Teman (persoon)

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Teman is in de Bijbel de naam van een Edomitische vorst en van een landstreek in Edom. De streek - zie Teman (landstreek) - heeft haar naam ontleend aan de naam van de vorst die er regeerde.

Teman was een zoon van Elifaz, de eerstgeborene van Ezau. Teman was derhalve een kleinzoon van Ezau.

Ge 36:11  En de zonen van Elifaz waren: Teman, Omar, Zefo, en Gaetam, en Kenaz.

1Kr 1:36  De kinderen van Elifaz waren Theman, en Omar, Zefi, en Gaetham, Kenaz, en Timna, en Amalek.

Ge 36:15  Dit zijn de vorsten der zonen van Ezau: de zonen van Elifaz, den eerstgeborene van Ezau, waren: de vorst Teman, de vorst Omar, de vorst Zefo, de vorst Kenaz.

Ge 36:42 De vorst Kenaz, de vorst Teman, de vorst Mibzar,

1Kr 1:53 De vorst Kenaz, de vorst Theman, de vorst Mibzar,

De nakomelingen van Teman zijn de Temanieten.

Ge 36:34 En Jobab stierf, en Husam, uit der Temanieten land, regeerde in zijn plaats.

Een van de vrienden van Job was Elifaz, de Themaniet.

Job 2:11 Als nu de drie vrienden van Job gehoord hadden al dit kwaad, dat over hem gekomen was, kwamen zij, ieder uit zijn plaats, Elifaz, de Themaniet, en Bildad, de Suhiet, en Zofar, de Naamathiet; en zij waren het eens geworden, dat zij kwamen om hem te beklagen, en om hem te vertroosten.

Bronnen

Bijbels Theologische Encyclopedie ed. 2008 s.v. Teman