Titus 3

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb
Titus, hoofdstuk: 1 2 3

Hoofdstuk Titus 3 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Titus moet de gelovigen eraan herinneren aan de overheid onderdanig te zijn, tot alle goed werk bereid te zijn en zich daarop toe te leggen, en met iedereen in vrede te leven. Ook wij leefden vroeger in de zonde, maar wij zijn vernieuwd. Van twistvragen houde Titus zich ver (1-11). Na enige meedelingen van persoonlijke aard wordt de brief met een heilbede besloten (12-15).

1

Tit 3:1  Herinner hen eraan, aan overheden en machten onderdanig te zijn, gehoorzaam, tot alle goed werk bereid te zijn, (Telos)

Hen. De medegelovigen.

Gehoorzaam. In tegenstelling tot ongehoorzaam (vers 3).

3

Tit 3:3  Want ook wij waren vroeger onverstandig, ongehoorzaam, dwalend, aan allerlei begeerten en genietingen verslaafd, in boosheid en afgunst levend, verfoeilijk en elkaar hatend. (Telos)

Aan allerlei begeerten en genietingen verslaafd. Die wij thans hebben we verzaken (2:12).

4

Tit 3:4  Maar toen de goedertierenheid en de mensenliefde van God, onze Heiland, verschenen is, (Telos)

Tit 2:11 Want de genade van God, heilbrengend voor alle mensen, is verschenen Tit 2:12  en onderwijst ons, dat wij met verzaking van de goddeloosheid en de wereldse begeerten ingetogen, rechtvaardig en godvruchtig zouden leven in deze tegenwoordige eeuw, (Telos)

God, onze Heiland. in vers heet het "Jezus Christus, onze Heiland".

6

Tit 3:6  die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland, (Telos)

Jezus Christus, onze Heiland. In vers 4 heet het "God, onze Heiland". Hebben wij twee heilanden? Het Oude Testament leert dat er buiten God geen Heiland is. God is één en Jezus heeft deel aan de Godheid, die Vader, Zoon en Heilige Geest omvat (Drie-eenheid)

11

Tit 3:11  daar je weet dat zo iemand afgeweken is en zondigt, terwijl hij door zichzelf veroordeeld is. (Telos)

Terwijl hij door zichzelf veroordeeld is. Zijn eigen woorden veroordelen hem. Hij veroorzaakt een scheuring doordat hij iets veroordeelt bij anderen, maar door zijn scheurmakerij, die te veroordelen is, veroordeelt hij zichzelf.

Mt 7:2  want met het oordeel waarmee u oordeelt, zult u worden geoordeeld, en met de maat waarmee u meet, zal u worden gemeten. (Telos)

Of: hij scheidt af, maakt scheuring en wordt als gevolg zelf afgescheiden (verworpen).

Bron

Leidsche Vertaling (1914). Tekst van de samenvatting van Titus 3 is onder wijziging verwerkt op 26 jan. 2021.