Luipaard

Uit Christipedia
(Doorverwezen vanaf Panter)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Afrikaanse luipaard (panthera pardus pardus)

De luipaard of panter is een roofdier dat tot het kattengeslacht behoort en thuis is in Afrika, Azië, Arabië en de bergen van Israël (Hoogl. 4: 8). Het is de algemeenste grote katachtige[1].

Naam. De dierkundige Latijnse naam is panthera pardus. Het dier wordt ook wel panter genoemd. "Luipaard" wordt in de regel gebruikt voor dieren uit Afrika, "panter" voor Aziatische dieren. Dit is echter geen strikte regel en dikwijls worden de namen door elkaar gebruikt. Vergelijk:

Jes 11:6  Een wolf zal bij een lam verblijven, een luipaard bij een geitenbok neerliggen, een kalf, een jonge leeuw en gemest vee zullen bij elkaar zijn, een kleine jongen zal ze drijven. (HSV)

en:

Jes 11:6  Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en de panter zich nederleggen bij het bokje; het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen tezamen zijn, en een kleine jongen zal ze hoeden; (NBG51)

Huid. Zijn huid is vol zwarte, ringvormig samengestelde vlekken (Jer. 13: 23).

Karakter. List en bloeddorst, zowel als vlugheid kenmerken dit beest boven alle andere roofdieren.

Leefgebied. In Israël zijn vier ondersoorten aangetroffen[2]. Onzeker is of er thans nog luipaarden voorkomen in Israël.

Leefgebied van de luipaard

Jachttijd en prooidieren

Een Afrikaanse luipaard met zijn prooi, een antilope.

Jachttijd. De luipaard is 's nachts of in de schemering actief. Hij jaagt meestal 's avonds of 's nachts. Hij jaagt zelden overdag, omdat hij dan te veel opvalt. Overdag rust het dier meestal tussen struikgewas of in een boom.

Prooidieren. De luipaard jaagt voornamelijk op middelgrote zoogdieren als antilopen, herten, knobbelzwijnen en andere varkens, geiten (vgl. Jes. 11: 6) en bavianen, en op kleinere dieren zoals hazen, apen, klipdassen, knaagdieren (waaronder stekelvarkens), vogels, slangen, vissen en insecten, evenals struisvogels, jakhalzen en honden. Sommige luipaarden specialiseren zich in een bepaalde diersoort.

Als de luipaard een prooi denkt te hebben gevonden, bespringt hij de prooi als deze op zijn schuilplaats zit. Hij besluipt eerst behendig en rustig de prooi; soms ligt het roofdier doodstil in een hinderlaag klaar om te springen, bijvoorbeeld in een boom.

Afrikaanse luipaarden nemen hun prooi mee een boom in, waar ze die opeten. In een boom zijn ze meestal veilig voor andere roofdieren, als leeuwen en gevlekte hyena's, die zijn prooi kunnen stelen.

Zinnebeeld

De luipaard is in de Heilige Schrift het beeld van de onverzadelijke, snel veroverende Macedonische vorst Alexander de Grote (Dan. 7 : 6), van de Chaldeeën (Hab. 1: 8), ook van God, die het ondankbare volk Israël onverhoopt overvalt (Jer. 5: 6. Hos. 13 :7).

Toekomst

Het samenwonen van de luipaard met de geitenbok behoort tot de liefelijke vredestoestand, waarin de dierenwereld onder elkaar en met de mensen, weer zal gebracht worden op de berg van Gods heiligheid, de berg Sion (Jes. 11: 6, 9).

Jes 11:6  En de wolf zal met het lam verkeren, en de luipaard bij de geitenbok neerliggen; en het kalf, en de jonge leeuw, en het mestvee tezamen, en een kleine jongen zal ze drijven. (CP[3])

Meer informatie

Luipaard, nl.wikipedia.nl

Bronnen

H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Tweede deel K - Z. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1872) s.v. Luipaard. De tekst van dit lemma is op 27 jan. 2020 onder wijziging verwerkt.

Luipaard, nl.wikipedia.nl. Enige tekst van dit artikel is verwerkt op 27 jan. 2020.

Voetnoot


  1. Luipaard, nl.wikipedia.nl, geraadpleegd 27 jan. 2020.
  2. Zie https://he.wikipedia.org/wiki/%D7%A0%D7%9E%D7%A8
  3. Hertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling