Varken

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een varken of zwijn is een niet-herkauwend veelhoevig dier, vraatzuchtig en rondwroetend, onrein volgens de wet van Mozes.

Vrouwelijk varken (zeug) met biggen

Het Griekse woord voor varken in het Nieuwe Testament is χοιρος, choiros. Het woord betekent eigenlijk het jonge varken of zwijn, de big, maar vervolgens ook in ‘t algemeen: het varken, het zwijn. Het Strongnummer is 5519. Het komt 14 keer voor in het Nieuwe Testament.

Onrein dier

Het varken of zwijn behoorde tot de onreine dieren, waarvan de Israëlieten het vlees niet mochten eten, (Lev. 11:7; Deut. 14:8).

Le 11:7  Ook het zwijn, want dat verdeelt wel den klauw, en klieft de klove der klauwen in tweeën, maar herkauwt het gekauwde niet; dat zal u onrein zijn. (SV)

De 14:8  Ook het varken; want dat verdeelt zijn klauw wel, maar het herkauwt niet; onrein zal het ulieden zijn; van hun vlees zult gij niet eten, en hun dood aas zult gij niet aanroeren. (SV)

God zuchtte in Jes. 65 over het volk Israël, dat hem tergde, onder meer door zwijnenvlees te eten (Jes. 65:4; vgl. 66:17).

Varkens houden

De heidenen (niet-Joden) hielden varkens (Matth. 7:6; Luc 15:15,16; Matth. 8:30-32). De zwijnenhoederij was voor een Jood de vernederendste, onreinste bezigheid (Luk. 15:15). De jongste zoon uit de gelijkenis van Luk. 15 kwam in een vreemd land, raakte aan lagerwal en ging uit armoede iemands varkens weiden.

Lu 15:15  En hij ging heen en vervoegde zich bij een van de burgers van dat land, en die zond hem op zijn velden om varkens te weiden. Lu 15:16  En hij begeerde zich te verzadigen met de peuleschillen die de varkens aten, en niemand gaf ze hem. (Telos)

De demonen, die een door hen bezeten man uit Gergasa moesten verlaten, smeekten de Heer Jezus dat Hij hun zou toestaan in een kudde varkens te gaan.

Lu 8:32  En er was daar een grote kudde varkens aan het weiden op de berg. Zij smeekten Hem dat Hij hun zou toestaan daarin te gaan. En Hij stond het hun toe.  Lu 8:33  En de demonen gingen uit de man weg en gingen in de varkens; en de kudde stortte van de steilte af het meer in, en verdronk. (Telos)

Er zijn er die aannemen dat de Joden die de grensstreken, bijvoorbeeld het land van de Gerasenen, bewoonden zich op het aanfokken van zwijnen hadden toegelegd, om door de handel daarin met de naburige heidenen zich een winst te verschaffen, die hun niet uitdrukkelijk door de wet verboden werd.

Zinnebeeld

'Varken' wordt in het Nederlands ook figuurlijk gebruikt voor een morsig, vuil mens of voor een luilak. 'Varken' is door de Heer Jezus figuurlijk gebruikt voor een onrein mens.

Mt 7:6  Geeft het heilige niet aan de honden en werpt uw parels niet voor de varkens; opdat zij ze niet misschien met hun poten vertrappen en zich omkeren en u verscheuren. (Telos)

De varken is een zinnebeeld van redeloze, tuchtloze, het rijk van God vijandige, verderfelijke mensen.

Ps 80:13  (80-14) Het zwijn uit het woud heeft hem uitgewroet, en het wild des velds heeft hem afgeweid. (SV)

Spr 11:22  Een mooie vrouw zonder inzicht is een gouden ring in een varkenssnuit. (HSV)

Petrus schrijft van de zedeloze dwaalleraren:

2Pe 2:22  Hun is overkomen wat het ware spreekwoord zegt: ‘De hond is teruggekeerd naar zijn eigen braaksel’, en: ‘De gewassen zeug tot het wentelen in de modder’. (Telos)

Bronnen

VanDale.nl, s.v. Varken. Geraadpleegd 31 jan. 2020.

D. Harting, Grieks Woordenboek op het Nieuwe Testament (1861-1863). Opgenomen als Grieks-Nederlands handwoordenboek op het Nieuwe Testament in Online Bible (uitgeverij Importantia). Tekst van het lemma choiros is onder wijziging verwerkt op 31 jan. 2020.

H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Tweede deel K - Z. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1872) s.v. Zwijn. De tekst van dit lemma is op 31 jan. 2020 onder wijziging verwerkt.