Een zoon van God is een schepsel dat in vrijheid denkt, voelt, wil en handelt in de geest van God. Ongeschapen is Hij die 'de Zoon van God' wordt genoemd en wiens beeld de geschapen zonen van God dragen.

Zie Jezus Christus/Zoon van God voor het hoofdartikel over de eeuwige, ongeschapen Zoon van God

Engelen

De goede engelen worden 'de zonen van God' genoemd. De Statenvertaling heeft 'kinderen van God', de Herziene Statenvertaling en de NBG51-vertaling hebben 'zonen van God'.
Job 1:6 Op zekere dag nu kwamen de zonen Gods om zich voor de HERE te stellen, en onder hen kwam ook de satan. (NBG51)
Job 2:1 Op zekere dag kwamen de zonen Gods om zich voor de HERE te stellen, en onder hen kwam ook de satan om zich voor de HERE te stellen. (NBG51)
De engelen waren getuige van de schepping door God en zij jubelden toen Hij de aarde grondvestte:
Job 38:7 terwijl de morgensterren tezamen juichten, en al de zonen Gods jubelden? (NBG51)

Mensen

Verloste mensen worden 'kinderen van God' en 'zonen van God' genoemd.

Kinderen van God.
Joh 1:12  Maar allen die Hem hebben aangenomen, hun gaf Hij het recht kinderen van God te worden, hun die in zijn naam geloven;  Joh 1:13  die niet uit bloed, niet uit de wil van het vlees, niet uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn. (Telos)
Ro 8:14  Want allen die door de Geest van God geleid worden, die zijn zonen van God.  Ro 8:15  Want u hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar u hebt ontvangen een geest van zoonschap, waardoor wij roepen: Abba, Vader! Ro 8:16 De Geest Zelf getuigt met onze geest, dat wij kinderen van God zijn. Ro 8:17 En zijn wij kinderen, dan ook erfgenamen: erfgenamen van God en medeerfgenamen van Christus, als wij inderdaad met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden. (Telos)
Efe 5:1  Weest dan navolgers van God, als geliefde kinderen, (Telos)
Flp 2:15 opdat u onberispelijk en rein bent, onbesproken kinderen van God temidden van een krom en verdraaid geslacht, waaronder u schijnt als lichten in de wereld, (Telos)
Johannes gewaagt in zijn brieven meermalen van 'kinderen van God' (1 Joh. 3:1-2, 10; 5:2).
1Jo 3:1 Ziet welk een liefde de Vader ons gegeven heeft, dat wij kinderen van God genoemd zouden worden, en wij zijn het ook. Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet heeft gekend. 1Jo 3:2  Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Wij weten dat als Hij geopenbaard zal zijn, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is. (Telos)
Zonen van God. De gelovigen in Christus zijn door God tevoren tot het zoonschap voor Zichzelf bestemd.
Efe 1:5  terwijl Hij ons tevoren door Jezus Christus tot het zoonschap voor Zichzelf bestemd heeft, naar het welbehagen van zijn wil, (Telos)
2Co 6:15  En welke overeenstemming heeft Christus met Belial? en welk deel heeft een gelovige met een ongelovige? 2Co 6:16  En welke overeenkomst heeft Gods tempel met afgoden? Want wij zijn de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft; ‘Ik zal onder hen wonen en wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn’.  2Co 6:17  Daarom, ‘gaat weg uit hun midden en scheidt u af, zegt de Heer, en raakt niet aan wat onrein is, 2Co 6:18  en Ik zal u aannemen; en Ik zal u tot Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heer, de Almachtige’. 2Co 7:1 Daar wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf reinigen van alle bevlekking van het vlees en van de geest, en de heiligheid volbrengen in de vrees van God. (Telos)
Ga 3:24  De wet is dus onze tuchtmeester geweest tot op Christus, opdat wij op grond van geloof gerechtvaardigd zouden worden.  Ga 3:25  Maar nu het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder een tuchtmeester; Ga 3:26 want u bent allen zonen van God door het geloof in Christus Jezus. Ga 3:27  Want u allen die tot Christus bent gedoopt, hebt Christus aangedaan. (Telos)
Ga 4:4  maar toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God zijn Zoon, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet,  Ga 4:5  opdat Hij hen die onder de wet waren, vrijkocht, opdat wij het zoonschap zouden ontvangen.  Ga 4:6  En omdat u zonen bent, heeft God de Geest van zijn Zoon in onze harten uitgezonden, die roept: Abba, Vader!  Ga 4:7  U bent dus niet meer slaaf, maar zoon; en bent u zoon, dan ook erfgenaam door God. (Telos)
De verlosten die zich door de Geest van God laten leiden worden uitdrukkelijk 'zonen van God' genoemd.
Ro 8:14 Want allen die door de Geest van God geleid worden, die zijn zonen van God. Ro 8:15 Want u hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar u hebt ontvangen een geest van zoonschap, waardoor wij roepen: Abba, Vader! (Telos)

Ook de kinderen van God in verheerlijkte staat worden uitdrukkelijk 'zonen van God' genoemd, omdat zij in gezindheid, gedrag en onsterfelijkheid op Hem lijken.

Ro 8:19 Want de schepping verwacht reikhalzend de openbaring van de zonen van God. ... Ro 8:21 in de hoop dat ook de schepping zelf zal worden vrijgemaakt van de slavernij van de vergankelijkheid tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God. .. Ro 8:23 En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wijzelf zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam. (Telos) (TELOS)
Heb 2:10 Want het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te leiden, de overste leidsman van hun behoudenis door lijden volmaakte. Heb 2:11  Want en Hij die heiligt en zij die geheiligd worden, zijn allen uit een; daarom schaamt Hij Zich niet hen broeders te noemen en zegt: Heb 2:13  En opnieuw: ‘Zie, Ik en de kinderen die God Mij gegeven heeft’. (Telos)
Opb 21:3  En ik hoorde een luide stem vanuit de troon zeggen: Zie, de tabernakel van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn, hun God. (...) Opb 21:5  En Hij die op de troon zat, zei: Zie, Ik maak alles nieuw. En Hij zei tot mij: Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig. (...) Opb 21:7  Wie overwint, zal deze dingen beerven, en Ik zal Hem een God zijn en hij zal Mij een zoon zijn. (Telos)
Lu 20:36 want zij kunnen ook niet meer sterven; want zij zijn aan engelen gelijk en zijn zonen van God, daar zij zonen van de opstanding zijn. (Telos)