn Sur.
Ex 15:22  Hierna deed Mozes de Israëlieten voortreizen van de Schelfzee af; en zij trokken uit tot in de woestijn Sur, en zij gingen drie dagen in de woestijn, en vonden geen water. Ex 15:23  Toen kwamen zij te Mara; doch zij konden het water van Mara niet drinken, want het was bitter; daarom werd derzelver naam genoemd Mara. (SV)
De route van de uittocht uit Egypte naar Kanaän.

Route: Egypte (vertrek 14e dag van 1e mnd) → Pi-HachirothSchelfzeeSurMaraElimWoestijn Sin (aankomst 15e van 2e mnd) → Rafidim → woestijn Sinaï (aankomst in de 3e mnd) → ... → Kanaän (aankomst 40 jaar na uittocht).

De Engel des HEEREN vond Hagar “aan een waterfontein in de woestijn, aan de fontein op de weg van Sur” (Gen. 16:7). Abraham reisde van Mamre (Gen. 18:1) “naar het land van het zuiden, en woonde tussen Kades en tussen Sur; en hij verkeerde als vreemdeling te Gerar.” (Gen. 20:1)

Kaart: de woestijn Sur (Eng. 'wilderness of Shur')

De Ismaëlieten “woonden van Havila tot Sur toe, dat tegenover Egypte is, waar u gaat naar Assur” (Gen. 25:18, CP[2]).

De Israëlieten trokken na de Schelfzee te zijn doorgegaan, drie dagen de woestijn van Sur in. “Zij trokken uit tot in de woestijn Sur, en zij gingen drie dagen in de woestijn, en vonden geen water” (Ex. 15:22).

Saul sloeg “de Amalekieten van Havila af, tot daar gij komt te Sur, dat voor aan Egypte is.” (1 Sam. 15:7)

Vanuit het land der Filistijnen trok David met zijn mannen op “en zij overvielen de Gesurieten, en de Girzieten, en de Amalekieten (want deze zijn vanouds geweest de inwoners des lands), dat gij gaat naar Sur, en tot aan Egypteland.” (1 Sam. 27:8).

Voetnoten

  1. Zie https://www.bible.ca/archeology/bible-archeology-exodus-route-wilderness-of-shur-ishmaelites-midianites-amalekites.htm
  2. Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.