Rijm
(Doorverwezen vanaf Rijp)
Rijm is dauw die zich op vaste voorwerpen heeft afgezet en daar bevroren is. Synoniem: rijp.
De stofnaam is van dezelfde stam als rijp, maar met een ander achtervoegsel. Voorbeeldzin: "de rijm lag op de daken".
Het manna dat God in de woestijn aan de Israëlieten gaf, was "klein als de rijm".Ex 16:13 En het geschiedde aan den avond, dat er kwakkelen opkwamen, en het leger bedekten; en aan den morgen lag de dauw rondom het leger. Ex 16:14 Als nu de liggende dauw opgevaren was, zo ziet, over de woestijn was een klein rond ding, klein als de rijm, op de aarde. Ex 16:15 Toen het de kinderen Israëls zagen, zo zeiden zij, de een tot den ander: Het is Man, want zij wisten niet wat het was. Mozes dan zeide tot hen: Dit is het brood, hetwelk de HEERE ulieden te eten gegeven heeft. (SV)Vgl. vers 15 in de Herziene Statenvertaling:
Ex 16:14 Toen de laag dauw opgetrokken was, zie, over de woestijn lag [iets] fijns, [iets] vlokkigs, fijn als de rijp op de aarde. (HSV)
Bron
Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000.