Gezicht (visioen)

Uit Christipedia
(Doorverwezen vanaf Visioen)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een gezicht of visioen is een openbaring aan het geestesoog, een zicht op personen, zaken enz. die op een natuurlijke manier niet te zien zijn[1], of datgene dat gezien wordt.

Een gezicht Gods of gezicht van Godswege is een visioen dat berust op een openbaring door God. Een nachtgezicht is een gezicht (visioen) dat in de nacht wordt gezien, een droomgezicht vindt plaats tijdens de slaap in de droom.

Jes 1:1 Het gezicht van Jesaja, den zoon van Amoz, hetwelk hij zag over Juda en Jeruzalem, in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia, de koningen van Juda. (SV)

Eze 1:1 In het dertigste jaar, in de vierde [maand], op de vijfde van de maand, toen ik te midden van de ballingen aan de rivier de Kebar was, gebeurde het [dat] de hemel geopend werd en ik visioenen van God kreeg te zien. (HSV)

Eze 1:1 In het dertigste jaar, in de vierde [maand], op den vijfden derzelve maand, als ik in het midden der weggevoerden was bij de rivier Chebar, zo geschiedde het, [dat] de hemelen werden geopend, en ik gezichten Gods zag. (SV)

Eze 1:1 In het dertigste jaar, in de vierde maand, op de vijfde der maand, toen ik te midden der ballingen aan de rivier de Kebar was, werd de hemel geopend en zag ik gezichten van Godswege. (NBG51)

De aard en wijze van de goddelijke openbaring was vanaf het begin zeer onderscheiden. Zij vond plaats door verschijningen, stemmen, dromen, meestal door het woord in sommige gevallen door gezichten (Num. 12: 6; Hebr. 1: 1). Deze waren aanschouwingen in een toestand van verrukking, waarin de ziel, boven haar gewone toestand verheven, dingen ziet, die ver boven haren gezichtseinder liggen. Volgens Zach. 4: 1 is de gewone toestand van een profeet in verhouding tot die van zijn verrukking, als de toestand van het slapen tot die van het waken. Toen de engel met Zacharia sprak, toen het oog en oor van de geest waren ontsloten, was het hem als iemand die uit de slaap werd opgewekt.

Deze plaats, evenals nog enkele andere (bijv. Dan. 8: 16; 9: 21; Openb. 1: 1; 17: 1; 22: 16) leert ons de bemiddeling kennen, die in sommige gevallen van de verrukking plaats vond. Het was het werk van een engel, om de profeet, die een gezicht ontving, uit de gewone toestand in die van de verrukking te brengen en hem de geestelijke zintuigen te ontsluiten, opdat hij de hem voorgehouden beelden kon zien, maar dan ook door een verdere inwendige werking het rechte verstand van de geziene beelden te openen. Dit wordt een „in de geest" te zijn genoemd (Openb. 1: 10). Men vergelijke, hoe de Apostel Paulus (2 Kor. 12:2 3) zijn verrukking beschrijft met het gezicht van Petrus (Hand.  10: 10 vv.).

Bron

H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Eerste deel A - J. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1867) s.v. Gezigt. Tekst hiervan is onder wijziging verwerkt op 19 sept. 2019.

Voetnoot

  1. VanDale.nl, geraadpleegd 19 sept. 2019.