Laïs

Uit Christipedia
(Doorverwezen vanaf Lesem)

Laïs verwijst in de Bijbel naar een of twee plaatsen en naar een man.

Naam. De Hebreeuwse naam is לישׁ, Layisj, d.i. 'Grote Leeuw'[1] of 'Leeuw'[2]. De naam komt 7x voor in de Bijbel, in het Oude Testament.

1. Laïs of Lesem is de vroegere naam van de stad Dan, gelegen in het noorden van Israël, aan de voet van de Antilibanon of grote Hermon, ten zuidwesten van de berg Hermon.
Joz 19:47  Maar het gebied van de nakomelingen van Dan was voor hen te klein uitgevallen. Daarom trokken de nakomelingen van Dan op en streden tegen Lesem, namen het in, sloegen het met de scherpte van het zwaard, namen het in bezit en gingen er wonen. En ze noemden Lesem Dan, naar de naam van hun vader Dan. (HSV)
'Lesem' betekent 'Edelsteen'[2] of 'Leeuw'[3]. Laïs was voormaals een aanzienlijke stad[1].
Ligging van Laïs (Dan) in vak 1B.
Ligging van Laïs (Lesem) ofwel Dan in het noorden van Israël.
De Danieten veroverden en verwoestten haar en noemden haar Dan, naar hun stamvader Dan.
Ri 18:27 Zij dan namen wat Micha gemaakt had, en den priester, die hij gehad had, en kwamen te Laïs, tot een stil en zeker volk, en sloegen hen met de scherpte des zwaards, en de stad verbrandden zij met vuur. Ri 18:28  En er was niemand, die hen verloste; want zij was verre van Sidon, en zij hadden niets met enigen mens te doen; en zij [lag] in het dal, dat bij Beth-rechob is. Daarna herbouwden zij de stad, en woonden daarin. Ri 18:29  En zij noemden den naam der stad Dan, naar den naam huns vaders Dan, die aan Israël geboren was; hoewel de naam dezer stad te voren Laïs was. (SV)
Zie ook Dan voor dezelfde stad onder de naam Dan. 2. Een andere stad van die naam, niet ver van Jeruzalem, noordelijk van haar, naar de bijgevoegde steden te oordelen, in de stam Benjamin, Jes. 10: 30. De precieze ligging is onbekend.
Jes 10:28  Hij komt te Ajath, hij trekt door Migron; te Michmas legt hij zijn gereedschap af. Jes 10:29  Zij trekken door den doorgang, te Geba houden zij hun vernachting; Rama beeft, Gibea Sauls vlucht. Jes 10:30  Roep luide met uw stem, gij dochter van Gallim! laat ze horen tot Lais toe, o ellendige Anathoth! Jes 10:31  Madmena vliedt weg, de inwoners van Gebim vluchten met hopen. Jes 10:32  Nog een dag blijft hij te Nob; hij zal er zijn hand bewegen [tegen] den berg der dochter van Sion, den heuvel van Jeruzalem. (SV)
Doch anderen houden haar voor dezelfde stad Laïs als genoemd onder 1. 3. Laïs de vader van Palti (of Paltiël), aan wie Saul zijn dochter Michal uithuwelijkte, na haar aan haar man David ontnomen te hebben.
1Sa 25:44  Want Saul had zijn dochter Michal, de huisvrouw van David, gegeven aan Palti, den zoon van Lais, die van Gallim was. (SV)
2Sa 3:14  Ook zond David boden tot Isboseth, den zoon van Saul, zeggende: Geef [mij] mijn huisvrouw Michal, die ik mij met honderd voorhuiden der Filistijnen ondertrouwd heb. 2Sa 3:15  Isboseth dan zond heen, en nam haar van den man, van Paltiel, den zoon van Lais. 2Sa 3:16  En haar man ging met haar, al gaande en wenende achter haar, tot Bahurim toe. Toen zeide Abner tot hem: Ga weg, keer weder. En hij keerde weder. (SV)

Bron

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst van het lemma 'Laïs' is op 31 dec. 2019 onder wijziging verwerkt.

Hebreeuws-Nederlands Lexicon; op basis van Strong-coderingen. Onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia. Het is gebaseerd op het Engelstalige Online Bible Hebrew-Englisch Lexicon van Larry Pierce.

Voetnoten

  1. 1,0 1,1 S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen, naar hunne eerste spelling en oorspronkelijke uitspraak met eene korte beschrijving de personen, landen en plaatsen, in het Oude Testament voorkomende, en voor het grootste gedeelte ook etymologisch behandeld. (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Lajis. Van Ronkel was hoofdonderwijzer aan een Joodse school en beëdigd vertaler.
  2. 2,0 2,1 Hebreeuws-Nederlands Lexicon; op basis van Strong-coderingen. Onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia. Het is gebaseerd op het Engelstalige Online Bible Hebrew-Englisch Lexicon van Larry Pierce.
  3. Dr. ir. J. de Graaf e.a. (red.), Tekst voor Tekst; de Heilige Schrift kort verklaard en toegelicht (Boekencentrum, 1987), commentaar op Richt. 18.